Interviewkirsten cuppen

‘Overal is mijn ervaring hetzelfde: hoe kleiner de klassen, hoe meer je kunt bereiken’

De laatste tijd werkt ze, gedwongen door corona, met halve klassen. Ineens heeft Kirsten Cuppen tijd om alle studenten de aandacht te geven die ze nodig hebben.

Kirsten Cuppen, docent MBO in Tilburg Beeld Erik Smits
Kirsten Cuppen, docent MBO in TilburgBeeld Erik Smits

Kirsten Cuppen (37)

gaf na haar pabo eerst les op een basisschool, daarna werkte ze in het voortgezet onderwijs en sinds vijf jaar is ze verbonden aan het mbo. Ze doceert momenteel rekenen, Nederlands en loopbaanbegeleiding op ROC Tilburg. Ze is genomineerd als Leraar van het Jaar 2021.

‘Als ik minister van Onderwijs was, zou ik zorgen voor kleinere klassen. Ik heb acht jaar in het basisonderwijs gewerkt, ruim twee jaar in het voortgezet onderwijs en sinds vijf jaar sta ik in het mbo voor de klas. Overal is mijn ervaring hetzelfde: hoe kleiner de klassen, hoe meer je kunt bereiken.

In een kleine klas leer je je leerlingen of studenten sneller kennen. Je krijgt zicht op wie ze zijn en wat ze kunnen. Als je weet wie je voor je hebt, kun je iemand beter helpen. Je merkt dat leerlingen en studenten ook gemotiveerder worden als ze zien dat hun docent tijd en aandacht voor ze heeft.

Zelf zat ik als basisschoolleerling in een klas van 39 leerlingen. Ik was een middenmoter en viel niet op. Ik heb nooit het gevoel gehad dat docenten mij zagen. Op de middelbare school zat ik ook in grote klassen. In het begin werd ik gepest. Dat is gestopt toen ik mezelf ging overschreeuwen.

Gevolg was wel dat ik niks meer deed voor school. Dat werd niet gezien door docenten. Sterker nog, er is eens tegen mij gezegd ‘jij bereikt nooit wat in je leven’. Ik heb de havo maar nét gehaald. Ik ben er van overtuigd dat het anders was gelopen als ik in een kleine klas had gezeten, als docenten oog voor me hadden gehad.

Het is als leraar zo belangrijk om te werken aan een relatie met je leerlingen of studenten. Dat gaat veel beter met kleine klassen.

In het basisonderwijs heb ik lesgegeven aan een gecombineerde groep 7 en 8 van in totaal 30 leerlingen. Dat betekent dat je in je lessen moet zorgen dat je zowel de moeilijk lerende kinderen van groep 7 als de makkelijk lerende kinderen uit groep 8 bereikt. Dat is ontzettend veel werk. Je mist tijd om leerlingen 1-op-1 te begeleiden, om de diepte in te gaan met de lesstof.

Ik merk op dit moment in mijn werk in het mbo dagelijks wat een verschil het maakt als de klassen kleiner zijn. Vanwege corona hebben we de klassen in tweeën gedeeld. De lesuren zijn gehalveerd. Voorheen gaf ik anderhalf uur les aan groepen van 16 tot 26 studenten, nu geef ik eerst drie kwartier aan de ene helft les en vervolgens drie kwartier aan de andere helft.

Dat werkt heel goed. Je hebt minder tijd, maar je kunt elke minuut beter benutten. Vanmorgen nog. Ik gaf acht studenten Nederlands. Op het programma stond het schrijven van een zakelijke brief. Aan het begin van de les bleek dat deze studenten deze week ook achter een stageplek aan moeten.

Ik kon meteen schakelen en heb iedereen een sollicitatiebrief laten schrijven voor een stageplek. Omdat de groep zo klein was, kon ik met alle studenten rustig meedenken en meelezen. Aan het eind van de les gingen alle studenten met een goed geschreven brief naar huis.

Natuurlijk: er is een lerarentekort. Maar met kleinere klassen, merk ik nu, kun je af met minder tijd. Klassen hoeven ook niet gehalveerd te worden: groepen van maximaal twintig leerlingen werken al veel prettiger. Bovendien maken kleinere klassen het vak aantrekkelijker. Je haalt meer voldoening uit je werk en de werkdruk wordt lager.’

Meer over