Over nieuws en wederhoor

‘Nieuws claimen is schandalig’, kopte de mediapagina op 11 juni boven een artikel waarin vooral de hoofdredacteur van Hart van Nederland aan het woord kwam....

Vooral de redactie van Pauw & Witteman moest het ontgelden in het artikel. Kort samengevat luidde de kritiek dat dat programma stelselmatig zijn gasten verbiedt ook met andere media te praten.

De hoofdredacteur sprak van schaamteloos gedrag van P & W. De krant meldde verder: Voor de Hart van Nederland-hoofdredacteur werd de grens bereikt toen een nabestaande van een slachtoffer van het drama op Koninginnedag alleen zijn verhaal wilde doen bij de SBS 6-rubriek ‘als die meer betaalde dan de 300 euro die Pauw & Witteman hem bood’.

De redactie van Pauw & Witteman werd niet om commentaar gevraagd in het stuk. Evenmin werd duidelijk of P & W inderdaad 300 euro betaalden aan de gast, of dat dit slechts een verzinsel was van de gast of de hoofdredacteur van Hart van Nederland.

De auteur van het artikel zegt dat hij de dag voor publicatie tot tweemaal toe contact heeft gezocht met het programma en de VARA. Hij sprak de voicemail in van de eindredacteur van het programma en vroeg hem terug te bellen. Toen dat anderhalf uur later niet was gebeurd, heeft hij de VARA-persdienst gebeld en gevraagd of zij de eindredacteur konden opsporen. De persdienst beloofde de eindredacteur op te sporen en zou hem vragen om terug te bellen.

Toen de VARA die middag niets meer van zich liet horen, is het artikel zonder wederhoor in de krant gekomen.

De verslaggever vindt dat hij moeite genoeg heeft gedaan een reactie te krijgen, al zegt hij nu dat het beter was geweest als hij in het artikel had gemeld dat de VARA om commentaar was gevraagd, maar dat die omroep niet had gereageerd.

Dat laatste had zonder meer gemoeten, maar dat was in dit geval niet voldoende geweest denk ik.

Los van de vraag of er nu wel of niet 300 euro is geboden aan een gast, doet zich namelijk nog een ander probleem voor. De aantijging dat de publieke omroep gasten claimt, betaalt, en exclusiviteit afdwingt, is van dien aard dat die nooit zonder weerwoord gepubliceerd had mogen worden. Ook niet als het, zoals nu, een hoofdredacteur is van een commerciële omroep die het beweert.

De redactie heeft het weerwoord een dag later alsnog gepubliceerd in de vorm van een vraaggesprek met de eindredacteur van P & W. Die mocht zeggen dat het programma nooit geld betaalt aan gasten en mocht ook reageren op het verwijt van de claimcultuur. Daarmee is voor de VARA waarschijnlijk de kou uit de lucht, maar journalistiek verdient deze werkwijze geen schoonheidsprijs.

De eindredacteur van het programma had natuurlijk direct in het eerste artikel zijn weerwoord moeten kunnen geven. Als dat om wat voor reden dan ook niet kon, had het artikel gewoon een dag later in de krant gemoeten. Zo wereldschokkend was het nieuws nu ook weer niet.

De verslaggever sluit niet uit dat de VARA bewust niet heeft gereageerd, in de hoop dat er dan geen publicatie zou komen en dat alles wel zou overwaaien.

De VARA heeft een andere lezing. De verslaggever heeft volgens haar op geen enkele wijze aangegeven dat hij een artikel voor de dag erna maakte. Hij heeft de persdienst gevraagd of de eindredacteur wilde terugbellen, maar volgens de woordvoerster heeft zij geen moment het gevoel gehad dat het ging om een artikel voor de krant van de volgende dag. De eindredacteur zegt dat hij het mobiele nummer van de verslaggever kwijt was, maar dat hij vroeg in de avond nog de Volkskrant heeft gebeld. Toen was de verslaggever echter al weg. Ook bij de eindredacteur is niet de indruk gewekt dat het ging om iets dringends, zegt hij.

Volgens de verslaggever had de persdienst echter moeten weten dat het ging om een stuk voor de volgende dag: ‘ik werk bij een dagblad.’ Hij meent zich te herinneren dat hij wel degelijk heeft gezegd dat het was voor de volgende dag, maar sluit niet uit dat de persdienst gelijk heeft en dat het niet is gezegd, mogelijk omdat het zo voor de hand liggend is.

Het is voor mij niet te achterhalen wie zich vergist of wiens geheugen faalt, maar duidelijk is wel dat de verslaggever niet helder genoeg heeft aangegeven dat hij werkte aan een stuk voor de volgende dag. Dat gevoel van urgentie heeft de VARA nooit bereikt, met alle gevolgen van dien.

Meer over