OVER MENSENRECHTEN EN PLICHTEN

BOEKEN, essaywedstrijden, platforms, themanummers van tijdschriften, brochures van ministeries met aankondigingen van festiviteiten: nu al is duidelijk dat haar vijftigste verjaardag op 10 december allesbehalve onopgemerkt voorbij zal gaan....

Dat de Univerele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) binnenkort zo in het zonnetje gezet zal worden, heeft ongetwijfeld te maken met de bijzondere status die mensenrechten hebben gekregen. Ze zijn als het ware de normatieve basis van onze seculiere maatschappij geworden.

In ons land betwijelt haast niemand de grote waarde van mensenrechten. Het geloof in hun belang is zo groot dat een voorzichtige kanttekening bij de ideologie van de mensenrechtenactivisten al tot banvloeken kan leiden.

Veel irritatie heeft bijvoorbeeld Paul Cliteur gewekt. De stelling van deze rechtsfilosoof dat het proclameren van steeds meer mensenrechten uiteindelijk hun betekenis en kracht aantast, werd als uiterst schadelijk voor de goede zaak, als een vloek in de kerk beschouwd. Mensenrechten zijn heel mooi, dus hoe meer je er hebt, des te beter, nietwaar?

Wrevel viel eveneens te bespeuren in de reacties op de Universele Verklaring van de Plichten van de Mens. Deze verklaring, vorig jaar in Die Zeit gepubliceerd, komt uit de koker van de InterAction Council, een groep elder statesmen, zoals Helmut Schmidt, Jimmy Carter, Valéry Giscard d'Estaing en Michail Gorbatsjov.

Zij willen naar eigen zeggen paal en perk stellen aan ongebreidelde vrijheid, en vrijheden en verantwoordelijkheden met elkaar in evenwicht brengen. Zinvol zou het volgens het respectabele gezelschap ex-politici zijn om de UVRM aan te vullen met een document waarin op de plichten van burgers wordt gewezen.

Het enthousiasme over deze stellingname was niet groot. Mary Robinson, de Hoge VN-Commissaris voor de Mensenrechten, bijvoorbeeld sprak van een slecht idee en uitte haar angst dat het ethisch reveil van Schmidt c.s. mensenrechtenschenders in de kaart zou spelen. En Theo van Boven schreef voor Trouw een artikel met de veelzeggende titel 'Plichten van de mens? Nooit aan beginnen'.

In het laatste nummer van Civis Mundi neemt de juriste Carla Zoethout de voors en tegens onder de loep. Uit haar stuk komt goed naar voren dat de bezwaren hout snijden. Zo is de universele verklaring van plichten een vreemde mengeling van ongelijksoortige normen en beginselen.

Verder doet het algemene probleem zich voor dat plichten zich moeilijk laten juridificeren. Hoe kan een beroep op gemeenschapszin worden omgezet in een juridisch afdwingbare verplichting? Hoe moeten mensen gehouden worden aan hun 'plicht het goede te doen en het kwade te laten?' En kan een opsomming van plichten ondemocratische regeringen geen rechtvaardiging bieden voor totalitair staatsingrijpen?

Het initiatief van de InterAction Council lijkt al met al niet zo heel gelukkig. Wel komt het voort uit een besef van een wezenlijk probleem. Jaren geleden wees Francis Fukuyama in een essay op deze pagina op de rechtenrevolutie die de Amerikaanse samenleving zou uithollen. Amerikanen verdedigen furieus hun individuele rechten, maar willen nog weleens vergeten dat zij deel uitmaken van een gemeenschap.

Door hun hyperindividualisme gaat in de ogen van Fukuyama het 'sociaal kapitaal' verloren, een term van de socioloog James Coleman die refereert aan het vermogen om samen te werken in groepen en organisaties.

Dit kapitaal wordt zeker ook niet vergroot door een staat die pretendeert de burger van de wieg tot het graf te kunnen verzorgen. In een verzorgingsstaat zijn mensen als ze op problemen stuiten, snel geneigd een beroep te doen op de overheid, die maar de helpende hand zou moeten bieden.

Dat burgers in eerste instantie zelf verantwoordelijkheid dragen voor het oplossen van problemen en een morele plicht hebben zich in te zetten voor hun naasten, is in het verzorgingsstaatsethos een hopeloos ouderwetse notie.

Toch wint het gevoel veld dat die notie waarde heeft. Een fatsoenlijke samenleving, heeft Tony Blair gezegd, is niet gebaseerd op rechten, maar op plichten. Zijn Nederlandse collega en geestverwant Kok wijst in de regeringsverklaring op het belang van gemeenschapszin en de VVD-ideologen hanteren als nieuw toverwoord het begrip verantwoordelijkheid. Het CDA - ere wie ere toekomt - maakt school.

Rechten zijn niet zaligmakend. Zeker, het is belangrijk dat de burger beschermd wordt tegen een inbreuk op zijn rechten. Maar hij mag niet de indruk krijgen dat hij zich alleen hoeft te bekommeren om zijn eigen welzijn en de staat de rest doet. Een samenleving kan niet zonder maatschappelijke betrokkenheid.

Een verklaring van plichten is wellicht niet de aangewezen methode om die betrokkenheid te vergroten. Wel maakt de oproep van de InterAction Council ons bewust van de gevaren van een geestelijk klimaat waarin onverschilligheid en vrijblijvendheid gedijen en burgers zich ingraven achter een verdedigingslinie van individuele rechten.

Meer over