Over een maand of twee is de biodiversiteitsbom in Junner Koeland weer gebarsten

Aflevering 187: het Junner Koeland is een biodiversiteitsbom. Het is nu nog nawinter, maar binnen afzienbare tijd barst de bom.

Caspar Janssen
null Beeld Studio V, met dank aan Reisboekhandel Pied à Terre, Amsterdam
Beeld Studio V, met dank aan Reisboekhandel Pied à Terre, Amsterdam

Ik ben nog altijd in het Junner Koeland, met Evert Ruiter, in het landschap van zijn jeugd. Die felgroene kleuren van de vochtige, bemoste mierenhopen in het veld, dat is hier dan weer kenmerkend voor deze tijd van het jaar, zegt hij. En die klapekster daar in de meidoorn ook.

Vanaf de bosrand gaat het geleidelijk naar beneden. Het bos achter de rivierduinen was vroeger zand en heide. Op de top van de rivierduinen stonden rijen jeneverbessen. De jeneverbes, onze inheemse conifeer, is een delicaat boompje. Maar hier staan ze nog, in een heideachtig gebied, dat weer overgaat in een aflopend stukje rivierduin met zanderige stukjes. Dan het bemoste grasland, en helemaal beneden de afgesneden zijtak van de Vecht, riet, elzen, wat wilgen. In de relatieve verte, bij de Vecht, staan paarden en we bewonderen honderden meters sleedoornstruweel met plukjes eiken. Over een maand, als de sleedoorns in bloei staan, vormen ze een witte zoom.

Jeneverbessen in het Junner Koeland Beeld
Jeneverbessen in het Junner KoelandBeeld

Biodiversiteitsbom

Dit is het half open landschap uit de boekjes. En een biodiversiteitsbom. Plantjes, vlinders, libellen, vogels. De grauwe klauwier kwam hier terug als broedvogel, de geelgors broedt hier, de kleine bonte specht, de blauwborst. Officieel heet het, in de woorden van botanicus Eddy Weeda: 'Allerlei vegetatietypen die op een of andere manier met de rivier in verband staan, komen hier nog in hun onderlinge landschappelijke samenhang voor.' De zeldzame kommavlinder redt het hier. De bruine vuurvlinder en de sleedoornpage ook. En de beekrombout, een bijzondere libel.

Even leek het mis te gaan, een jaar of vijftien geleden: het gebied verruigde. De broer van Evert, plantenkenner Henk, trok aan de bel. Dat hielp. De begrazing werd intensiever en gerichter, er kwamen ook paarden bij. De Vecht zet nu af en toe weer vers zand af. Het werkte.

Een sperwer vliegt rakelings voorbij, we bekijken een dassenburcht (Evert Ruiter: 'Ondenkbaar, dertig jaar geleden'), we stuiten op een grote zilverreiger die de laatste vorstperiode niet heeft overleefd. Evert neemt een paar sierveren af, die de reiger alleen draagt in de baltsperiode; voor zijn verzameling.

Het is nog nawinter. Maar over een maand of twee is de biodiversiteitsbom hier weer gebarsten.

Caspar Janssen

Caspar Janssen loopt een jaar lang door Nederland en brengt al doende het landschap in kaart, en daarmee de planten, dieren, mensen en kwesties van het Nederlandse land.

Lees hier de eerdere afleveringen.

Meer over