Ourhouse mist soapkwaliteiten

Beeldende kunst

Sacha Bronwasser

Haarlem Zeg niet dat kunstenaars zelf de uitwassen van 'kunstkunst' niet kennen. Luister maar naar deze kunstenares die haar nieuwste werkje toont: een piemel van klei met een schuin opstaand wattenstaafje erin gestoken. Wat ze ermee wil zeggen? 'Broadcasting' ,zegt ze beslist. 'Het gaat over zenden. Uitzenden.' Uhuh, knikt haar geliefde begrijpend.


De Britse kunstenaar Nathaniel Mellors (1974) stopte deze en tientallen andere, absurdistische scènes in een 'videofeuilleton': een soapachtige serie verwikkelingen rond een geflipte familie. Het op groot formaat geprojecteerde werk is deel van de installatie Ourhouse, die speciaal voor De Hallen in Haarlem werd ontwikkeld.


Behalve de afleveringen van de soap (samen 80 minuten lang) staan er twee zogenaamde animatronics: levensechte, bewegende sculpturen, gebaseerd op karakters uit de film. De plot van de serie is klassiek: de verhoudingen binnen een rijk, excentriek gezin in een landhuis gaan schuiven door de komst van een nieuw element. Tot zover Brideshead Revisited. Maar de invulling van dit gegeven heeft alles van Monthy Python. Het vreemde element is een grote, zwijgende man in spierwit trainingspak die langzaam boeken uit de bibliotheek opeet. Terwijl hij filosofische teksten verorbert, gaan de excentrieke hoofdpersoon Daddy, zijn zonen Truson en Faxon en zijn geliefde Babydoll zich steeds vreemder gedragen.


Van een afstandje en op papier lijkt de serie een metafoor voor de ondergang van het avondland, de klassieke Europese beschaving. Oude gedragspatronen haperen, taal verandert, cultuur is geen leidraad meer, kennis verdwijnt en patriarch Daddy verandert langzaam in een proleet die op de overheid scheldt.


Maar in de zaal werkt het niet. De aaneenschakeling van absurde dialogen en houterig geacteerde scènes, hoe mooi in beeld gebracht ook, gaat tegenstaan. Binnen de duur van één soapaflevering kan het je weinig meer schelen wat de familie Maddox-Wilson drijft. Wil de verwarde zoon Truson klimopblaadjes op zijn boterham smeren? Nou, het zal wel. Even later wordt de dyslectische tuinman Bobby gepest met fout gespelde teksten geklad op zijn busje.


Films en soaps zijn al langer een inspiratiebron voor kunstenaars. Mellor's voorbeeld Paul McCarthy (van wie, als eerbetoon, ook werk in De Hallen worden vertoond) bijvoorbeeld, of Matthew Barney, beiden Amerikaan. De afgelopen jaren kwamen daar onder anderen de Deen Jesper Just en de Brit Phil Collins bij.


Die laatste maakte vorig jaar een briljante variatie op de telenovela, geheel gespeeld door Zuid-Amerikaanse soapacteurs. Onwaarschijnlijke verhaallijnen, familie-intriges, uitvergrote klassenverschillen en opeenstapeling van drama bleken dankbaar materiaal. Dit soort werken groeien uit tot volwaardige filmproducties, vaak net als in de wereld van film en televisie geproduceerd door een heleboel partijen samen.


Zo ook Ourhouse. Mellors fascinatie is de manipulatieve kracht van taal (een uiterst actueel onderwerp) en hij kiest hier de vorm van de soap. Het maken van een goede soap is een hele kunst, waarbij voortdurend op het randje van (on)geloofwaardigheid wordt gebalanceerd. Die kunst beheerst Mellors niet goed. In Ourhouse schuiven we van de ene vondst naar de andere. Het is een onophoudelijke stroom, zoals in een klucht. Misschien dat het werkt in korte afleveringen, maar zo achter elkaar in de zaal raken alle rake observaties (die er wel degelijk in zitten) ondergesneeuwd. Uhuh.


Meer over