Oudshoorn

Onlangs verscheen de biografie van J.C. Bloem: Van alle dingen los, door Bart Slijper. Het is een mooi boek, bij vlagen erg grappig: dankzij de wonderlijke hoofdpersoon, de aartsluie, immer klagende, nagenoeg indolente en vaak stomdronken dichter....

Martin Bril

Hoe dan ook.

Bloem werd op 10 mei 1887 geboren in een dorp dat tegenwoordig niet meer bestaat: Oudshoorn. Dat klopt perfect bij Bloem, hij was zijn hele leven in de ban van zijn vroege jeugd die bijzonder gelukkig verliep. Iedere dag die hij leefde, bracht hem verder weg van hoe goed het ooit was. Dat dat Arcadia nu niet meer bestaat, is dus passend, het bestond bij Bloems leven al niet meer, behalve in zijn geschriften. Tegenwoordig maakt Oudshoorn deel uit van Alphen aan de Rijn.

Het geboortehuis van Bloem stond naast een dakpannenfabriek gelegen aan de Heimanswetering, vlakbij waar dat water uitkomt op de Oude Rijn. De plek bestaat nog steeds: het is een oud, rommelig bedrijventerrein met veel autosloperijen, dealers, jachtwerven en schadebedrijven. Het grenst aan een nieuwbouwwijk met straatnamen als Cassiopeiadreef en Andromedastraat. Een deel van de huizen hebben muren van opzichtige pannen - waarschijnlijk een ode aan de oude pannenfabriek. Op de exacte plek van de fabriek worden momenteel elf villa’s gerealiseerd (de funderingen liggen er) aan een kade die alvast een naam heeft: Van Oordtkade.

Waarom niet J.C. Bloemkade?

Bloems vader was burgemeester van Oudshoorn, en zoon van een minister. Hij genoot veel gezag onder zijn burgers, en voerde verder weinig uit. Op zijn vijfenveertigste ging hij rentenieren. Geen wonder dat zijn zoon op latere leeftijd zo zou smachten naar een baan als burgemeester. Af en toe een lint doorknippen en verder lekker dichten over de dood, Bloems grote thema.

Na enkele jaren aan de Heimanswetering, verhuisde het gezin Bloem naar een grote, witte villa iets buiten de dorpskern van Oudshoorn, aan de Oude Rijn: Villa Nuova. Daar leefde men omgeven door dienstmeisjes die lekker roken, een Franse gouvernante en koetsiers voor de koetsen. De jonge Jacques werd per rijtuig naar school in Leiden gebracht.

In het huidige Alphen bevindt die oude villa zich op een steenworp van de nieuwbouwwijk met de pannen en het is een totale ruïne waar een bouwbedrijf appartementen in aan het is verwezenlijken; een nieuw dak zit er al op. Ook in het door brand verwoeste, oude koetshuis komen een paar luxe woningen.

Zo gaat het.

Uiteraard zijn er in Alphen en omgeving weinig tot geen sporen van J.C.Bloem. Wat dat betreft gaat Nederland zuinig om met zijn dichters. Naar Bloems vader, de geliefde burgemeester, is wél een straat vernoemd; een lullig straatje aan de Lage Zijde van Alphen, om de hoek van een belhuis, een paar coffeeshops en het Jeanspaleis van Henny (’Eén broek voor twee billen!’) Rits.

Het enige dat nog enigszins aan Bloem doet denken, is de lange, hier en daar statige Oudshoornseweg langs de Rijn. Er staan mooie, oude villa’s en statige kastanjebomen langs die weg die getuigen van de rust en voorspoed die hier aan het begin van de 20ste eeuw geheerst moet hebben: buitenplaatsen, een enkel theehuis, paard en wagen op een klinkerweg, een bocht in de rivier en een milde voorjaarsbries die het water doet kabbelen. Dat laatste is van alle tijden.

Meer over