Oudjes aan slag

Honderden acts op tientallen podia: dé kans voor aanstormend en origineel muziektalent zich in de kijker te spelen. Maar in Groningen maakten dit jaar vooral gevestigde namen indruk.

Een onooglijk hoekje in het overvolle festivalprogramma, ergens rond half negen, in de in grootte tweede zaal van de Groningse Oosterpoort. Een 'special guest', stond er aangekondigd. Een laatste invuloefening van de programmeurs van Noorderslag? Een eerder op die plek afgesproken bandje plotseling ziek geworden soms?

Wie er even over had gepeinsd, wist wel waarvoor hij zich naar de Kleine Zaal spoedde. Maar niet iedereen had zaterdagavond zin in hoofdbrekens op het jaarlijkse, grandioze feest voor de beste én nieuwe Nederlandse popmuziek. Dus gonsde het toch door de zaal, van links naar rechts: 'Wie komt hier dan?'

Voor de argelozen moet de opkomst van Daryll-Ann nog het mooist zijn geweest. De vaders van het perfecte Nederlandse gitaarpopliedje, voor het eerst sinds de plotselinge groepsscheiding van 2004 weer bij elkaar, voor een nu dan eindelijk 'officiële comebackshow' na een paar oefensessies.

Het kippenvel was onvermijdelijk, maar wat speelde Daryll-Ann ook verschrikkelijk goed. Bijna ondraaglijk spannend, zoals de stemmen van Jelle Paulusma, zijn broer Coen Paulusma en Anne Soldaat elkaar steeds zochten in de prachtige meerstemmige refreins van bijvoorbeeld dat toplied van het eerste uur: Pretty In Everything. Daryll-Ann musiceert altijd op het scherp van de snede, zal zich nooit eens comfortabel door de immense catalogus heen werken, dus hoorde de inmiddels flink aangestampte zaal een ziedend rockende versie van Always Share, waarin Anne Soldaat verbeten inhakte op zijn snaren, in rauwe, maar aangrijpende solo's. Muziek van hoog oplopende emoties, die de band zelf toch ook naar de keel moeten zijn gevlogen. 'Zo, Groningen, da's lang geleden', sprak Jelle Paulusma onderkoeld, ergens tussen het tweede en derde nummer. Je ging je gaandeweg de show afvragen hoe we het in godsnaam zo lang zonder de heren hebben kunnen uithouden.

Zo schoof Noorderslag 2014 enigszins onder de schaduw van dit Daryll-Ann. Omdat het optreden een onomstotelijk hoogtepunt van het festival was, maar zeker ook vanwege de muzikale volgelingen die overal in het programma, gevuld met ruim vijftig Nederlandse bands, opdoken.

Misschien een tikje conservatief, maar het puntige gitaarlied vierde weer eens hoogtij op Noorderslag. Bijvoorbeeld bij Adam & The Relevants, lekker rammelend, maar o zo aanstekelijk, of Afterpartees, wat ruwere garagerock met toch ook steeds die frisse refreinen. Harder rockend, in de composities nog niet heel onderscheidend maar zeker een band met potentie bleek Birth of Joy, dat zich vooral presenteerde als sappige nageboorte van The Doors.

Het kon niet op met de retrorock: Black Bottle Riot speelde stoere bluesrock, maar hier openbaarde zich toch ook het spook van de oppervlakkigheid, ergens achter de springerige mannen op het podium. Weinig eigen smoel, nauwelijks diepgang. Die beide voorwaarden voor echt rake muziek bood de Haagse krautrockband Monomyth wel, wonderlijk genoeg met uitgesponnen, instrumentale psychedelische oerrock. Het werd hogelijk gewaardeerd: Monomyth speelde aan tegen een volle zaal in zalige rocktrance: iedereen genietend met de oogjes dicht. Een band met een mooie toekomst in het livecircuit, zoveel werd wel duidelijk.

Helaas trok het al eerder gesignaleerde fantoom van de middelmatigheid nog een lang spoor door de vele zalen van de Oosterpoort. Via de 'jazzy' soul van Kris Berry & Perquisite, langs de oeverloos tussen zijn nummers door ouwehoerende nederhopper MC Fit, de al te vlakke en piepjonge sixtiespop van Taymir en het steeds wanhopiger 'handjes in de lucht'-geschreeuw van hiphopcollectief Broederliefde.

Nóg iemand die de zaal effectief leeg speelde: de belofte Thomas Azier, waar echt heel Noorderslag naar had uitgekeken. Eindelijk weer even een ander geluid, van deze Nederlandse Berlijner. Dansbare electropop en r&b, die live weleens de knaller van de avond kon worden. Het werd een deceptie. Veel te makkelijke tunes rond een enkel aantrekkelijk zanglijntje, een synthmelodietje en een elektronische drummer. Maar vooral veel te dun gezongen.

Niet boeiend, hoe graag we het ook hadden gewild. Azier, 'de electroprins', in de Volkskrant-talentenpoll voorspeld als 'het grote talent van 2014', zag zijn eerst nog welwillende publiek hem resoluut de rug toekeren.

Zo werd Noorderslag ook een beetje een kerkhof van de talenten, die dezer dagen misschien iets te snel op handen worden gedragen en met een handjevol matige liedjes al het podium op worden geduwd. Het moet het Nederlandse popcircuit te denken geven.

Een talent dat de lange Noorderslag-nacht ten slotte op het nippertje redde, was de overdreven ijdele maar wel spannende show van Jett Rebel. Deze Jelte Tuinstra, die zich een soort Ziggy Stardust-imago heeft aangemeten en vooral veel van zichzelf wil laten zien, heeft wel die paar pakkende liedjes en bovendien een degelijke en bij vlagen echt opwindende, funky band als ondersteuning. Ook piepjong, maar vol van zelfvertrouwen en vast en zeker op weg naar nog heel mooie popwerken.

Dat juist het oudgediende Daryll-Ann het gezicht moest worden van Noorderslag 2014 was tegelijk mooi en zorgwekkend. Gelukkig gloort er altijd hoop.

Irritatie alom: pasje voor drank

Bedoeld als innovatie en betalingssysteem voor de toekomst: het oplaadbare pasje waarmee bier, cola en 'food' kon worden aangeschaft op festival Noorderslag en, wie weet, straks bij alle popfestivals. Geen geld, geen munten, maar een creditcard genaamd Push. Werkte niet. De kaartlezers vielen voortdurend uit, tot razernij van klant en barpersoneel. En er waren veel te weinig kaartlezers, soms slechts één bij een bar met wel drie tapkranen. Had je je biertje gekocht, moest je nog in een ellenlange rij voor die ene kaartlezer. De falende betaalkaart werd het favoriete, niet-muzikale gespreksonderwerp van Noorderslag 2014. Zullen we weer gewoon euro's doen?

Popprijs 2013

Vaste prik op Noorderslag: de uitreiking van de belangrijkste popprijs van Nederland, de begeerde Popprijs van Buma Cultuur. Bij afwezigheid van de juryvoorzitter moest podiumpresentator Giel Beelen de mededelingen doen in de Grote Zaal van de Oosterpoort en daar de onvermijdelijke bierdouche ondergaan. Leuk aan die Popprijs: hij lekt nooit uit. Dus reageerde de stampvolle zaal verrast en vooral enthousiast op het oordeel. Natuurlijk: The Opposites, terechte winnaar.

De Popprijs heeft een wat diffuus karakter. Hij is bedoeld als prijs voor de act die in het voorgaande jaar iets bijzonders heeft gepresteerd, maar lijkt soms wat op een exportprijs (wie heeft het goed gedaan in het buitenland) of een oeuvreprijs (tijd om de volhouders eens te belonen). Voor The Opposites - het nederhopduo Willem de Bruin alias de Polderneger alias 'Willy' en Twan van Steenhoven alias 'Big2' - geldt het eerste én het laatste. De mannen zijn al een decennium lang een vaste waarde op de grote podia en in de allergrootste festivaltenten. Altijd feest en grote consternatie bij de weergaloze shows van The Opposites, bij bijvoorbeeld memorabele waanzinconcerten op Lowlands. Vorig jaar verscheen ook nog die topplaat: Slapeloze Nachten. Slimme raps, rappe humor, op de moordende beukbeats van Big2 zelve op bijvoorbeeld het stampende Thunder.

'Echt veel groter en beter kan het voor The Opposites bijna niet worden', zei Volkskrant-recensent en Popprijsjurylid Gijsbert Kamer zaterdagavond, na de pompende show van de laureaten. Tijd dus voor de waardering. Voor Willy ging een droom in vervulling. Hij kon eindelijk eens een overvliegend biertje wegkoppen.

undefined

Meer over