Ouderwetse uitsmijter in ouderwetse herberg

Uit eten doe je in 1999 thuis. Althans, dat zeggen de koffiedikkijkers. Aan het eind van het jaar zullen we weten of deze trendwatchers gelijk hebben gekregen....

AUKJE VAN ROESSEL

Wat wil je ook. In de laatste maand van het jaar hebben de meeste mensen zoveel gegeten en gedronken, elkaar cadeaus gegeven of zichzelf op een reisje getrakteerd dat het geld op is. Ook hoor ik veel mensen, onderwie mezelf, zeggen: doe mij maar gewoon een kop snert of een bord boerenkool. Alles went immers en een mens kan ook genoeg krijgen van kaviaar, hert of zeeduivel.

Wat is bovendien heerlijker dan na de feestdagen eens flink de benen te strekken. Even geen bezoek, even niet te hoeven praten, even niet voor de gezelligheid bij elkaar te moeten hangen met de daarbij horende spanningen tussen ouders en kinderen. Maar gewoon lekker struinen langs het strand of door bos en hei.

Alweer achttien jaar geleden, toen ik voor mijn werk in Tilburg terecht kwam, ontdekte ik het landgoed De Utrecht. Een groot terrein van zo'n 2700 hectare. Met bos en hei. Een prachtig, smal kronkelende riviertje met de naam De Reusel. Twee vennen, De Flaes en Het Goor geheten, waar in het voorjaar vele vogels naar terugkeren en waar ik in een koude winter nog eens op heb geschaatst. En hier en daar een boerderij met de luiken in de kleuren van het landgoed.

Ik weet nog hoe ik daar in het voorjaar voor de eerste keer op een bochtig weggetje liep dat werd omzoomd door bomen en bloeiende rododendronstruiken. Zo moet de oprijlaan van het landgoed Manderly uit het boek Rebecca van Daphne du Maurier eruit hebben gezien. Aan het eind van dit weggetje staat geen landhuis, dus het zou kunnen.

Midden op De Utrecht, alleen bereikbaar via zandweggetjes, ligt de herberg 'In den Bockenreijder'. Al minstens zestig jaar. Maar misschien zelfs wel een hele eeuw, al was het de eerste jaren in zijn bestaan waarschijnlijk 'een stille knip': wat volgens Van Dale kan betekenen dat de herberg in zijn jongste jaren een geheim bordeel was of anders toch in ieder geval een stille kroeg.

Stil is het bij Den Bockenreijder nog maar zelden. Destijds, begin jaren tachtig, verbaasde ik me er al over dat een herberg die zo verscholen ligt in de weekeinden tot een uur of twee 's nachts open is. De vele vaste klanten weten Den Bockenreijder ook in het stikdonker te vinden. In de kleine, donkere herberg kruipen ze dan gezellig aan een tafeltje om wat te drinken en te kletsen, en zich 's winters te warmen aan een knapperend haardvuur.

De wandelaars en fietsers zijn de klanten van overdag. Die strijken bij een beetje weer het liefst neer op het enorme terras. Aan ronde tafels en stoelen op het 'deftiger' deel of aan gewone, houten picknicktafels met banken op het zand tussen de herberg en een grote schuur.

Bij heel heet weer kan de bediening de grote glazen 'trappist met' die de dorstige bezoekers bestellen niet aangesleept krijgen. Erg lekker, zo'n glas bier met een scheutje grenadine.

Maar voor dat donkere vocht was het afgelopen nieuwjaarsdag geen weer, ook al scheen de zon aan het eind van de middag. Wat overigens wel betekende dat we tegen vieren op het terras konden zitten. Binnen was geen plaats meer, bomvol was het er met de vaste cliëntèle die zichzelf druk pratend en drinkend een gelukkig nieuwjaar zat te wensen.

Ondanks al het eten dat ik de dagen ervoor had verorberd, merkte ik toch hongerig te zijn. Dus lieten we het niet bij een drankje, maar bestelden een kleine ouderwetse uitsmijter. Zo staat het omschreven op de kaart. Hij was inderdaad buitengewoon ouderwets. Geen frutsels, geen franje. Maar lekker! Drie bruine boterhammen, zeer dun gesneden rauwe ham en drie gebakken eieren waarvan het eigeel pas begon weg te lopen toen ik het mes erin zette. En dat alles voor nog geen elf gulden.

De eenzame wandelaar die naast ons kwam te zitten, bestelde een kop snert. Daar vonden wij het te warm voor op deze winterdag. De warme chocolademelk scoorde het hoogst op het terras. In grote, ouderwetse pannen werd die over het erf gesjouwd. Van de boerderij naar de herberg, omdat het keukentje van de herberg te klein is.

Voor veel Brabanders, zeker die uit de omgeving van Hilvarenbeek, zijn Den Bockenreijder en De Utrecht een begrip. Maar voor wie van ver komt en De Utrecht wil verkennen: zoek eerst de herberg, koop daar voor twee dubbeltjes een wandelkaart van de omgeving, dwaal langs de vennen, door bos en hei om vervolgens in Den Bockenreijder van een welverdiende versnapering te genieten.

Wie dezer dagen met een grotere groep naar Den Bockenreijder wil om daar tegen de avond, na een lange wandeling, binnen te vallen doet er goed aan tevoren te bellen. 's Winters sluit de herberg op werkdagen als het donker wordt, tenzij je jezelf met je gezelschap hebt aangekondigd. Vergeet niet laarzen aan te trekken: op sommige paden is het zeer modderig.

Aukje van Roessel

Herberg 'In den Bockenreijder', Dunsedijk 3, Esbeek (Noord-Brabant), telefoon: 013-5169248. Op maandag tot twaalf uur gesloten, in de weekeinden en in de zomer 's avonds open, in de winter 's avonds alleen op afspraak open.

Meer over