Ouders zijn eerst aan zet bij cyberpesten

De ingezonden brieven van dinsdag 2 augustus.

null Beeld anp
Beeld anp

Brief van de dag: Ouders zijn eerst aan zet bij cyberpesten

Alles wat Aleid Truijens (Ten eerste, 30 juli) over cyberpesten schrijft, onderschrijf ik van harte. Ik mis in haar betoog echter een groep mensen die de meeste invloed heeft op het gebruik en de inrichting van de, zoals Aleid ze noemt, 'martelkamers van de pestkop'. Ouders, zij zijn degenen die de smartphones voor hun kind aanschaffen en soms met nog meer verve wegkijken dan sommige leraren.

Aangezien mobiele telefoons op de basisschool waar ik directeur ben niet zijn toegestaan, ontstaan cyberconflicten bij ons na schooltijd: 's middags, 'savonds (en 's nachts), in de weekenden of in vakanties. Ouders van onze school spelen printscreentjes aan ons door 'om er wat mee te doen'.

Uiteraard nemen wij onze verantwoordelijkheid en bespreken wij deze zaken in de groep, brengen we andere ouders op de hoogte, beleggen we ouderavonden en informatieavonden met externe experts. We zorgen voor lessen cyberwijsheid voor de kinderen uit groep 6, 7 en 8.

Proactieve ouders die cyberpesten voor willen zijn of adequaat reageren op cyberpesten wanneer zich dit voordoet, zijn er gelukkig in ruime mate. Zij staan open voor handreikingen van school en experts. Zij checken de telefoon van hun kroost in het bijzijn van hun kind(eren) en maken cyberfatsoen thuis bespreekbaar.

Toch laten de ouders die je het liefst bij een informatieavond zou zien omdat hun kind(eren) als pesters betrokken zijn bij cyberpesten vaak verstek gaan. Zij verschuilen zich achter het recht op privacy van hun kind en weigeren diens telefoon te controleren, of krijgen van hun kind de pincode van het toestel niet.

Ouders dragen in mijn optiek een (grote) verantwoordelijkheid voor het oplossen van het cyberpestprobleem. Zij kopen de telefoon van hun kind(eren), en net zoals zij de verkeersregels uitleggen bij de aankoop van een fiets, hebben zij de plicht om als verantwoordelijke opvoeder hun kind veilig met een smartphone te leren omgaan. Ter bescherming van hun eigen kind én voor de veiligheid van de andere kinderen.

Leraren dienen hun verantwoordelijkheid te nemen - absoluut - maar ouders zijn eerst en vooral aan zet.

Inge Ambaum-Jordens, directeur Titus Brandsma basisschool, Venlo

Abou Jahjah (1)

Abou Jahjah kreeg van de VPRO zondagavond tweeënhalf uur de gelegenheid om de indruk weg te nemen dat hij een wolf in schaapskleren is. Het zegt politiek gesproken voldoende dat een man van zijn intelligentie en welbespraaktheid daarin niet geslaagd is.

Wouter van Oorschot en André Voskuijl, Amsterdam

Abou Jahjah (2)

Abou Jahjah heeft een mening. Ik ben er trots op dat hij in Zomergasten de gelegenheid heeft gekregen om die in alle vrijheid onder woorden te brengen.

Jaap van Velzen, Vlissingen

Leve de e-bike

Waarom zijn vooral jonge mensen zoals columnist Jean-Pierre Geelen geïrriteerd door mensen op een e-bike (V, 1 augustus)? E-bikers maken geen herrie, ze fietsen lekker door en ze genieten. Of worden ouderen geacht zich naar hun leeftijd te gedragen en thuis te blijven? Wat wandelen misschien en af en toe een kort fietstochtje met klotsende oksels?

Echt, en oprecht: mijn allerbeste aanschaf ooit is een e-bike. In de krap twee jaar dat ik zo'n fiets heb, heb ik al 8 duizend kilometer gefietst. De meeste kilometers maakte ik voorheen met de auto, omdat ik na een dag lesgeven te moe was om naar huis te fietsen. Nu pak ik mijn e-bike en fiets ik iedere dag door heuvelachtig Groesbeek naar de universiteit in Nijmegen. En terug. Iedere dag een tientje parkeergeld bespaard.

Tijdens de vakantie gaat de fiets achter op de auto. Zon? Heerlijk. Wind? Geen punt. Heuvels? Geen probleem. Regen? Vervelend, maar overkomelijk. Wat is er toch zo irritant aan mij dat mensen als Jean-Pierre Geelen boos maakt? Ben ik echt zo'n milieuvervuiler door de accu in de fiets? Dat staat toch niet in verhouding tot al die liters benzine die ik niet verbruik? Kom op Jean-Pierre! Gun mij die fiets, dan lees ik jouw columns weer met plezier.

Annet Kooijmans (60), Groesbeek

Het juiste land

Graag reageer ik op de reportage over therapie voor statushouders (Ten eerste, 29 juli). Ik ben blij dat ik in een gastvrij land leef, waar plaats is voor diversiteit en vluchtelingen met trauma's ondersteuning krijgen.

Met een aspect uit het verhaal had ik echter wat moeite: de gescheiden zwemles voor vrouwen. Zo langzamerhand mag ook weleens duidelijk worden dat Nederland een zeer tolerant land is, waar man en vrouw in principe gelijk zijn. Een land waar we samen zwemmen en naast elkaar zitten in het openbaar vervoer, waar plaats is voor homo' s en transgenders en waar we binnenkort toiletten delen. Voor wie dat niet goed voelt, is het zaak zich de vraag te stellen of Nederland wel het juiste land is.

Gerda de Jong, Emmen

Airbnb werkt emanciperend

Jonathan Witteman en Peter de Waard beschrijven de Piketty-achtige accumulatie van vermogen bij bedrijven zoals Airbnb in Silicon Valley, en bij huiseigenaren die via Airbnb ruimtes verhuren aan toeristen (Economie, 30 juli). Op veel punten hebben zij gelijk, wat echter onvermeld blijft, is welke opeenhoping van geld er plaatsvindt (of vond?) bij grote hotelketens.

Terwijl ik in Polen voor prima prijzen terecht kon in hotels, bleken hotels in New York zo exorbitant duur, dat ik eens Airbnb uitprobeerde. Dat was inderdaad veel voordeliger, zonder dat ik op een luchtbed hoefde te slapen. Door Airbnb kunnen minder rijke mensen de wereld verkennen, iets wat je als emancipatoir en nivellerend kunt beschouwen.

Airbnb moet zeker beter gereguleerd worden, bijvoorbeeld door over verhuurdersinkomsten inkomstenbelasting te innen en toeristenbelasting te heffen bij verhuurders. Deze afdrachten zijn macro-economisch meteen nivellerend. Met een beetje wijsheid en veel handhaving kan dan wel degelijk sprake zijn van een zinnige economische (r)evolutie.

Marcel Gerrits Jans, vanuit New York, Groningen

Meer over