'Ouders moeten kind zelf laten gaan'

'Wij moeten soms ouders die dat niet willen, zover krijgen dat ze vrijwillig hun kind opgeven.' H. van den Bosch, jurist en beleidsmaker bij de gezinsvoogdij in Utrecht, reageert op uitspraken van deskundigen dat OTS, de ondertoezichtstelling van ouders door de kinderbescherming, vaak veel te lang duurt....

MARIA HENDRIKS

Van onze verslaggeefster

Maria Hendriks

UTRECHT

'We willen bereiken dat ouders zeggen: ik laat mijn kind gaan, het is beter dat het verder opgroeit in een pleeggezin of een tehuis. Hoe help je ouders zo'n beslissing te nemen, die ten koste gaat van henzelf? Dat is het allermoeilijkste aan ons vak, een bijna onmogelijke opgave.'

Bij OTS houden ouders het gezag over hun kinderen, maar een gezinsvoogd heeft de doorslaggevende stem.

Jarenlang mocht uithuisplaatsing bij OTS niet langer duren dan twee jaar. Als ouders de opvoeding dan nog niet aankonden, werd het ouderlijk gezag ontnomen. Het kind bleef dan meestal in een tehuis of pleeggezin.

In de praktijk werd OTS echter vaak van jaar tot jaar verlengd. De Hoge Raad sanctioneerde die praktijk in situaties waarbij de ouders ermee instemden dat hun kind verder werd opgevoed in een pleeggezin.

Die praktijk is drie jaar geleden omgezet in wettelijke regeling: OTS kent sindsdien geen termijn meer en kan van jaar tot jaar worden verlengd. Dat gebeurt vaak ook: in de helft van de gevallen waarin ondertoezichtstelling is uitgevaardigd, duurt de OTS twee tot tien jaar.

Een foute ontwikkeling, vindt C. van Nijnatten, wetenschappelijk onderzoeker aan de Universiteit Utrecht, want het leidt tot onzekerheid bij de kinderen en hun eventuele pleegouders, en tot onduidelijkheid voor ouders.

'Als je de OTS in stand houdt, kunnen ouders steeds opnieuw proberen hun kind thuis te krijgen. Voor de kinderrechter zeggen ze wel dat ze het eens zijn met plaatsing van hun kind in een pleeggezin. Maar dat zeggen ze vaak alleen maar omdat ze anders het ouderlijk gezag kwijtraken.'

Als een kind niet meer thuis kan wonen, moeten ouders van hun gezag worden ontheven, vindt Van Nijnatten. Daarmee schep je duidelijkheid. 'Veel ouders klampen zich vast aan de tijdelijkheid van de OTS en hopen tegen beter weten in op terugkeer van hun kind.

'Als ouders kunnen aanvaarden dat hun kind elders wordt opgevoed, kan er ruimte ontstaan voor een positieve relatie met hun kind. Dan kunnen ze ophouden met vechten en op een andere manier bewijzen dat ze goede ouders zijn. Ouders zijn meer gebaat bij een gezinsvoogd die hen helpt het onherroepelijke te aanvaarden.'

'Wetenschappelijke theoretica', vindt Van den Bosch. In de praktijk maakt OTS of ontheffing helemaal niet zoveel uit. 'Die beide maatregelen zijn juridisch naar elkaar toe gekropen.'

Zekerheid dat ouders dan niet aan hun kind gaan trekken, biedt het niet. 'Ook ouders die zijn ontheven uit het ouderlijk gezag, kunnen steeds opnieuw naar de rechter stappen.'

Gezinsvoogden zitten niet te wachten op ontheffing. Van den Bosch: 'Daarmee zet je de moeizaam opgebouwde vertrouwensband met de ouders op het spel. Dat is niet in het belang van de kinderen, want de belangen van ouders en kinderen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Die band opgeven voor een juridisch voordeel, dat doen gezinsvoogden niet zomaar.'

Wel is Van den Bosch het met de critici eens dat gezinsvoogden sneller een beslissing over de opvoeding moeten nemen.

'Eerst moeten ouders een reële kans krijgen om aan te tonen dat zij de opvoeding aankunnen. Maar als dat niet lukt, moet er een beslissing vallen. Dat wil niet zeggen dat ze hun gezag verliezen. Tenzij ze gaan dwarsliggen.'

Uit onderzoek van Van Nijnatten blijkt dat gezinsvoogden vaak onduidelijk en vaag zijn tegenover ouders, en hun macht niet durven gebruiken. Als ze er al mee schermen, relativeren ze die vaak: dat zal wel nooit gebeuren hoor, mevrouw.

Ook de gesprekken laten veel te wensen over. Ouders voeren vaak de boventoon, en de onderwerpen die de voogd wilde bespreken, komen soms helemaal niet aan de orde.

Van den Bosch onderschrijft de kritiek. 'Er wordt vaak onvoldoende duidelijk gemaakt dat ouders beperkt de tijd hebben. Je kunt ouders zeggen dat je ze aan alle kanten zult helpen, maar als dat niet lukt binnen een bepaalde tijd, als ze zich dan nóg niet aan afspraken houden of als ze dan toch weer een psychische terugval hebben, dan wordt de knoop doorgehakt en komen de kinderen niet meer terug.

'We moeten ook een methode ontwikkelen om dat op een goede manier aan ouders te vertellen. Want je moet ze zover krijgen dat ze zich erbij neerleggen en er een positieve draai aan geven. Wij moeten ouders laten inzien dat ze winnen door te verliezen, door hun kinderen af te staan.

'Dat is de paradox van de jeugdhulp. Ouders die zeggen: ik ben geen goede ouder, je bent beter af in een pleeggezin, ik blijf je moeder en ik kom je vaak opzoeken, maar nu zorgen zij voor jou, en je moet naar hen luisteren.'

Soms wordt die utopie bereikt. Van den Bosch schat dat dat gebeurt in een kwart van de gevallen, en in de toekomst meer, 'als we een duidelijker beleid voeren, de nare boodschap beter brengen en, dat is belangrijk, de ouders daarbij begeleiden'.

Langdurig onder toezicht stellen hoort daarbij. 'Die omslag naar ''afstaan is beter'' kunnen ouders nooit maken als je ze het gezag ontneemt. Als je dat doet, is het evenwicht verbroken; dan krijg je oorlog.'

Van Nijnatten is niet overtuigd. 'Dat is voor mij ten voeten uit de kinderbescherming die zijn macht niet durft te gebruiken. Je beledigt ouders niet als je zegt waar het op staat.

'Ontheffing is niet beledigender dan ondertoezichtstelling. Het is weer een typisch voorbeeld van zachte heelmeesters.'

Meer over