Oudere Berio lijkt zich steeds kleiner te maken

Aan het vermoeide gelaat was het niet te zien, maar in kamer 102 van het Rotterdamse conservatorium zetelde donderdag een gelukkige componist....

ROLAND DE BEER

Van onze verslaggever

Roland de Beer

ROTTERDAM

Hij onderwees hoe je van een eigen compositie (Sequenza VII) een ander stuk kunt maken (Chemins IV). Wees een opname die hij zelf had gedirigeerd uitgeput van de hand. Liet een betere komen die geleid was door Pierre Boulez, en gelastte zijn laatste onderwerp af: de manier waarop hij incomplete Schubertfragmenten onder de titel Rendering aaneen had gesmeed.

Luciano Berio. Zeventig jaar, en bekaf van alle Beriofeesten.

In de Doelen luisterde hij 's avonds naar de wereldpremière van zijn Sequenza 13 door de accordeonist Teodoro Anzellotti. Het was de bekroning van een festivalweek waarin al zijn Sequenza's werden uitgevoerd. De afsluitende Nacht van Berio zou Berio niet meer meemaken, want in Siena wachtte hem vrijdag een eredoctoraat. In New York volgt hij vandaag een cd-project met alle Sequenza's die hij vanaf 1958 heeft voltooid. Nu en dan hoopt hij nog te kunnen werken aan een opera - en aan een paar Sequenza's, voor slagwerk, cello, hoorn.

Avantgardisten; de nog levenden zijn populair. Boulez' zeventigste wordt wereldwijd gevierd. De dirigent Esa-Pekka Salonen lanceert binnenkort een meerjarenproject rond Ligeti. En de aartsvaderstatus van Stockhausen is onverminderd - getuige het jongste nummer van het Britse blad The Wire, waarin Stockhausen een aantal hem toegezonden house- en technotapes van vermanende commentaren voorziet.

Gelukkige componisten waren het, de jongens die na de oorlog het vak ingingen en de muzikale grammatica totaal overhoop haalden.

Zoals Roland Barthes zijn literaire voorvader Voltaire l'écrivain heureux noemde omdat die zijn schrijverschap in het juiste tijdperk mocht uitoefenen, een era van universele waanzin, zo kunnen de componisten van nu met afgunst de blik vestigen op de omstandigheden waarin de generatie van Boulez en Berio groot werd.

In de tijd van wederopbouw ging dat verbluffend snel. Vooral Duitsland had compositorische inhaalbehoefte, en het sprak haast vanzelf dat de avantgarde veelal aan de slag ging in Duitse studio's, vernieuwingen bediscussieerde in Darmstadt, en premières etaleerde op Duitse podia. Die waren vaak omgeven met schandaal, maar dat kwam het zelfbewustzijn ten goede.

Zoals Roland Barthes niet tornde aan Voltaires kritische genie, zo hoeven Theo Verbey, Jan van de Putte en alle andere componisten die de Rotterdamse Kunststichting aan het werk heeft gezet om de Berio-stukken in het festival ConSequenze te omlijsten met nieuw werk (een prachtig idee), niet te twijfelen aan de moed en de fantasie van Berio - wat ze van lucky Luciano verder ook mogen vinden.

Waar ze wel jaloers op mogen zijn, is op de ruimte die de jonge Berio in zijn vroege Sequenza's pardoes in bezit nam. Berio's verkenningen van de mogelijkheden van telkens één instrument waren uitputtend en soms epochmakend. Neem de vijfde Sequenza voor trombone uit 1965: de snelle switch van dempers en registers, de geschreeuwde en gezongen geluidproduktie van de speler door de buis, het seriële tonenstramien; de 'materiaalvernieuwing' was verbluffend en quasi-compleet, en briljant genoteerd. Aan de ironische expressie (Berio herdacht de clown Crock) zal aan de analyseborden destijds nauwelijks aandacht zijn besteed. Het was een bijprodukt, waarvan achteraf kan worden vermoed dat het bij Berio des te vrijer kon uitgroeien naarmate de intellectuele 'verkenning' verstrekkender was.

Veel materiaal valt er nu niet meer te vernieuwen, en met het groeien van de reeks Sequenza's is niet alleen het verkennende karakter verminderd, maar is ook de muzikale uitdrukking bescheidener.

Bescheiden in dubbel opzicht bleek Berio's nieuwe sequenza voor accordeon, ondertiteld Chanson. Berio zoekt het hier in pianissimo-pasteltinten, zonder het pianissimo te radicaliseren. De overheersende toonbeweging is de dalende kwart, zonder dat dit de vorm domineert. Niets domineert. Omspelingen en vriendelijke linkerhandakkoorden zijn het toverwoord. Niet gespeend van lyriek en milde ironie, is Sequenza XIII een lief ding, knap vervaardigd. Een en al goede smaak. Pretentieloos.

Een pas of de plaats, of een teken dat de meester het welletjes vindt? Wie Anzellotti in hetzelfde programma Goebajdoelina's onthutsende De profundis hoorde spelen, had reden tot nadenken. De akkoorden van Mauricio Kagel in het ironiserende Episoden, Figuren waren ook heel wat treffender, en zelfs het gesjor aan de accordeonbalg in Globokars Dialog über Luft had iets welsprekenders.

De terughoudendheid waarmee Berio in Rendering Schubert-schetsen heeft vervat, was voorbeeldig. In Frankrijk ging Mozarts onvoltooide opera Zaïde onlangs in een door Berio gecomponeerde, schroomvallige omlijsting. Het Concertgebouworkest speelt deze week een door Berio tot klarinetconcert getransformeerde Brahms-sonate. De oudere Berio lijkt zichzelf steeds kleiner te maken.

Meer over