Oude wegenbouwer maakt de balans op

IN 1981 HEEFT Gerrit Komrij het roemruchte sonnet 'De moeder de vrouw' van Martinus Nijhoff ('Ik ging naar Bommel om de brug te zien/ Ik zag de nieuwe brug') onherstelbaar verbeterd in 'Het water de stank': 'Er was veel rommel op de brug te zien./ Ik zag onder de brug',...

Dat blijft gissen. Helaas is die ongewisheid over IJlanders bedoelingen structureel. Tegelijk met de nieuwe roman komt een herdruk uit van IJlanders debuut De kapper uit 1988: een sterk verhaal over een bejaarde ramenfabrikant, wiens leven door een geheimzinnige coiffeur op zijn kop wordt gezet.

Juist doordat in De nieuwe brug eveneens een gepensioneerd man, ditmaal de wegenbouwer Buys, door toedoen van een gemotoriseerde en met piercings versierde jeugdige agressieveling met een vermeende misstap uit zijn verleden wordt geconfronteerd, krijgt de lezer de vergelijking met het debuut bijna opgedrongen. Het hoge woord was er daarnet al uit: De nieuwe brug is aanmerkelijk minder spannend.

De wegenbouwer-in-ruste, die ook nog maar kort weduwnaar is, wordt gehoord in een parlementaire enquête omdat sprake is geweest van gesjoemel met overheidsgelden. Dat gold ook voor de aanleg van de bewuste Waard sebrug in 1981, waartegen nog is geprotesteerd door twintig milieu-activisten die zich 'auto-nomen' noemden. Er heeft zich toen nog een akkefietje voorgedaan. Een van de actievoerders, een jonge vrouw, werd door een bulldozer geraakt en liep hersenletsel op. Buys had de opdracht gegeven die lui door de mobiele eenheid te laten verwijderen. Hij was niet verantwoordelijk voor het ongeval, wat niet wil zeggen dat hij zich niet schuldig voelt.

Nu hij thuiszit, een oude man alleen met zijn labrador Boris, voelt hij de behoefte om op zijn bekende zakelijke wijze de balans van zijn leven op te maken. Met zijn kinderen heeft hij geen nauwe band onderhouden, met zijn vrouw waren er wel eens spanningen, al met al heeft hij te veel aandacht aan zijn werk besteed - had misschien meer moeten dénken dan doen. Tunnels en bruggen bouwen was mooi, maar voor die Waardsebrug is een stuk puur natuur geofferd, terwijl de gedachte dat de vooruitgang ermee gediend was, ook een misvatting is gebleken. Het verkeer trekt bij voorkeur over de Komrijbrug.

Vooruitgangsdenken is ook niet alles, kan Buys verzuchten. Vanaf dat moment wordt hij geterroriseerd (om niet te zeggen gedemoniseerd) door die brutale motorrijder, die hem op stille ogenblikken opbelt met de verzekering dat hij 'gaat hangen'. Waarom? Buys heeft misschien niet alles goed gedaan, maar altijd wel naar beste vermogen. Hij is een goeiige lobbes, die van de weeromstuit begint te roken en te drinken en mogelijk belastende papieren gaat verbranden. Zelfs zoekt hij de motorrijder (Dingo genaamd) op in een hasjtent, en geeft de kerel en diens weirde vriendinnetje Chantal 'smartengeld'. Dingo is de zoon van de vrouw die in 1981 aan het hoofd werd geraakt. Hij is uit op wraak namens haar. Zij is inmiddels overleden.

Schuldgevoel is iets anders dan schuld. Mij werd maar niet duidelijk waarom Buys de politie niet inlicht over Dingo's tijken, vooral niet daar hem weinig te verwijten valt. Buys komt erachter dat de gedreven 'auto-noom' Maarten Ketel de bulldozer heeft bestuurd. Ironisch genoeg is hij nu als aanstormend politicus bekend van de Brede Milieupartij. Hém moet Dingo hebben. Ketel hád zelfs wat met Dingo's moeder, dus misschien is de getroebleerde jongeling zijn kind. Een en ander mondt uit in de moord op een politicus, begaan door de zoon van een milieuactiviste. Komt ons dat niet bekend voor? Enigszins wel ja, maar de verwijzing naar Volkert van der G. en Pim Fortuyn is even frappant als gratuit.

Gijs IJlander, wat wildet gij toch? De suspense is in De nieuwe brug van een dubieuze substantie. Tussen de wereld van Buys en die van Dingo wordt geen brug gebouwd die de lezer mee over móet gaan, omdat de plot zulks zou afdwingen. Buys is te aardig en Dingo te dom om ze geboeid, ja geketend te volgen. En het ware drama speelt zich niet eens af tussen die twee.

IJlanders uitvoerige weergave van het verhoor door de parlementaire enquêtecommissie neigt naar satire. Commissielid Willem Manshanden doet met zijn populistische showgedrag denken aan Rob Oudkerk tijdens de Bijlmer-enquête ('Manshanden keek langzaam de zaal in: ''En dan hebben wij het dus over het geld van de belastingbetaler'', zei hij langzaam.'), maar alweer: wat moeten wij met die herkenning? Bedoelt IJlander dat de eerlijke Buys een verdachte wordt, omdat oprechtheid nu eenmaal kwetsbaar maakt? Die indruk hadden we zonder De nieuwe brug óók al. Nogmaals: ik begrijp niet waar de auteur naartoe heeft gewild. Nu hou ik er over op.

Meer over