Oude Shaf

'Ik ken de kroegen, kathedralen, van Amsterdam tot aan Maastricht. Toch zal ik elke dag verdwalen, dat houdt de zaak in evenwicht.' Twee regels uit 'Laat me', dat Herman Pieter de Boer bijna twintig jaar geleden op het lijf van Ramses Shaffy schreef....

Vorige week trad de 64-jarige artiest op in de Amstelkerk. Onvoorspelbare concerten, had de organisatie met lichte huiver op de aanplakbiljetten geannonceerd. Want je weet het maar nooit, met de grote kleinkunstenaar. Komt hij wel? Is hij beneveld? Weet hij na de pauze de weg naar het podium nog te vinden? Allemaal ongewisheden, die de loopbaan van de hartstochtelijke chansonnier hebben begeleid sinds zijn eerste optreden in het Nieuwe De La Mar in 1959.

Het had Mary Dresselhuys, Jeroen Krabbé, Maarten van Roozendaal en ons niet belet naar de kerk te komen, die voor de gelegenheid werd overkoepeld door een glansrijke regenboog. Het was stil in Amsterdam.

Welnu, Ramses had hem goed om. Hij nam plaats achter de piano, pingelde een eind weg, vroeg zich hardop af in welke toonsoort hij in hemelsnaam bezig was, legde uit hoe ingewikkeld het is te denken om drie voetpedalen, nieste, kuchte, mummelde, hoestte, giechelde, gromde, vroeg verschoning omdat hem een openingsregel ontschoten was, ontspoorde halverwege nog een keer, moduleerde herhaaldelijk levensgevaarlijk, en zong, vocht, huilde, bad, lachte, werkte en bewonderde: precies wat we hadden kunnen verwachten, maar tegelijk griezelig van onvoorspelbaarheid.

Hij was het helemaal. En hij speelde en zong. En raakte ons vol en diep. Met Hohoho, Kukeleku, Blablabla, MmMmMm en regels die wij zelf nooit zonder schaamteblossen op de wangen zouden durven uitbrengen. Ik kwam als een veulen in november. Jij bent mijn mooiste liefdesbrief. Ik zing dit lied voor jou alleen. De tijd breit aan de lachrimpels zorgelijke rimpels bij. De wereld heeft mij failliet verklaard. We zullen doorgaan. Maar ik kan ook naar de Griekse disco, met jonge lieden zus of zo, dan is het feest, dan is het pret, met een oude Shaf op het parket.

Natuurlijk trok ook 'Laat me' voorbij. De tekst van Herman Pieter de Boer heeft in de loop der jaren drie wijzigingen ondergaan. Ik zal ook wel een keertje sterven, daar kom ik echt niet onderuit. Ik laat mijn liedjes dan maar zwerven, en verder zoek je het maar uit, is minder zorgeloos gevolueerd naar En zoek jij er maar eentje uit. . .

Ook is Voorlopig blijf ik nog jouw zanger, jouw zwarte schaap, jouw trouwe fan in de animale metaforiek gebleven met Jouw zwarte schaap, jouw trouwe geit. En dan het slot: Laat me, laat me, laat me mijn eigen gang maar gaan. Laat me, laat me, ik heb het altijd zo gedaan, kreeg een consequente omkering door middel van: Ik heb het nog nooit zó gedaan. De Boer heeft eerder opgemerkt dat het slot daardoor volkomen onbegrijpelijk is geworden. Een vergissing. De voltallige Amstelkerk had er geen enkele moeite mee. Geen twee uitvoeringen van eenzelfde lied zijn exact hetzelfde. Anders hadden we net zo goed thuis een cd kunnen opzetten. Zo rafelig en onvast had Ramses zijn lijflied nog nooit gezongen. Wij hadden dat inderdaad nooit eerder zó gehoord, en beloonden de man hiervoor met een hartwarm applaus.

Wij lieten hem.

Arjan Peters

Meer over