Analysetoeslagenaffaire

(Oud-)politici hebben veel uit te leggen tijdens verhoor toeslagenaffaire, vooral Asscher

Er werden maar weinig handen in eigen boezem gestoken tijdens de eerste verhoorweek over de affaire rondom de kinderopvangtoeslagen. Topambtenaren konden de schuldvraag makkelijk doorschuiven. Komende week zullen (oud-)politici het moeilijker krijgen.

Minister Eric Wiebes (links) praat met Lodewijk Asscher (2015).  Beeld ANP
Minister Eric Wiebes (links) praat met Lodewijk Asscher (2015).Beeld ANP

De eerste verhoorweek van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag heeft een aantal interessante inzichten opgeleverd. Eén daarvan is dat het niet verstandig is uitvoering en wetgeving bij verschillende ministeries onder te brengen. De toeslagenaffaire leert dat zo’n scheiding niet bijdraagt aan het probleemoplossend vermogen van de ambtenarij. Voor de topambtenaren die vorige week in het verhoorbankje plaatsnamen heeft die bureaucratische aberratie achteraf alsnog een voordeel: die maakt het een stuk makkelijker iemand anders de schuld in de schoenen te schuiven.

De handen gingen maar beperkt in de eigen boezem. De meeste getuigen gaven weliswaar toe dat ze bepaalde dingen anders hadden moeten aanpakken, maar de hoofdschuldige in dit drama is niet hun eigen organisatie. De leidinggevenden van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), verantwoordelijk voor de kinderopvangwetgeving, wijzen collectief met de beschuldigende vinger naar de uitvoerder, de Belastingdienst. ‘De fraudeaanpak is gruwelijk ontspoord, maar ja, dáár gingen wij bij SZW niet over.’ De managers van de Belastingdienst/het ministerie van Financiën opperen dat de oorzaak toch vooral in de wetgeving zit. ‘En tja, dáár gaan wij niet over. Als uitvoerder zijn wij nu eenmaal verplicht de wet te volgen.’

Op één punt weten ambtenaren van elk gezindte elkaar gelukkig wel te vinden: in de gedeelde opvatting dat een groot deel van de schuld bij de kabinetten-Rutte en de Tweede Kamer gezocht moet worden. Na deze week weten we of de betreffende politici dat ook vinden. Vier huidige en drie voormalige bewindspersonen moeten zich de komende dagen onderwerpen aan een kruisverhoor van de parlementaire waarheidszoekers. Maandag staan oud-staatssecretaris Frans Weekers, minister Eric Wiebes en PvdA-leider Lodewijk Asscher op het programma. Later in de week volgen nog minister Tamara van Ark, oud-staatssecretaris Menno Snel, minister Wopke Hoekstra en premier Mark Rutte.

Aftreden Weekers

Weekers moest begin 2014 aftreden vanwege de problemen bij de dienst Toeslagen. Wiebes volgde hem op als staatssecretaris van Financiën en had het dossier tot eind 2017 onder zijn hoede. Asscher was minister van SZW in het kabinet-Rutte II. In die hoedanigheid was hij als wetgever verantwoordelijk voor de kinderopvang. Van Ark droeg die verantwoordelijkheid van 2017 tot 2020 als staatssecretaris van SZW.

Geen van de opgeroepen (oud-)politici zal zich op het verhoor verheugen, want in feite hebben ze als beleidsverantwoordelijken allemaal gefaald in dit dossier. Geen van hen heeft het toeslagendrama kunnen voorkomen, hoewel ze tijdens hun bewind allen signalen kregen dat er zaken misliepen. Op voorhand lijkt Asscher echter het grootste politieke afbreukrisico te lopen. De PvdA-leider zal zich maandagmiddag met lood in de schoenen naar de Enquêtezaal in de Tweede Kamer begeven.

Asscher kan negatieve publiciteit rondom zijn persoon missen als kiespijn nu hij als lijsttrekker inzet op een forse zetelwinst voor zijn partij bij de Tweede Kamerverkiezingen. Als sociaal-democraat is hij bovendien extra kwetsbaar voor imagoschade in een affaire waarbij de overheid zich hardvochtig heeft opgesteld tegenover kwetsbare burgers.

Veel gedupeerden van de toeslagenaffaire hebben een laag inkomen en behoren tot de traditionele doelgroep van de PvdA. Voor VVD’ers als Wiebes en Rutte is het waarschijnlijk minder problematisch om als nietsontziende fraudejager te worden afgeschilderd, dan voor een politicus die zichzelf afficheert als iemand die opkomt voor de zwakkeren in de samenleving.

Het probleem is dat de PvdA’er echt wel wat te vrezen heeft van de ondervragingscommissie. Op zijn minst komt zijn passiviteit als minister volop in de schijnwerpers te staan. De commissie heeft Kamerstukken aan de vergetelheid ontrukt waaruit klip en klaar blijkt dat Asscher de oplossing van het kernprobleem vanaf 2014 op de lange baan schoof. Tussen 2014 en 2016 hebben Kamerleden hem diverse malen gewezen op de disproportioneel hoge invorderingen van de Belastingdienst.

Ouders die (een deel van) hun verplichte eigen bijdrage niet hadden betaald, of bepaalde bewijsstukken niet konden overleggen, moesten hun héle kinderopvangtoeslag terugbetalen. De terugvorderingen bedroegen in sommige gevallen – relatief vaak waren dat mensen met een laag inkomen – wel 25 keer de niet betaalde eigen bijdrage.

Alles-of-niets-aanpak

Asscher is meerdere keren uitdrukkelijk gewezen op de gevolgen van die alles-of-niets-aanpak. Toenmalig SP-Kamerlid Tjitske Siderius legt tijdens een Kamerdebat in september 2014 de vinger precies op de zere plek: ‘Als je aanspraak wilt maken op de kinderopvangtoeslag krijg je als ouder onvoorziene ellende met de Belastingdienst. Ouders worden achteraf geconfronteerd met grote bedragen die zij moeten terugbetalen. Wat gaat de minister doen om deze ellende op te lossen?’ De SZW-minister antwoordt nogal formalistisch dat hij bezig is met een (vele jaren durende) stelselwijziging. Vervolgens legt hij de verantwoordelijkheid bij Eric Wiebes, want die gaat als staatssecretaris van Financiën immers over de uitvoering.

De PvdA-leider zal opgelucht adem hebben gehaald toen een voormalige directeur-generaal van zijn ministerie, Marcelis Boereboom, tijdens zijn verhoor afgelopen donderdag verklaarde dat Asscher een cruciale notitie waarschijnlijk nooit heeft gezien. Die notitie van eind 2014 bevatte een voorstel van de Belastingdienst om de invorderingspraktijk aanzienlijk te verzachten, zodat ouders niet meer met zulke hoge terugvorderingen te maken kregen.

Dat zijn ambtenaren verzuimden het voorstel naar hem door te geleiden, pleit Asscher niet per se vrij. Wiebes heeft het voorstel destijds namelijk wél onder ogen gekregen en er zijn goedkeuring aan gegeven. De commissie zal Wiebes zeker vragen of hij het destijds met Asscher heeft besproken. Zo niet, waarom heeft hij er dan niet meer achteraan gezeten? Waarom heeft Asscher de terechte zorgen van Kamerleden niet serieuzer genomen? Waarom pakte Van Ark in 2018 niet door toen ook zij op het probleem werd geattendeerd?

Op basis van de verklaringen van de topambtenaren in de eerste verhoorweek is de strekking van de antwoorden niet moeilijk te raden. ‘Met de kennis van nu had ik die signalen veel serieuzer moeten nemen.’ Of: ‘Met de blik van vandaag moeten we erkennen dat we veel eerder hadden moeten ingrijpen.’ Bij zowel ambtenaren als politici ontbrak het totaal aan een gevoel van urgentie.

LEES OOK

Het eureka-moment in de toeslagenaffaire? Zelfs daarover verschillen de betrokkenen van mening
Het schuurt zichtbaar tussen de twee oud-topmanagers van Financiën tijdens de vijfde verhoordag over de toeslagenaffaire.

Meer over