INTERVIEWYola Wanders

Oud-gevangenisdirecteur Yola Wanders: ‘Je hoeft niet streng te zijn, dat is het regime al’

null Beeld Linelle Deunk
Beeld Linelle Deunk

Yola Wanders is net afgezwaaid als directeur van de PI Vught, waar terroristen en de zwaarst beveiligde gevangenen van Nederland zitten. Ze wil een inkijkje geven in hoe het er daar aan toe gaat. Duidelijk maken waarom eenzame opsluiting niet te lang kan duren en waarom ze vindt dat de politiek minder angstig voor de samenleving moet zijn.

Yola Wanders vertrekt geen spier als de vuist van Mohammed B. richting haar gezicht zwaait. Soms heeft de gevangenisdirecteur iets schrikachtigs, nu blijft ze kalm staan. Het is 2017 en ze is naar zijn cel op de terroristenafdeling gekomen met een boodschap: het bidden op de luchtplaats moet nu echt stoppen.

B., die in Vught een levenslange gevangenisstraf uitzit na de moord op columnist Theo van Gogh, is ziedend. ‘Jij komt niet tussen mij en mijn God’, schreeuwt hij. ‘Ik bepaal met wie, waar en wanneer ik bid!’

In de voorafgaande weken hebben gevangenen tijdens het luchten ineens op luide toon opgeroepen tot gebed. Pure provocatie, leek het. Ook in de huiskamer en de fitnessruimte vielen gedetineerden spontaan op hun knieën richting Mekka.

Wanders vreesde dat het gedrag zich als een olievlek zou verspreiden. Dus greep ze in. Bidden gebeurt tijdens een gebedsdienst met de imam, waarschuwde ze. Of in de eigen cel. Niet in de gemeenschappelijke ruimtes van de gevangenis. Die zijn neutraal.

De gedetineerden luisterden niet. Dus staat directeur Wanders nu met vier collega’s voor de cel van Mohammed B. om zijn straf bekend te maken.

Uit het niets stapt hij naar voren. En haalt uit.

Zijn vuist gaat vlak langs haar gezicht en knalt tegen de muur naast haar.

‘Nou ben ik er klaar mee’, zegt Wanders boos. ‘Dit is einde gesprek.’

Een paar minuten later staat ze een cel verderop bij de volgende dwarsligger, en vliegen de speekselspetters opnieuw in haar gezicht.

Teckel

Bijzondere anekdotes over Yola Wanders (63) zijn er in overvloed, blijkt uit gesprekken met bronnen in de gevangenis en met vier advocaten met cliënten op de PI Vught. Zelf gaat de gevangenisdirecteur niet in op incidenten met individuele gevangenen.

In plaats daarvan vertelt ze in de bar van hotel Van der Valk over haar nieuwe teckel. Ze kocht het beestje toen ze in mei met pensioen ging, om zichzelf te behoeden voor ‘het zwarte gat’. ‘Medewerkers van de gevangenis zeiden: je moet hem Takkie noemen’, grinnikt Wanders. Niet naar de hond van Jip en Janneke, maar naar Ridouan T., de man die haar laatste werkjaar op z’n kop zette.

Elf jaar lang was Wanders als directeur veiligheid verantwoordelijk voor de twee politiek gevoeligste gevangenisregimes van het land: de terroristenafdeling (TA) en de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught. Alles wat daar gebeurde, kon de volgende dag op de voorpagina staan. Een probleem in Vught gaf doorgaans ‘gelijk veel gedoe’ voor de minister.

De gebouwen staan hemelsbreed tweehonderd meter van elkaar. In het ene regime zitten voor terrorisme veroordeelde mannen als Mohammed B., Gökmen T. en Hardi N., die met aanslagen een bloedbad wilden aanrichten. In het andere de zwaarste criminelen van het land, onder wie Ridouan T. en Willem Holleeder.

Tussen dat soort types bewoog Wanders zich elf jaar lang. Met haar hoogblonde haar, kleurige blazers en moderne brilmontuur stak ze vrolijk af tegen het grijze beton van de gevangenismuren.

Wanders heeft altijd gepleit voor openheid. ‘Iedereen wil weten: wat doen jullie nou? Als je dat niet vertelt, gaan mensen het zelf bedenken.’ Dus gidste ze talloze bezoekers door de gevangenis, van rechters tot studenten, om te laten zien hoe op de terroristenafdeling wordt geprobeerd leiders van meelopers te scheiden en hoe zelfs binnen het zware regime van de EBI plaats is voor menselijkheid.

Haar pogingen ook in het openbaar opener te zijn, sloegen stuk op de muren van het ministerie van Justitie, dat vreesde voor gedoe. Media-optredens werden haar ontraden.

Nu is ze met pensioen en kan ze zelf beslissen over interviews. In drie gesprekken van in totaal tien uur, vertelt ze openhartig wat zich achter de schermen in Vught afspeelt.

Het is soms een worsteling. ‘Dit moet je maar niet opschrijven’, zegt ze dan. Ze wil de privacy van de gevangenen niet schenden. Ze wil de minister niet in de problemen brengen. Ze wil niet de oud-directeur zijn die het achteraf allemaal beter weet.

Tegelijkertijd is dit het moment om haar verhaal te doen. ‘Ik zou de mensen een inkijkje willen geven in hoe het er echt aan toe gaat. Vooroordelen wegnemen. En misschien iets meegeven aan de politiek: is het wel slim, hoe we dit doen?’

Geruisloos vertrekken zou een gemiste kans zijn. Want het waren elf ongelooflijke jaren.

PI Vught. Beeld Linelle Deunk
PI Vught.Beeld Linelle Deunk

Rauwe haat

Soms heb je van die dagen, zegt Wanders, die blijven je voor altijd bij. De dag van de gemiste vuistslag van Mohammed B. was er zo een. De rauwe haat in de ogen van de gevangenen. De agressie. Het sterke gevoel dat ze haar doodwensten. Dat maak je niet vaak zo heftig mee.

Niet dat Wanders in haar lange gevangeniscarrière spanning is tekortgekomen. Het begint in 1989 in het Drentse Hoogeveen. Ze is 32 jaar en doktersassistent bij de GGD als ze hoort dat er een nieuwe gevangenis opent in de buurt. Er worden honderden nieuwe medewerkers gezocht.

Wanders houdt wel van avontuur en solliciteert op een functie als bewaarder. Dat ze geen diploma’s in die richting heeft, is geen bezwaar. Ze moet wat tests doen ‘om te kijken of je op een normale manier met mensen overweg kunt.’ Later hoort ze dat zij van alle kandidaten de enige is die rustig haar kopje koffie opdrinkt tijdens het sollicitatiegesprek. Ze wordt aangenomen.

Als lid van het interne bijstandsteam, een soort ME van het gevangeniswezen, staat Wanders in die beginjaren met schild en wapenstok vooraan bij dreigende opstanden. Haar nuchtere houding werkt ontwapenend in de justitiële wereld. Ze herinnert zich een gedetineerde, ‘zo’n dramatisch type’, die haar vraagt om een touw ‘want ik wil mezelf ophangen’. ‘Ik zei: ik zal kijken of ik er een kan vinden. Je kunt zoiets niet tegen iedereen zeggen, maar soms werkt het wel.’

Ze klimt pijlsnel op in de organisatie, van bewaarder naar afdelingshoofd tot gevangenisdirecteur in Veenhuizen. In 2009 wordt ze benoemd tot directeur veiligheid van de PI Vught. Vanaf dat moment is ze ook verantwoordelijk voor de regimes op de terroristenafdeling en de EBI, de zwaarst bewaakte inrichting van Nederland. ‘Dat is wel gewijde grond, waarop je dan loopt.’

Idealen

Wat zo ongelooflijk belangrijk is, heeft Wanders altijd gezegd, is dat gevangenen hun menselijkheid behouden. Dat er in de gevangenis geen extra leed wordt toegevoegd. Dat je geen strengere maatregelen neemt dan nodig.

Die vrouw, met die idealen, wordt dus directeur van de EBI. Het regime dat volgens gevangenen, advocaten en mensenrechtenorganisaties zo inhumaan is dat je er als gevangene wegkwijnt.

Ze was geïmponeerd toen ze er voor het eerst rondliep. Het is een ommuurde gevangenis binnen de gevangenis. Ontworpen om te desoriënteren. ‘Camera’s die je volgen, de beveiliging die vanuit de controlekamer bepaalt welke deuren wel of niet voor je openklikken. De kwaliteit van leven is er gewoon niet hoog.’

Een verblijf op de EBI is daarom altijd tijdelijk. ‘Je voelt geen wind in je gezicht. Je hebt bijna geen sociale contacten. We hadden iemand die tegen de spin in zijn cel begon te praten. Toen dacht ik wel: goh, dit begint wel erg op films te lijken.’

null Beeld Linelle Deunk
Beeld Linelle Deunk

Alle post wordt er gecheckt en bezoeken worden afgeluisterd om te voorkomen dat iemand andere criminelen kan aansturen. Sommigen mogen helemaal geen contact hebben met medegedetineerden. Willem Holleeder zat hier volgens zijn advocaat ongeveer vier jaar opgesloten zonder een andere gevangene tegen te komen.

‘Na verloop van tijd eist dat zijn tol’, zegt Wanders. ‘Het personeel kan met je sporten of praten op de luchtplaats. Maar dat is anders dan wanneer je met medegedetineerden bent.’

Ze luisterde altijd wel naar grieven van gedetineerden. ‘Ik heb een groot empathisch vermogen’, zegt ze. Op de EBI kan dat ook tegen je werken. ‘Een psychopaat voelt dat aan. Sommige praten je zo de hoek in. Dan zeg ik: joh, je bent me nu tien keer te slim af, ik weet het ook allemaal niet meer hoor.’ Je moet niet per se je gelijk willen halen, zegt ze, uiteindelijk bepaal je de regels toch zelf.

In 2015 berooft ex-motorbendelid Lau Geeraets zichzelf van het leven in de EBI, de nacht nadat hij tot levenslang is veroordeeld voor een dubbele moord. Geeraets verafschuwde het geïsoleerde leven in ‘Guantanamo Vught’. Zijn advocaten suggereren dat het strikte regime een rol speelde bij zijn zelfdoding.

Wanders heeft geworsteld met zijn dood, die de discussie over de EBI opnieuw deed oplaaien. Terugblikkend vindt ze het te ver gaan om het regime als oorzaak aan te wijzen. ‘Als je wordt aangehouden, je raakt je gezin kwijt, je geld, en je moet ook nog levenslang in de gevangenis. Dan maken sommige mensen de balans op van hun leven.’

In haar beginjaren was er meer maatschappelijke kritiek op de omstandigheden in de EBI. Nu de georganiseerde misdaad de laatste jaren is verhard, hoor je daar minder over.

‘Als er niks fout mag gaan, zijn alle regels geoorloofd’, zegt Wanders. ‘Dat is wel een beetje wat er op de EBI gebeurde. Toen ik daar net werkte, mochten gedetineerden geen kip eten: in een kip zit een botje, aan een botje zit een punt, daar kun je mee prikken. Dat je denkt: goh man, krijgen we dat.’

Overbodige regels heeft ze waar mogelijk versoepeld. Soms moet je volgens Wanders ‘een spade dieper kijken’ en een ‘afgewogen uitzondering’ maken. ‘Het is simpel om te zeggen: je mag geen kind op schoot, klaar. Maar dan kwam ik: kan dat niet anders, dat kind is 2, hij heeft dat kind nog nooit geroken of gevoeld. Dan kijk je samen hoe dat wel veilig kan.’

Juist binnen het zware regime van de EBI bestaat het risico dat je zware maatregelen snel als vanzelfsprekend beschouwt, zegt Wanders. Ze ziet het dan als haar verantwoordelijkheid om erop te wijzen dat eenzame opsluiting niet eeuwig kan duren.

Ook Willem Holleeder, vorig jaar veroordeeld voor zes liquidaties, mag nu af en toe weer sporten of een film kijken met medegedetineerden.

‘Veiligheid staat altijd voorop’, zegt Wanders. ‘Maar je moet blijven kijken of het nog van meerwaarde is dat je iemand zo lang apart houdt.’

Rondje door het huis

Op de terroristenafdeling maakte ze vaak ‘een rondje door het huis’, zegt Wanders. Dan hoor en zie je het meest. Langs de luchtplaats, in de keuken. ‘Even vragen: jongens, hoe zitten we erbij?’

In de huiskamer spreekt ze de mannen soms bijna moederlijk aan. ‘Dan zei ik: ja jongens jullie ontvangen mij hier wel, moet je eens kijken wat een vieze plakbende. Ik blijf straks gewoon aan de bank hangen.’

Of zo’n gevangene met een enorme baard – ze houdt haar handen voor haar opgeblazen wangen. ‘Dan zei ik: scheer die baard er toch eens af man. Mensen schrikken zich dood als je zo bij de rechter verschijnt, je lijkt Catweazle wel.’

Het is tijdens een van zulke bezoekjes dat een bezorgde gedetineerde haar vertelt dat het met de gevangenistelefoon maar niet lukt om zijn moeder in Syrië te bereiken. ‘Hij zei: ik wil zo graag laten weten dat het goed met me gaat.’

Ze ziet dat de man eronder gebukt gaat. ‘Ik dacht, ik heb een diensttelefoon, dan kunnen we ook daarmee wel contact opnemen.’

De man wil zijn moeder graag laten zien dat hij niet is uitgehongerd en niet onder de blauwe plekken zit. Het afdelingshoofd maakt opnamen in zijn cel. Met Google Translate vertaalt Wanders een berichtje en stuurt de beelden via Whatsapp naar Syrië. Meteen krijgt ze allerlei voicememo’s terug in jubelend Arabisch.

‘Als moeder kan ik me voorstellen hoe het is, als je kind aan de andere kant van de wereld in de gevangenis zit en je weet niet hoe het gaat. Stel je voor dat iemand dan de moeite neemt je dat te laten weten.’

Als Wanders deze anekdote vertelt aan tafel bij Van der Valk, zegt ze meteen daarna: schrijf maar niet op. ‘Ja nee, zoiets doe je toch niet, als directeur? Je daalt een beetje van je troon af.’

Ze wil niet soft overkomen, ‘ik ben geen Florence Nightingale’. De medemenselijkheid dient voor haar een doel: de samenleving veiliger maken.

Dus als een voor terrorisme veroordeelde gedetineerde haar vraagt om een vogel, zegt ze niet direct nee. De man veroorzaakt vaak problemen. Maar als hij een vogel krijgt, zo belooft hij, zal hij niemand meer tot last zijn. ‘Dan heb ik wat om voor te leven.’

De man krijgt nooit bezoek. Wanders vindt een uitzondering op zijn plaats. Dus maakt op een goede dag een kleurige dwergpapegaai zijn entree op de terroristenafdeling. Zoals ze bij anderen kinderfoto’s bekijkt, zo bewondert ze bij deze man zijn vogel. ‘Zorg je er wel goed voor? Je maakt hem toch niet heel erg radicaal, hè?’

Yola Wanders: ‘Veiligheid staat altijd voorop. Maar je moet blijven kijken of het nog van meerwaarde is dat je iemand zo lang apart houdt.’ Beeld Linelle Deunk
Yola Wanders: ‘Veiligheid staat altijd voorop. Maar je moet blijven kijken of het nog van meerwaarde is dat je iemand zo lang apart houdt.’Beeld Linelle Deunk

Menselijke maat

Rond de terroristenafdeling heeft ze een strijd moeten leveren voor de menselijke maat. De aparte vleugel is in 2006 opgericht na de opkomst van de Hofstadgroep, waartoe Mohammed B. behoorde. Sindsdien komt iedere gedetineerde voor een terroristisch misdrijf in hetzelfde, afgezonderde regime terecht. Het idee is dat zij zo gewone gedetineerden niet kunnen radicaliseren.

De regels op de TA zijn vooral in de beginjaren veel strikter dan in een reguliere gevangenis: gedetineerden zaten veel meer tijd op cel, mochten bezoek alleen achter glas zien en werden bij elke trip naar de rechtbank gevisiteerd (tot in de anus gecontroleerd op verboden spullen).

Als vanaf 2014 met de opkomst van IS meer en meer extremisten worden opgepakt, ziet Wanders de terroristenafdeling ineens snel volstromen. Was de Hofstadgroep nog een overzichtelijk netwerk, nu is het een mix van ‘Syriëgangers, vrouwen, psychisch gestoorden, aanslagplegers, ideologen en slappelingen’.

Ze ziet dat meelopers en twijfelaars zich laten opzwepen door de hardliners. ‘Sowieso zijn het broeders van elkaar. Kom je nieuw binnen, welkom, je bent een van ons, en dat daar’ – ze maakt een wegwerpgebaar – ‘dat is de staat. Het leek soms of er een gang tegenover ons stond.’

Wanders merkt dat het strenge regime werkt ‘als een soort bootcamp’. ‘Detentie geldt in hun geloofsbeleving als een beproeving. Hoe zwaarder het regime, hoe zwaarder de beproeving, hoe groter de beloning aan het einde van de rit.’

Tekenend is een groepsgewijze honger- en dorststaking tegen de strenge regels. Waarom doe je dit toch, vraagt Wanders aan een van de uitgehongerde jongens, als ze een stukje met hem oploopt. ‘Mevrouw, ik kan niet anders’, zegt hij. Als hij niet meedoet, krijgt hij de groep over zich heen.

Zijn detentie is dus onveilig, constateert Wanders. Haar besef groeit dat ze op de TA de verkeerde keuzes maken.

In 2015 zoekt ze het hogerop. ‘Ik heb op het hoofdkantoor gezegd: ik kan zo niet verantwoordelijk zijn voor dit regime. Mensen gaan er veel radicaler uit dan ze erin komen.’

Er wordt naar haar boodschap geluisterd. Advocaten met veel cliënten in Vught, zeggen dat Wanders het verschil heeft gemaakt. ‘Ze heeft echt hart voor de zaak’, zegt André Seebregts. ‘Ze ging vaak tegen de politiek in en kwam op voor de belangen van gedetineerden.’ ‘Vroeger werd ik bijna dagelijks gebeld door cliënten die klaagden over de bejegening’, zegt advocaat Bart Nooitgedagt. ‘Dat gebeurt nu veel minder vaak.’

Het grote verschil is dat veiligheidsmaatregelen nu per persoon worden bekeken, zegt Wanders. ‘De één is echt gevaarlijk, die krijgt alle veiligheidsmaatregelen.’ Iemand als Gökmen T., die in 2019 om zich heen schoot in een Utrechtse tram, is niet te vergelijken met een verdachte van terrorismefinanciering. ‘Die hoeft misschien niet elke keer gevisiteerd te worden als hij op transport gaat.’

Nog beter zou het zijn, zegt Wanders, als je ‘lichtere gevallen’ kunt plaatsen in een reguliere gevangenis. Daar is minder groepsdruk om monomaan met religie bezig te zijn. ‘Voor sommigen is een omgeving met niet-radicale islamitische gedetineerden misschien wel heel goed. Die willen niet de hele dag over het geloof praten, maar over vrouwen, auto’s en voetbal.’

IJzerzaag

Het is opmerkelijk, constateert Wanders droogjes, dat je elf jaar lang tussen ‘de gevaarlijkste boeven’ loopt, maar het meest last hebt van Den Haag. ‘Politieke hijgerigheid’, noemt ze het.

Ze geeft een voorbeeld uit 2015. Een beruchte crimineel op de EBI overhandigt een bewaarder een stukje ijzerzaag. Hij heeft de hele avond lopen zagen aan de stalen lamellen voor zijn raam, maar hij kan er niks mee. Er zitten geen tandjes meer aan. De man biecht dus maar op dat hij een verboden voorwerp heeft, voor hij er gedonder mee krijgt.

Wanders laat de zaak onderzoeken. Het ding blijkt de EBI te zijn binnengekomen via de schoenen van een andere gevangene. Hij had het op de plek gestopt van een cambreur – een ijzeren plaatje in de zool. Eigenhandig haalt Wanders de schoenen door de röntgenscanner. Bijna niet te zien, concludeert ze. Een vervelend incident, had niet mogen gebeuren. Maar geen halszaak.

Des te groter is haar schrik als De Telegraaf een tijdje later kopt: ‘EBI zo lek als een mandje’. In het artikel wordt gerept van een gedetineerde die al een eind op weg was met het doorzagen van de tralies van zijn cel. D66-Kamerlid Gerard Schouw heeft het in Kamervragen over ‘serieuze risico’s voor de veiligheid’.

‘Door de media-aandacht wordt dit zo groot dat zelfs de minister zich ervoor moet verantwoorden’, zegt Wanders. ‘Terwijl het nog geen piketmelding waard is. Denk je nou echt dat je met een ijzerzaagje uit de EBI kunt komen?’

De gevoeligheid van alles wat er op de terroristenafdeling gebeurt, is zo mogelijk nog groter. Ze maakt een boenende beweging met haar handen: ‘Zo’n departement zit vol met poetsvisjes, die alles rondom de minister smetvrij willen houden.’

Het gevolg is bijvoorbeeld dat Wanders aan de gedetineerden op de TA moet uitleggen dat de lessen klassiek Arabisch worden geschrapt, nog geen twee weken nadat ze zijn begonnen. Er is anderhalf jaar nagedacht over de taalcursus, er zijn deskundigen geraadpleegd. ‘Het idee was dat je aan de hand van de oertaal goed de discussie zou kunnen voeren: wat lees je nou precies in die Koran? Ze hebben natuurlijk altijd die gemanipuleerde versie te horen gekregen. Het was taalles, maar ook een manier om te spiegelen.’

Op last van de minister wordt de cursus ‘patsboem’ beëindigd. De angst was, zegt Wanders, dat lessen Arabisch op de TA door de maatschappij niet zouden worden begrepen.

Zo bemoeit politiek Den Haag zich vaker tot in detail met de terroristenafdeling. Boeken van een middeleeuwse korangeleerde, die met goedkeuring van deskundigen in de gevangenisbibliotheek staan: na Kamervragen verwijderd. Schietspelletjes die in elke andere gevangenis mogen worden gespeeld: ineens verboden. ‘Terwijl je blij moet zijn als een extremist wil gamen in plaats van de hele dag koranverzen zitten reciteren.’

Wat politici volgens Wanders niet beseffen: deze besluiten versterken het radicaliseringsproces. ‘Mensen voelen zich achtergesteld als je zegt: die moordenaar verderop mag wel op zijn spelcomputer, maar jij hebt bruine ogen, jij zit op de TA, jij mag dat niet. Daarmee wordt hun gevoel bevestigd: zie je wel, moslims worden slechter behandeld. Er ontstaan wrok en grief tegen het systeem. ’

Ze zou willen dat een minister wat vaker zegt: ‘Ik heb me laten adviseren door experts, dit is zoals we het doen in Nederland.’

Yola Wanders: ‘Denk je nou echt dat je met een ijzerzaagje uit de EBI kunt komen?’ Beeld Linelle Deunk
Yola Wanders: ‘Denk je nou echt dat je met een ijzerzaagje uit de EBI kunt komen?’Beeld Linelle Deunk

Schaamte

Er zijn momenten dat Wanders zich kapotschaamt voor haar gedetineerden. Zoals de avond van 4 mei 2019. Naast de gevangenis zijn bij voormalig Kamp Vught honderden mensen samengekomen om de doden te herdenken. En dan worden de 2 minuten stilte ineens overstemd door gejoel. Allahoe akbar, galmt het, Allah is groot.

‘Godverju, wat een ellende’, zegt Wanders. ‘Ik ben door de burgemeester gebeld die avond en ik voelde me er knap lullig om. Het is toch jouw afdeling, die zo verschrikkelijk tekeergaat.’ Je kunt je nog zo inspannen voor gedetineerden, maar dat betaalt zich niet altijd terug. Meestal niet, als ze eerlijk is.

Op de TA wordt gepoogd extremistische gevangenen op andere gedachten te brengen. ‘Wij proberen met imams en gedragsdeskundigen de mensen een spiegel voor te houden. Eigenlijk zijn we al heel gelukkig als ze gaan twijfelen: is het wel logisch, wat ik altijd heb gedacht?’

Deradicalisering is een mooi woord op papier, maar ze gelooft er niet in. ‘Het is een te hoog doel, een utopie.’ Liever spreekt ze van disengagement: ‘Wat je denkt, mag je zelf weten, zolang je maar met je poten van anderen afblijft.’

Er zijn ex-gedetineerden die het extremisme voorgoed lijken te hebben afgezworen: IS-aanhanger Laura Hansen, Jason Walters van de Hofstadgroep. ‘Maar verder heb ik weinig overtuigende voorbeelden. Er zijn wel mannen die hebben gezegd dat ze zijn gaan twijfelen, maar hoe oprecht dat was, weet je niet.’ Het kan ook handig uitkomen in een rechtszaak, om te doen alsof je van gedachten bent veranderd.

Een heftig voorbeeld van zo’n geveinsde deradicalisering is Hardi N., die in 2014 enige tijd vast zat op de TA Vught. Na zijn detentie maakte hij alle deskundigen wijs dat het heilige vuur bij hem was gedoofd. Dit jaar werd hij tot 17 jaar cel veroordeeld wegens het voorbereiden van een aanslag.

Wanders put enige hoop uit cijfers die erop duiden dat de recidive op de terroristenafdeling veel lager is dan in de normale gevangenis. Toch is ze er niet gerust op. ‘Het is niet zo dat ik denk, als ik ze sta uit te zwaaien: daar is weer iemand goed afgeleverd aan de maatschappij.’

Ridouan T.

Heeft ze zich in al die jaren weleens onveilig gevoeld, tijdens haar werk? Het was soms spannend, maar nooit zoals de laatste maanden voor haar pensioen. Toen werd het ‘beklemmend’.

Het is 19 december 2019 als Ridouan T. ’s nachts per helikopter in Vught wordt afgeleverd. De meest gezochte crimineel van Nederland wordt verdacht van het leiden van een meedogenloze criminele organisatie en het opdracht geven tot een serie liquidaties.

T. wordt ook gelinkt aan de liquidatie van Reduan B., de onschuldige broer van de kroongetuige in zijn strafzaak. En hij zou de moord hebben beraamd op Derk Wiersum, de advocaat van de kroongetuige. Dat mensen van buiten het ‘milieu’ worden vermoord om te intimideren, doet de rechtsstaat op zijn grondvesten schudden.

Als je dat allemaal leest, zegt Wanders, ‘dan denk je: oké, wat staat er nog meer te gebeuren?’

Ze merkt dat medewerkers zich unheimisch voelen, op een manier die ze niet eerder heeft gezien. De grote media-aandacht voor T.’s vermeende gruweldaden draagt daaraan bij. En dan schrijft het AD ook nog dat T. al voor zijn arrestatie handlangers heeft betaald om hem met zware wapens uit de EBI te bevrijden.

Uit de EBI is nog nooit iemand ontsnapt. Toch zijn alle beveiligingsmaatregelen nogmaals tegen het licht gehouden. ‘De EBI is een vesting’, zegt Wanders. ‘Daar kom je niet in. En als je er al in komt, dan kom je er niet meer uit.’

Dat neemt de angst bij sommige medewerkers niet weg. De een gaat op verzoek van zijn vrouw niet meer op de fiets naar het werk. De ander kijkt wat vaker in de achteruitkijkspiegel. Alle media-aandacht voor T. is onder hun huid gekropen.

‘Nondeju’, zegt Wanders. Het geldt ook voor haarzelf. Haar laatste maanden als directeur sluipt de angst erin. Ze vertelt over die keer dat ze voor haar huis parkeerde en een vreemde auto zag staan. ‘Daar zitten dan twee mannen in, ik dacht Marokkanen. Bijna die paniek. Ik durfde de auto niet meer uit. O...’

‘Kunnen we dit onderwerp even parkeren?’, vraagt ze ineens. Praten over onveiligheidsgevoelens is in het gevangeniswezen ongebruikelijk. Het maakt kwetsbaar, terwijl kwetsbaarheid tegenover gevangenen juist gevaarlijk is.

Ze praat toch door. ‘Binnen kun je tegenover een gevangene staan zonder bang te zijn. Hij kan onaardig zijn en me afsnauwen, maar dat is een gecontroleerde situatie. De onrust komt zodra je buiten bent. Dat je denkt: shit, rijdt die auto nou nog steeds achter me aan?’

Niet streng

‘Ik was geen vervelende directeur, geloof ik’, zegt Wanders. ‘Je hoeft ook niet streng te zijn, dat is het regime al.’ Ze hoopt dat gedetineerden haar hebben gezien als ‘een autoriteit die gevangenen serieus heeft genomen’.

Als ze op haar laatste dag de gevangenis uit rijdt, zwaaien de gewapende bewakers nog één keer. Zodra ze haar auto door de grote blauwe poort stuurt, voelt het alsof ze de mantel van haar functie afdoet. ‘Je bent ineens niets meer, je gaat bijna kaal naar huis.’

Het ‘ont-Vughten’, zoals ze het noemt, duurt nog voort. ‘Je nam honderdduizend beslissingen op een dag en ineens hoef je nog maar één ding te beslissen: wat eten we vanavond?’ Gelukkig heeft ze zichzelf die teckel cadeau gedaan.

Verschrikt kijkt Yola Wanders bij Van der Valk op haar telefoon. Het is al vier uur. Ze heeft eindeloos zitten praten. Nu moet ze er echt vandoor. ‘Mijn hond moet plassen.’

Meer over