Oud-directeur Olympique Marseille verbreekt stilzwijgen 'Tapie gaf opdracht tot omkoping voetbalclub'

PARIJS 'Er is wel degelijk sprake geweest van een omkooppoging bij de voetbalwedstrijd tussen Olympique Marseille en Valenciennes op 20 mei 1993, en wel in opdracht van Tapie, waarbij ik als tussenpersoon heb gefungeerd'....

Van onze correspondent

Sjoerd Venema

Twee jaar lang had de oud-directeur van de voetbalclub Olympique Marseille gezwegen. Daarmee nam hij de rol van zondebok op zich, ter bescherming van zijn vroegere baas bij 'OM', Bernard Tapie.

Maar nu, zo bezwoer hij, zou de waarheid eindelijk aan het licht komen. Het idee om een aantal voetballers van Valenciennes om te kopen was volgens Bernès enkele dagen vóór de wedstrijd geopperd door Tapie, in de eetzaal van zijn kapitale zeiljacht en in het bijzijn van meerdere Marseille-spelers. Onder deze spelers was Jean-Jacques Eydelie, een van de verdachten en kroongetuigen in het gisteren begonnen strafproces.

Volgens Bernès was het geld, dat later gevonden werd in de tuin van de Valenciennes-speler Robert, afkomstig uit de kas van Marseille. De penningmeester van OM zou het hem hebben overhandigd.

Tapie deed de verklaring van Bernès gisteren af als een verdedigingstaktiek. 'Als ik de advocaat van Bernès was, zou ik hem geadviseerd hebben hetzelfde te zeggen. Dat noem je het doorschuiven van de hete kroket' .

Tapie ging op de openingszitting van het langverwachte strafproces direct tot de aanval over. De procureur, die Tapie ervan beschuldigde de kwade genius te zijn achter de corruptiezaak, werd onmiddellijk luidkeels voor 'partijdig' uitgemaakt door de driftige zakenman-politicus.

Rechter Bernard Langlade dreigde Tapie daarop bij nieuwe ordeverstoring uit de zaal te zetten: 'Ik bepaal hier de gang van zaken en ik laat niet over me lopen'.

De nervositeit van Tapie is begrijpelijk. Voor de groothandelaar in louche affaires en juridische procedures is het corruptieschandaal rond Olympique Marseille de zaak waarmee hij het grootste risico loopt om achter de tralies te verdwijnen. Tapie wordt er niet alleen van verdacht de drijvende kracht te zijn achter de omgekochte voetbalwedstrijd, tevens zou hij in later stadium hebben getracht twee kroongetuigen te corrumperen.

De zaak begon op 20 mei 1993 met de door Olympique Marseille met 1-0 gewonnen uitwedstrijd tegen het Noordfranse Valenciennes. Nog tijdens de wedstrijd beschuldigde Valenciennes-speler Glassmann Marseille van een poging tot omkoping.

Aan de vooravond van de ontmoeting zouden voetballer Eydelie en directeur Bernès van Marseille vanuit hun motel telefonisch geld hebben geboden aan de Valenciennes-spelers Burruchaga, Robert en Glassmann in ruil voor de wedstrijdzege.

Alle betrokkenen wezen Glassmanns beschuldigingen verontwaardigd van de hand. Het onderzoek van zowel de Franse voetbalbond als justitie kwam aanvankelijk traag op gang, maar nadat in de tuin van Robert tachtigduizend gulden in een enveloppe werd gevonden, bekenden de drie betrokken voetballers een voor een. Alleen Bernès bleef zwijgen, ondanks de druk die tijdens een voorlopige hechtenis van een maand op hem werd uitgeoefend.

De mogelijke betrokkenheid van Tapie kwam voor het eerst ter sprake door een verklaring van de oudtrainer van Valenciennes, Boro Primorac. Tapie zou hem een maand na de wedstrijd hebben voorgesteld om tegen betaling de schuld in het omkopingsschandaal op zich te nemen. Tapie ontkende en beloofde een alibi 'van beton', dat echter al snel in duigen viel.

Vervolgens zou Tapie ook hebben getracht Eydelie tegen betaling op zijn verklaringen te laten terugkomen. Deze verklaring trok Eydelie, om onopgehelderde redenen, enkele dagen later weer in.

Bernès, die Tapie nu rechtstreeks in de vuurlijn plaatst, heeft al voorspeld dat de getuigenis van Eydelie een sleutelrol zal gaan spelen in het proces.

Meer over