Nieuws

Osmani tweede vrouwelijke president van Kosovo

Vjosa Osmani is de nieuwe president van Kosovo. Ze werd zondag in Pristina door het parlement gekozen op voorstel van regeringspartij Vetevendosje van premier Albin Kurti.

Vjosa Osmani (vooraan) wordt beëdigd als nieuwe president van Kosovo. Ze is daarmee de tweede vrouw die president wordt van het land.  Beeld AP
Vjosa Osmani (vooraan) wordt beëdigd als nieuwe president van Kosovo. Ze is daarmee de tweede vrouw die president wordt van het land.Beeld AP

Osmani is de tweede vrouwelijke president van Kosovo sinds het land in 2008 onafhankelijk werd van de Republiek Servië – een status die slechts door een deel van de internationale gemeenschap wordt erkend.

De 38-jarige Osmani kreeg 71 stemmen, een ruime meerderheid in de volksvertegenwoordiging die 120 leden telt. 82 afgevaardigden waren aanwezig, elf van hen gaven een ongeldige stem af.

Het ambt van president werd vorig jaar november vacant door het aftreden van Hashim Thaci. Hij stapte op na een aanklacht van het Kosovo Tribunaal. Thaci moet zich voor het gerechtshof in Den Haag verantwoorden wegens mogelijke oorlogsmisdaden, gepleegd tijdens de onafhankelijkheidsstrijd van de Kosovaarse Albanezen tegen Servië in 1998 en 1999.

Na het vertrek van Thaci nam Osmani als voorzitter van het parlement de honneurs al tijdelijk waar. De nieuwe president was tot juni 2020 vicevoorzitter van de liberaal-conservatieve LDK, toen regeringspartij, nu in de oppositie. Na een ruzie binnen de LDK verliet ze die partij. Voor de parlementsverkiezingen van februari stapte Osmani over naar de linkse hervormingspartij van Kurti en kwam hoog op de kandidatenlijst.

Corruptie

Kurti won de verkiezingen, werd premier en beloofde dat zijn regering de corruptie in het land zal proberen te bestrijden, de economische klappen van het coronacrisis zo goed mogelijk zal opvangen, maar ook dat Kosovo formeel zal vragen kandidaat-lid van de Europese Unie te worden.

Die wens is opmerkelijk, omdat Kurti tijdens zijn campagne had beloofd geen concessies meer te doen aan buurland en aartsvijand Servië. De EU heeft ‘normalisering’ van de relatie met buurland Servië al sinds 2011 als voorwaarde voor een eventuele toetreding gesteld.

Na de oorlog tussen Kosovo en Servië en de daaropvolgende onafhankelijkheid van Kosovo in 2008 leven de buurlanden in serieuze onmin met elkaar. Serviërs beschouwen Kosovo als bakermat van hun orthodoxe geloof en willen daarom geen afstand doen van het gebied; ze erkennen Kosovo niet eens als land. De Kosovaren daarentegen hebben veel meer affiniteit met Albanië en willen niet bij Servië horen. In Kosovo wonen ongeveer 1,8 miljoen mensen. Slechts 5 procent van hen is etnisch Servisch, ruim 90 procent van de bevolking is etnisch Albanees.

Het gevolg: een al ruim twaalf jaar durende ruzie die op vrijwel alle diplomatieke niveaus wordt uitgevochten. Zo zorgt Servië er via bondgenoot Rusland voor dat Kosovo geen lid kan worden van de Verenigde Naties en hief Kosovo een tijd lang een invoertarief van 100 procent op alle producten vanuit Servië. Ook was het, door een succesvolle Servische lobby, voor Kosovaren jarenlang onmogelijk het vakje ‘Kosovo’ aan te vinken bij registratie op Facebook.

Meer over