Oslo-akkoorden lege dop voor Palestijnen

BIJ DE triomfantelijke terugkeer van Yasser Arafat in Hebron slaakten velen een zucht van verlichting. Op de eerste plaats deden dat natuurlijk de Palestijnse inwoners van Hebron....

Het vredesproces zat in het slop sinds de zelfmoordaanslagen van begin vorig jaar in de straten van Jeruzalem en Tel Aviv en dreigde met de nipte verkiezingsoverwinning van de rechtse Netanyahu zelfs in drijfzand te belanden. Aanhangers van de akkoorden van Oslo hopen dat de dynamiek die het vredesproces na de ondertekening van de akkoorden kenmerkte, voorzichtig terug zal komen.

Aan beide zijden groeide in de loop der jaren het pessimisme. Over iedere komma van de invulling van de akkoorden werd dagenlang onderhandeld en bijna altijd wist de Israëlische delegatie de meeste winst te boeken. Niet alleen aan Palestijnse zijde was de deceptie groot.

De intocht van de PLO in de Gazastrook en de belangrijkste Palestijnse steden op de Westelijke Jordaanoever heeft niet de gewenste uitwerking gehad. Economisch is Palestina nog altijd volkomen afhankelijk van Israël, dat naar believen de grenzen kan sluiten voor arbeiders of consumptiegoederen. Het Palestijnse bestuur blijkt niet onder te doen voor dat van zijn Arabische collega's en blinkt uit in corruptie, machtsvertoon en wanbeheer.

Het is logisch dat de Oslo-akkoorden tegenwoordig vaker aan een kritisch onderzoek worden onderworpen. Een voorbeeld hiervan is de bundel Waar ligt de grens? van de Nederlandse Vereniging voor de Studie van het Midden-Oosten en de Islam. In een acht artikelen worden verschillende kanten van het vredesproces kritisch onder de loep genomen.

Zo komen de economische en volkenrechtelijke aspecten aan de orde en is een artikel gewijd aan de waterproblematiek die de landen in de regio tot samenwerking kan veroordelen of de oorzaak van nieuwe conflicten kan zijn. Ook zijn twee artikelen gewijd aan de grootste tegenstanders van het vredesproces. De fundamentalisten aan zowel joodse als islamitische zijde hebben immers totnogtoe, hoewel marginaal in aantal, door hun extremistisch gedrag het vredesproces verschillende malen weten te gijzelen.

In het bijzonder het artikel van Toby Ash over de Palestijnse economie is zeer kritisch ten aanzien van zowel de Palestijnse leiders als de afspraken die met de Israëli's zijn gemaakt. Zijn conclusie luidt dat een zelfstandige Palestijnse economie nauwelijks levensvatbaar is en Palestina op de lange termijn wordt gereduceerd tot een bron van goedkope arbeidskrachten voor Israël, een situatie zoals die in het verleden ook al bestond.

Onthullend is het artikel van de sociaal-geograaf Jan de Jong, getiteld 'Palestina na Oslo: de grens tussen soevereiniteit en afhankelijkheid'. Hij is het met oud-premier Peres eens, die in 1995 na de zoveelste onderhandelingsronde tegen een Israëlische krant verklaarde: 'We hebben de Palestijnen beetgenomen.'

Overtuigend laat De Jong zien hoe de Oslo-akkoorden passen in de al dertig jaar oude strategie van met name politici van de Israëlische Arbeiderspartij om zoveel mogelijk zeggenschap te verkrijgen over zoveel mogelijk land op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook, zonder de Palestijnse bevolking binnen de joodse grenzen te krijgen. Al begin jaren zeventig ontwikkelde minister van Defensie Yigal Allon een plan om de strategisch belangrijke gebieden op de Westelijke Jordaanoever te behouden en de door Palestijnen bevolkte gebieden kwijt te raken aan Jordanië.

Wie het toen geschetste kaartje naast de kaart uit de Oslo-akkoorden legt, slaat de schrik om het hart. Duidelijk is te zien hoe verwoestend de Israëlische bezetting is geweest. Het gebied is verworden tot een gatenkaas, waar kleine Palestijnse enclaves ingebed liggen in een web van Israëlische nederzettingen en een wegennet dat deze nederzettingen met elkaar en het Israëlische achterland verbindt.

Uit het afsluitende artikel van de samenstellers van de bundel, de politicoloog Paul Aarts en de historicus Mouin Rabbani, blijkt dat de bezette gebieden in de Oslo-akkoorden zijn verdeeld in drie delen. Gebied A, dat ongeveer 3 procent van de Westelijke Jordaanoever beslaat met de meeste Palestijnse steden, valt volledig onder Palestijns gezag. In Gebied B, waarin de meeste Palestijnse dorpen liggen, is het Palestijnse gezag verantwoordelijk voor de civiele zaken, terwijl Israël de 'interne veiligheid' voor zijn rekening neemt - een term die het naar eigen inzicht kan interpreteren. In de praktijk blijkt dat Israël onder het mom van veiligheid doorgaat met oude praktijken als het onteigenen van land, massa-arrestaties en het gebruik van willekeurig geweld.

Het grootste gedeelte van de Westelijke Jordaanoever, bijna 70 procent van de totale oppervlakte, is geclassificeerd als Gebied C en valt rechtstreeks onder Israëlisch bestuur. Het omvat de joodse nederzettingen (inclusief het centrum van Hebron), waterrijke gebieden, grensgebieden, hoofdwegen en de meeste gebieden buiten de Palestijnse stads- en dorpsgrenzen. Gebied C omsluit de twee andere gebieden en verdeelt deze in geisoleerde enclaves, die door de auteurs worden vergeleken met de Zuid-Afrikaanse bantoestans.

Uit het geheel van deze informatie blijkt overduidelijk dat de Oslo-akkoorden een afspiegeling zijn van de ongelijke machtsverhoudingen tussen Israëli's en Palestijnen. Israël heeft gebruik gemaakt van de zwakke positie van de PLO en gekozen voor een voortzetting van de hegemonie over grote delen van de bezette gebieden ten koste van een rechtvaardige oplossing. De PLO hoopte naïef dat er desondanks nog wel wat uit 'Oslo' te slepen was.

Steeds meer Palestijnen realiseren zich thans dat ze blij zijn gemaakt met een lege dop. Door critici om te kopen of in de gevangenis te gooien en de bevolking zoet te houden met af een toe een succesje, zoals de overdracht van Hebron, hoopt Arafat zijn achterban in het gareel te houden. Maar te vrezen valt dat, gegeven de huidige vredesregeling, steeds meer Palestijnen zich van de akkoorden zullen afwenden en 'Oslo' niet als een vredesregeling, maar als een dictaat gaan beschouwen.

Charles Schoenmaeckers

Paul Aarts & Mouin Rabbani (redactie): Waar ligt de grens? - Kritische beschouwingen over het vredesproces tussen Palestina en Israël.

Coutinho; 151 pagina's; ¿ 27,50.

ISBN 90 6283 028 5.

Meer over