Orchidee-kenners zijn kwalijke smokkelaars

Een bioloog neemt wat zeldzame gedroogde bloemen mee naar een collega in het buitenland en wordt aan de grens gearresteerd: geen juiste vergunning....

Door Willy van Strien

De twee onderzoekers overtraden daarmee de bepalingen van de Cites, de overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde, wilde dier- en plantensoorten. De onderzoekers en hun werkgever, de Leidse universiteit, kregen een boete en de universiteit gaf de twee voorwaardelijk ontslag, zo kwam vorige maand in het nieuws.

Het geval staat niet op zichzelf. 'Regelmatig botsen onderzoekers met Cites-regels en ze klagen dat die hun werk belemmeren', zegt drs. Chris Schürmann. Hij is secretaris van de Nederlandse Citescommissie die de overheid wetenschappelijk advies geeft.

Cites is in het leven geroepen om de internationale handel in bedreigde, wilde planten-en diersoorten te reguleren. De ruim dertigduizend soorten die onder de overeenkomst vallen, mogen zonder vergunningen geen grenzen over. Dat geldt voor levende en dode exemplaren en de producten die daarvan gemaakt zijn.

Onderzoeker dr. Bert Hoeksema, gespecialiseerd in koralen en verbonden aan natuurhistorisch museum Naturalis in Leiden, onderschrijft de bedoeling van de Cites, maar herkent de problemen. 'Onderzoekers willen vaak wat exemplaren van uitheemse soorten uit het wild halen en meenemen, of ze willen vroeger verzameld of gekweekt materiaal uitwisselen met collega's in het buitenland', zegt hij.

'Dat is niet tegen de geest van Cites, want ze verhandelen die planten en dieren niet. Als ze elkaar museummateriaal of gekweekt materiaal sturen, brengen ze het voortbestaan van die soorten niet in gevaar en als ze exemplaren in het wild verzamelen, zijn dat maar hele kleine aantallen. Bovendien komt hun werk vaak het natuurbehoud ten goede. Toch gelden de regels ook voor hen.'

Een land waar onderzoekers door Cites beschermde planten of dieren vandaan willen halen, moet een uitvoervergunning verlenen. Dat mag dat land alleen doen als een wetenschappelijke instelling heeft verklaard dat de gevraagde uitvoer geen schade doet aan in het wild levende populaties. De Europese Unie schrijft voor dat elke lidstaat waar het materiaal heen moet, vervolgens een invoervergunning afgeeft na een positief advies van de Cites-commissie.

'Dat is niet altijd dubbelop', zegt Schürmann. 'Sommige uitvoerlanden geven vergunningen af zonder wetenschappelijk advies in te winnen. Een tweede toets in dus zinvol.' Als het om onderzoek gaat, zijn de nodige vergunningen meestal gemakkelijk te krijgen, zeker voor mensen die verbonden zijn aan een wetenschappelijk instituut dat bij het internationale Cites-secretariaat in Genève staat geregistreerd als betrouwbaar.

In theorie kunnen onderzoekers dan ook goed uit de voeten. Maar er komt een hele papierwinkel bij kijken, en dat alleen al wekt weerstand. 'Bovendien zijn veel onderzoekers weinig bekend met de regels of ze onderschatten die', zegt Schürmann. 'Ze vragen de vergunningen wel aan, maar doen dat niet precies genoeg. Ze komen dan in de problemen als ze bijvoorbeeld iets meer meenemen dan wat in de vergunning staat. De ambtenaren die de invoer controleren, gaan formalistisch te werk en leggen een boete op zonder onderscheid te maken tussen een illegale handelaar en een goedwillende onderzoeker. Dat is een bron van irritatie en frustratie.'

Daar komt bij dat sommige landen strenger zijn dan Cites vereist en uitvoer van Cites-soorten voor onderzoek onmogelijk maken. Dat steekt onderzoekers, vooral als diezelfde landen weigeren om soorten waarmee grote economische belangen gemoeid zijn, in de Cites-lijsten op te nemen.

Zo valt mahoniehout pas sinds een jaar onder de overeenkomst. 'Bloedkoraal staat nog steeds niet op de Cites-lijst, wordt grootscheeps verhandeld en loopt gevaar te verdwijnen', zegt Hoeksema. Geen douane houdt dat tegen.

Meer over