nieuws

Orbán kondigt referendum aan om Hongaren achter zijn campagne tegen lhbti’ers te krijgen

Na de vluchtelingen, ‘Brussel’ en weldoener George Soros heeft de Hongaarse regering een nieuw doelwit uitgekozen voor een grote overheidscampagne: lhbti’ers. Premier Viktor Orbán schrijft een referendum uit over de vraag of kinderen mogen worden blootgesteld aan ‘propaganda’ over geslachtsverandering en homoseksualiteit.

Iemand houdt tijdens een demonstratie in Boedapest een beeltenis omhoog met daarop een gephotoshopte Viktor Orbán met een regenboogsjaal.  Beeld AFP
Iemand houdt tijdens een demonstratie in Boedapest een beeltenis omhoog met daarop een gephotoshopte Viktor Orbán met een regenboogsjaal.Beeld AFP

Het referendum, dat Orbán woensdag aankondigde op Facebook, zal uit vijf vragen bestaan waarvan de formulering veel, zo niet alles weggeeft over de gewenste antwoorden. ‘Bent u voorstander van deelname van kinderen aan schoolactiviteiten over seksuele oriëntaties, zonder toestemming van de ouders?’, zo luidt de eerste. Bij vraag vier mogen kiezers aanvinken of ze voor- of tegenstander zijn van de ‘ongecontroleerde’ verspreiding van filmpjes of berichten die de ‘seksuele ontwikkeling’ van kinderen zou kunnen beïnvloeden.

De volkspeiling volgt op een controversiële wet van enkele weken geleden die de promotie van homoseksualiteit (en andere niet-heteroseksuele geaardheden) in educatieve filmpjes en boeken uitbant. Een eerdere grondwetswijziging liet aan duidelijkheid niet te wensen over: voor Hongarije bestaat een gezin uit een man en een vrouw.

De Europese Commissie maakte onlangs bekend dat ze een zogeheten inbreukprocedure tegen Hongarije begint; de wet druist volgens commissievoorzitter Ursula von der Leyen in tegen de Europese kernwaarden. Na de zoveelste ruzie dreigt het geduld onder regeringsleiders met Hongarije en die andere dwarsligger, Polen, steeds verder op te raken.

Afleidingsmanoeuvre

Dat de 58-jarige Orbán nu met deze aankondiging komt, is om twee redenen veelzeggend. Op de eerste plaats wordt zijn Fidesz-regering er sinds begin deze week van verdacht dat ze op grote schaal advocaten, journalisten, burgemeesters en andere kritische stemmen heeft laten afluisteren met de zogeheten Pegasus-spyware van een Israëlisch bedrijf. Een aantal ministers reageerde met een halfslachtige ontkenning. Oppositielid Péter Jakab noemde het referendum een ‘duidelijke afleidingsmanoeuvre’.

Met de aankondiging gaat Orbán hard in de tegenaanval, zoals hij al ruim een decennium doet in de Europese arena. Bij kiezers maakt hij zich geliefd als een soort politieke kooivechter, knokkend voor het in zijn ogen kleine en geïsoleerde Hongarije. ‘De bureaucraten in Brussel bedreigen ons’, verklaarde hij woensdag. ‘De toekomst van onze kinderen staat op het spel, dus we kunnen Brussel niet zijn zin geven.’ West-Europa schilderde hij af als een goddeloze streek waar ‘lhbti-activisten’ de scholen afstruinen om kinderen hun ideeën over seksualiteit op te dringen. ‘Alleen de gezamenlijke wil van het volk kan Hongarije beschermen.’

Splijtzwam voor de oppositie

Reden nummer twee heeft alles te maken met de politieke agenda: in april volgend jaar zijn er parlementsverkiezingen. Orbán gaat dan op voor zijn vierde achtereenvolgende termijn en trapte woensdag in zekere zin zijn campagne af. Hij weet dat het thema lhbti een splijtzwam is voor de oppositie. De Jobbik-partij – ooit extreemrechts, inmiddels centrumrechts – stemde voor de genoemde wetswijziging, terwijl de rest van de oppositie hard op de rem trapte. De premier weet: hoe meer de campagne om culturele thema’s draait, hoe moeilijker het voor de oppositie wordt om de handen ineen te slaan.

Vijf jaar geleden schreef Orbán een vergelijkbaar referendum uit over een EU-verdelingsplan voor gestrande vluchtelingen in Italië en Griekenland. Ook toen waren de vragen uiterst suggestief. Ruim 98 procent van de stemmers keerde zich toen tegen de verplichte opname van vluchtelingen, maar door de lage opkomst (44 procent) was die uitslag niet bindend.

Meer over