drie vragen

Orbán dreigt met veto op olieboycot om Brussel zoveel mogelijk geld te ontfutselen

De Hongaarse premier Viktor Orbán dreigt met een veto op het olie-embargo dat deel uitmaakt van de sancties waarmee de Europese Unie Rusland straft voor de oorlog in Oekraïne. Na meer dan een week zitten de onderhandelingen muurvast. Wat wil Orbán? Drie vragen.

Arnout le Clercq
De Hongaarse premier Viktor Orban ontving afgelopen maandag voorzitter van de Europese Commissie  Ursula von der Leyen in Boedapest.  Beeld EPA / ANP
De Hongaarse premier Viktor Orban ontving afgelopen maandag voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen in Boedapest.Beeld EPA / ANP

Premier Orbán zegt dat Hongarije niet akkoord kan gaan met dit sanctiepakket. Waarom niet?

Stoppen met het importeren van Russische olie is volgens Orbán een ‘atoombom op de Hongaarse economie’. Hongarije ontvangt volgens de regering 65 procent van zijn olie uit Rusland, via de Droezjba-pijpleiding uit Rusland. Omdat het land niet aan zee ligt, zijn alternatieve olieleveranties per schip geen optie, aldus de Hongaarse regering. Woensdag zei de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken Péter Szijjártó een volledige uitzondering te willen op olieleveranties per pijpleiding, nadat premier Orbán eerder een overgangsperiode van vijf jaar had geëist.

Hongarije heeft wel een andere mogelijkheid, de Adria-pijpleiding. Die loopt naar de Kroatische kust, waar olie per schip arriveert. Maar omdat het verwerkingsproces van deze olie verschilt van de Russische olie waar Hongaarse raffinaderijen normaal mee werken, vraagt dit om technologische vernieuwing. Daar hangt volgens de Hongaren een behoorlijk prijskaartje aan. Het oliebedrijf MOL, waarvan de Hongaarse staat een belangrijke aandeelhouder is, raamt de kosten op 480- tot 670 miljoen euro.

Overigens is Hongarije niet het enige land dat bezwaren heeft geuit tegen het ambitieuze sanctiepakket. Tsjechië en Slowakije hebben evenmin toegang tot de zee en zijn ook afhankelijk van de Droezjba-leiding. Slowakije ontvangt zelfs 95 procent van zijn olie uit Rusland. De Europese Commissie komt deze landen tegemoet, blijkt uit de voorlopige plannen: in plaats van de oorspronkelijke overgangsperiode van zes maanden krijgt Tsjechië tot juni 2024 om over te stappen, Slowakije en Hongarije tot eind 2024. Maar dat gaat Orbán niet ver genoeg.

Is de economische schade werkelijk zo groot als de Hongaarse regering voorspiegelt?

Met die ‘atoombom’ valt het volgens deskundigen wel mee. De economische noodzaak van Russische olie wordt door Orbán overdreven, zegt Wojciech Konończuk, vicedirecteur van het Centrum voor Oostelijke Studies in Warschau. ‘Het is een kwestie van politieke wil.’ Het is in principe mogelijk om binnen twee jaar te stoppen met Russische olie, ook voor Hongarije. De technologische mogelijkheden zijn er, net als een alternatieve bron: de Adria-leiding. ‘Als Hongarije enkel de Droezjba-leiding zou hebben, was het een ander verhaal.’

Milan Nic, onderzoeker Centraal-Europa bij de Duitse Raad voor Buitenlandse Betrekkingen, onderstreept het belang van politieke wil. Maar we moeten de economische realiteit van Hongarije niet uitvlakken. ‘Veel meer dan Tsjechië en Slowakije heeft Orbán zijn economische model op olie gebaseerd.’ MOL is onder Orbán uitgegroeid tot vlaggeschip van de Hongaarse economie. ‘De winst van MOL is belangrijk voor Hongarije.’ En zonder goedkope Russische olie komt die winstmarge in gevaar.

Orbán dankt zijn populariteit deels aan lage energielasten door overheidsregulering. Sinds november zit er ook een prijsstop op benzine. Tijdens de campagne voor de verkiezingen in april herhaalde Orbán dat de gewone Hongaar niet mag opdraaien voor de kosten van de oorlog in Oekraïne. Het kunstmatig laag houden van de prijs kost MOL bakken met geld als het bedrijf afziet van olie uit Rusland, die ongeveer een derde goedkoper is dan olie uit andere bronnen. Orbán is niet enkel uit op financiering voor de transitie, maar wil dit prijsverschil zo lang mogelijk te gelde maken.

De Hongaarse economie als zodanig loopt minder gevaar dan Orbán de wereld wil laten denken, stelt Nic. ‘Het economisch model van lage kosten waarmee Orbán regeert, dát loopt gevaar. Hij wil niet stoppen met Russische olie, en als het dan toch moet, vindt hij dat de EU ervoor mag betalen.’ De Hongaren verhoogden woensdag hun inzet in het politieke pokerspel met de Europese Commissie. Bij monde van minister Szijjártó zeggen ze nu ‘honderden miljoenen dollars’ te willen. Een Hongaars veto op het sanctiepakket zou historisch zijn, niet eerder blokkeerde Orbán sancties tegen Rusland. Onderzoeker Nic verwacht dat er uiteindelijk een deal komt. ‘De grote vraag is: hoeveel gaat het kosten?’

Steekt er ook nog iets anders achter Orbáns strategie?

Orbán wil zijn huid duur verkopen in Brussel, en dat heeft te maken met het uitblijven van ander EU-geld. De Europese Commissie houdt de hand op de knip van het coronaherstelfonds (7,2 miljard euro) vanwege zorgen over de rechtsstaat. Onlangs is ook het zogenoemde rechtsstaatsmechanisme ingezet, waarmee de Commissie de geldstroom kan bevriezen bij vermoedens van ondeugdelijke besteding van EU-geld (zoals corruptie).

Voor Hongarije is dit een dubbel probleem: het land is binnen de EU netto-ontvanger uit de meerjarenbegroting en kampt op dit moment met financiële problemen, onder meer vanwege een roekeloos fiscaal beleid om kiezers te behagen voor de verkiezingen in april. ‘De Hongaarse regering heeft echt geld nodig’, zegt oud-parlementariër Zsuzsanna Szelényi. Tegenwoordig is ze verbonden aan het Democracy Institute in Boedapest en doet ze onderzoek naar Hongaarse politiek.

Volgens betrokkenen blijven zaken als het coronaherstelfonds in de onderhandelingskamer gescheiden van het olievraagstuk. ‘Dat betwijfel ik’, zegt Szelényi. ‘Daar komt bij: al het geld dat ze kunnen krijgen, is welkom.’ Vanwege de weinig transparante boekhouding van de Hongaarse regering komt het in een grote pot terecht, aldus Szelényi. Orbán weet dat de EU functioneert op basis van consensus en zal het spel hard blijven spelen. ‘Voor de Commissie is dit een moeilijke positie. Want als je Hongarije extra geld geeft, hoe leg je dat uit aan andere landen?’