Opvoeden

Opvoeden is voordoen, en verder eigenlijk niks

Het hoogtepunt van onze eerste kinderloze vakantie was toch wel het moment dat wij op een Italiaans stationnetje zeven jongens met stinkende rugzakken begroetten, onder wie onze zoon. Het was niet de bedoeling, maar hun trein kwam langs, ze hadden honger en ze zochten een slaapplaats, dus waarom niet. Mijn moederhart sprong op, na twee weken krampachtig níet bellen en nachtelijke bezorgdheid – drank, drugs, messentrekkers, geniepige bacteriën – , maar we slaagden erin om te doen of het zomaar een gezellige avond in Lucca was. Dat was het ook trouwens.

Sullig
De volgende ochtend namen we afscheid; ik slikte mijn bemoeizuchtige raad in en klemde mijn kind aan de borst alsof ik hem voor het laatst zag. Sullig zwaaiden we ze na. We voelden ons oud, een echtpaar in een keurig pension. Maar een paar uur later zagen we ze, in de verte, in het stadje lopen. Een van hen liep met een opengeklapte reisgids en las iets voor.

Zuipen
Een ander – verdomd, het was mijn zoon – wees naar de gevel van een renaissancekerk; de rest keek leergierig omhoog. Ik schoot in de lach. Het leek wel of ze een toneelstukje opvoerden. Jarenlang had mijn zoon zich onder luid protest laten meeslepen naar ‘stomme ouwe stadjes’, met hun gruwelijk saaie musea. Honend onderging hij ellenlange rondleidingen in cultuurtempels. En nu stond hij, zich onbespied wanend, wijsneuzig iets te debiteren over renaissancegevels. Ontzettend schattig eigenlijk, die 17-, 18-jarigen met hun gidsje. Die avond zouden ze gewoon weer zuipen en feesten, maar nu deden ze aan cultuur; voor eeuwenoude kerken toon je ontzag. Dat hadden ze kennelijk, stelde ik verbaasd vast, ‘van huis meegekregen’.

Opvoeden is voordoen, en verder eigenlijk niks. Niet dat ik een opvoeding pas geslaagd vind als kinderen gotische dakbogen van renaissancekoepels kunnen onderscheiden, of Proust lezen. Zo geweldig was mijn opvoeding niet, eerder een aaneenschakeling van goede bedoelingen, vergissingen en inconsequenties. Maar alles waarvan je wilt dat kinderen het niet doen – comazuipen, kettingroken, mensen treiteren, gierig zijn, dwangmatig shoppen, lamlendig rondhangen, bedriegen, oplichten – zal je zelf moeten nalaten. Dat is vrij moeilijk.

Opvoeder
Niet iedereen heeft het gemerkt, maar minister Rouvoet van Jeugd & Gezin leidt dit hele jaar lang een ‘opvoeddebat’. Deze maand is de stelling: ‘Iedereen is opvoeder.’ Rouvoet betreurt het dat ouders er in ‘onze geïndividualiseerde samenleving’ moederziel alleen voor staan; familieleden, buren en leraren zouden zich ook met opvoeden moeten bemoeien.
Wat een verschrikking voor een kind: overal die opvoeders op je nek. Op het voetbalveld leer je pingelen, op gitaarles akkoorden, op school aardrijkskunde en Frans van iemand die z’n best doet, maar uiteindelijk niet verantwoordelijk is. Die professionele afstand is juist goed.

Liefde kun je niet afschuiven of afkopen. Alleen als er onvoorwaardelijk van je is gehouden, kun je zelf liefde geven. Liefdeloosheid is helaas erfelijk. De rest van de opvoeding is op goed geluk een beetje aanrommelen.

null Beeld
Meer over