Opvang van jonge vluchtelingen stelt speciale eisen 'Oorlogskind rukt soms been van pop af'

Er zijn geen kleine wc'tjes en de moeders komen al om half twaalf hun kinderen halen. Dat zijn de enige dingen die verraden dat Pika Poko geen gewone kinderopvang is, maar onderdeel van het asielzoekerscentrum in Nijmegen....

MARIA HENDRIKS

Van onze verslaggeefster

Maria Hendriks

ARNHEM/NIJMEGEN

Opvang- en onderzoekscentra - waar vluchtelingen eerst terecht komen - en alle asielzoekerscentra hebben een vorm van kinderopvang. De ouders werken weliswaar niet, maar zijn wel druk met juridische procedures of hun voorbereiding op een definitief verblijf.

De opvang in de centra houdt meestal het midden tussen een peuterspeelzaal voor twee- en driejarigen - die een paar uur per dag open is - en een dagopvang voor kinderen van nul tot vier jaar. Sommige centra kopen plaatsen in een bestaande crèche zoals het AZC in Bergum. Maar meestal is er iets ontwikkeld op eigen terrein.

Opvang voor de kinderen die nog niet naar school gaan, is er altijd. Soms is er ook naschoolse opvang. Een aantal AZC's organiseert speciale activiteiten voor tieners. In Hellevoetsluis kunnen de 12- tot 16-jarigen eens in de week sumo-worstelen, touwtrekken of tafeltennissen.

De asielzoekerscentra hebben ieder hun eigen richtlijnen voor groepsgrootte, aantal begeleiders en de inrichting van de ruimte. Meestal zijn er een of twee professionele krachten die leiding geven aan een groep vrijwilligers en stagiaires.

Steeds meer asielzoekerscentra hebben integratie hoog in het vaandel staan en vinden dat de kinderen beter kunnen deelnemen aan activiteiten en clubjes buiten het centrum.

Maar gewone opvang is voor vluchtelingenouders niet te betalen. Nijmegen heeft dat in Pika Poko opgelost met zes plaatsen voor kinderen van binnen en zes voor kinderen van buiten het centrum.

Om tien uur zitten twaalf kinderen en drie leidsters rondom de lage tafel en wachten op elkaar voordat ze aan hun fruithapje beginnen. Als het drinken op is, worden er liedje gezongen. Ro Hong doet net zo hard mee met Hoedje van papier als Mehmed en Gijs.

Volgens Lian van Driel en Wout Voskamp, de twee professionals, onderscheiden de vluchtelingen-kinderen zich niet van de Nijmeegse. Ze worden door hen ook niet anders behandeld. Het enige is misschien dat vluchtelingenbaby's niet gewend zijn in een bedje te slapen, omdat ze op hun moeders arm slapen of bij de ouders in bed.

In Arnhem coördineert Evelien Ketz alle opvang voor nul- tot twaalfjarigen. Ze krijgt hulp van zes vrijwilligers en stagiaires. 's Ochtends de baby's die te jong zijn voor de gemengde peuterspeelzaal op het terrein. Daarna de overblijf voor scholieren wier ouders naar Nederlandse les zijn. 's Middags crèche voor nul- tot vierjarigen en na school en op woensdagmiddag de naschoolse opvang.

De opvang is opgezet om de ouders te ontlasten, maar Ketz vindt dat het voor de kinderen een tweede thuis moet zijn, waar ze zo min mogelijk merken van de spanningen die er thuis vaak zijn. 'We hadden een Iraans gezin dat twee keer was afgewezen en die kinderen maakten veel ruzie en overheersten elkaar. Dan praten we met ze en geven ze de aandacht die ze thuis missen.'

Toch komt Ketz niet veel problemen tegen. 'Soms wordt in de poppenhoek een ruzie thuis uitgespeeld. Dan zorgen we dat het kind weer rustig wordt en leiden het af met: mag ik bij jou komen theedrinken?

'In het verleden zag je wel Somalische kinderen een been van een pop afbreken. Maar we hebben nu geen oorlogsvluchtelingen meer in huis.'

Ketz ziet geen grote verschillen met Nederlandse kinderen, al brengen vluchtelingenkinderen natuurlijk hun eigen cultuur mee. 'Sommige jongens accepteren de stagiaires niet omdat ze ''niet maar een meid luisteren''. Die maken we duidelijk dat het hier anders werkt.

'Je merkt ook dat kinderen niet gewend zijn om te spelen. Ouders vertroetelen hun kinderen en knuffelen veel, maar bijvoorbeeld doen alsof, dat kennen ze niet. Als we op muziek door het bos lopen en doen alsof we kleine muisjes zijn, merk je dat die kinderen zich moeilijk kunnen inleven. Die ouders gaan niet met hun kinderen zogenaamd pannenkoeken bakken, die kinderen helpen écht mee in de keuken.'

Meer over