Opstand tegen het onbegrijpelijke

Ergernis over onbegrijpelijke kunst is niet alleen van deze tijd. Honderd jaar geleden lag dezelfde ergernis ten grondslag aan de geboorte van de totalitaire kunst.

OLAF TEMPELMAN

De leider staat vastberaden in een landschap met opkomende zon. De zon heeft een duidelijke achtergrondfunctie. Het gaat om de leider, niet om de zon en al helemaal niet om het weiland. Ook toeschouwers met ongetraind oog kunnen er niet aan twijfelen.

Op ander canvas laten soldaten zich door de leider toespreken. Dit discours zal hen, alles wijst erop, naar de overwinning voeren. Gespierde mannen met brede kaken brengen ondertussen grootse dingen tot stand in imposante industriële landschappen. En tussen geüniformeerde jongens en meisjes bloeit de liefde. Geïnspireerd door, jazeker, hem.

Kunst, zo wil de klassieke definitie, toont ons het waarachtige. Totalitaire kunst is goed in het onwaarachtige. Hier zien we hoe mensen in het echt niet zijn.

Schilderijen met dit soort taferelen staan tegenwoordig met duizenden te verstoffen in kelders en opslagruimten van musea in Moskou, Sint-Petersburg en Sverdlovsk. Een dikke halve eeuw geleden was het anders. Canvas met de leider bij zonsopgang en geüniformeerde verliefden hing toen in de belangrijkste zalen van de Sovjet-musea. In die tijd waren het werken van Chagall en Kandinski die stonden te verstoffen in de opslagruimten. Zij waren decadente individualisten van vroeger die zich van het volk hadden vervreemd met onbegrijpelijk werk. Beter kon het volk kijken naar Gerasimov, Laktenov en Nalbandian. Tegenwoordig mogen die namen vergeten zijn, ooit waren zij gevierde schilders die zich op canvas wel begrijpelijk konden uitdrukken.

Dictatuur is het exces van wat je altijd en overal om je heen ziet, schreef de Roemeens-Duitse Nobelprijswinnares Herta Müller. Dictaturenkunst is de ontploffing van frustraties die er altijd zijn, schrijft de Joods-Russische kunsthistoricus Igor Golomstock in Totalitarian Art. Na afloop is het meest abstracte als in een alchemistisch proces getransformeerd in het hoogst conventionele.

Golomstock betreurt dat zoveel totalitaire kunstwerken tegenwoordig lastig toegankelijk zijn. Incidentele tentoonstellingen in het Westen en overgebleven werk in oude Sovjet-musea bieden hoogstens gekuiste selecties. De rigoreusheid waarmee totalitaire kunst wordt verborgen staat haaks op de relevantie die het genre heeft.

De laatste decennia lijkt het in de westerse wereld een heimelijke bron van nostalgie. Hier steken kunstenaars nog een hand uit naar het publiek. Hier heeft kunst nog een opvoedkundige rol. Hier helpt zij nog betere mensen te creëren. Totalitaire kunst, dat is geen kunstkunst en evenmin amusement.

Ergernis over onbegrijpelijke kunst is niet alleen van deze tijd. Maar zodra het adjectief 'onbegrijpelijk' klinkt, doet het slapende totalitaire beest een oog open.

In de jaren vijftig konden schoolklassen in de Sovjet-Unie de namen van de meesters van de totalitaire kunst opdreunen. Igor Golomstock werkt in die tijd in het Poesjkin Museum in Moskou en leidt kinderen rond. Bij elke vastberaden Stalin-snor roepen die meteen 'Gerasimov!'. Op een kwade dag klapt Golomstock in de bibliotheek van het museum een verboden plankje naar beneden. Daar stuit hij op een exemplaar van het officiële kunsttijdschrift van nazi-Duitsland, Kunst im Dritten Reich.

Op een van de gereproduceerde schilderijen luistert een familie aan tafel naar een toespraak van de leider wiens portret ook aan de muur hangt. 'Van wie is dit werk?', vraagt Golomstock de schoolklas. 'Laktonov!', roepen de kinderen. 'Goed kijken', zegt Golomstock. 'Gerasimov!', roepen de kinderen. 'Let op de snor', zegt Golomstock. En dan zien ze het: hier zit geen stevig Stalin-dons onder de neus. Deze leider heeft een klein Charlie Chaplin-vierkantje, het is de Führer.

Golomstock - in 1929 geboren in een Joodse familie in Siberië - was opgegroeid met de propaganda dat nazi-Duitsland net zo veel verschilde van de Sovjet-Unie als kwaad van goed. Kunst im Dritten Reich was een eerste indicatie van het tegendeel. Een fascinatie was geboren.

Ontplofte frustraties

Dictaturenkunst is de ontploffing van frustraties die er altijd zijn, schrijft Joods-Russische kunsthistoricus Igor Golomstock in Totalitarian Art, waarvan onlangs een geheel herziene versie is verschenen. Het nieuwe werk toont illustraties die tot voor kort niet beschikbaar waren. Uitgever: Overlook/Duckworth, € 36,45

undefined

Meer over