Opstand der Spaanse horden

Heel Spanje lijkt na dertien jaar te hoop te lopen tegen de eens zo geliefde premier Felipe Gonzalez. 'Het Felipismo is een besmettelijke ziekte', schrijft het dagblad El Mundo....

CEES ZOON

Hoezo ga je het niet redden? zei Bill Clinton tegen Felipe González na de begrafenis van Yitzhak Rabin. 'Door de problemen die je hebt? Moet je kijken hoe ik overhoop lig met het Congres, maar dat zal me niet beletten kandidaat te zijn bij de volgende verkiezingen.'

Een paar dagen later, aan het einde van de Europese top in Madrid, nam Jacques Chirac de Spaanse premier even apart. De Franse president zou alles binnen zijn vermogen doen om hem te helpen winnen. Hoewel Chirac ideologisch en partijpolitiek dichter bij oppositieleider José María Aznar staat, zou de gedachte aan deze man als de nieuwe premier van Spanje hem de rillingen over de rug jagen.

En dus schudde Felipe González de torenhoge tegenzin van zich af en stortte zich welgemutst in zijn zevende campagne als lijsttrekker van de Spaanse socialistische partij. Hij bleek nog vrienden te hebben.

Ja, verre vrienden, hoont het thuisfront, dat maar één ding wil: verlost worden van de man die Spanje al dik dertien jaar regeert en als een nietsontziend dictator dit schone land en volk vakkundig en systematisch heeft vernietigd. Mocht hij nog langer aanblijven, dan is Spanje voor goed verloren.

Luister hoe ene meneer Luis María Arson van een van Spanjes grootste kranten de politieke carrière van Felipe de Hun samenvat.

'González heeft het geschiedenisonderwijs afgebroken. Ze leren de kinderen vandaag de dag alleen nog dat zij zich diep moeten schamen voor de glorie van de Spaanse historie. In Catalonië en Baskenland leren de kinderen Spanje te minachten en haten. González heeft het zaad van Kaïn gezaaid en de eenheid van Spanje ernstig ondermijnd.

'González heeft de diepe levenskracht van de oude stam van het Spaanse volk doen bloeden. Hij heeft met hardnekkigheid een sektarische politiek ontwikkeld om het leven van het volk te ontkerstenen.

'De democratische staat was voor González niet het instrument om op de beste wijze het algemeen belang van de Spanjaarden te dienen, maar een incassobureau van belastingen dat vervolgens de buit verdeelde onder partijgenoten en sympathisanten.

'González heeft grote delen van Spanje bewust arm gehouden om met subsidies en uitkeringen de kiezers aan zich te binden. González heeft de doelmatigheid van de anti-terroristische strijd ondermijnd. González heeft de universiteiten afgebroken, en het zal jaren duren voor die hun prestige en robuustheid terug hebben.

'González heeft de media de mond gesnoerd. Hij heeft de justitie tot een lachertje gemaakt. Hij heeft de landbouw en visserij geruïneerd. Hij heeft de gezondheidszorg en het sociale stelsel zo laten uitdijen met zijn Peronistische politiek, dat toekomstige generaties daarvan het slachtoffer worden.

'González heeft Spanje in stukken verkocht aan de multinationals en is erin geslaagd Spanje van een robuuste industrienatie om te bouwen tot een verkrampt dienstenland. Hij heeft er een woestijn van gemaakt, waarin geen water is voor het volk. Hij heeft het geld van alle Spanjaarden weggegeven aan dubieuze Derde-Wereldlanden.

'Het Felipismo is een stijl van regeren geweest die broodnodig uit het Spaanse leven moet worden verbannen. Het Felipismo heeft de democratie geërodeerd, de overgang verwond, en Spanje aan de rand van de vernietiging gebracht.'

Ter afsluiting roept de auteur de geest van de grote schrijver en filosoof José Ortega y Gasset aan 'om het buitengemeen trieste spektakel van de stoffelijke ontbinding van González te aanschouwen'.

Het artikel is een willekeurig voorbeeld van hoe praktisch de gehele, welgevulde Spaanse kiosk dag in dag uit op de premier inhakt. Het komt niet uit een of ander obscuur rechts-extremistisch blaadje, het siert de pagina's van ABC, een conservatief katholiek dagblad dat zich over een bestand van enkele honderdduizenden lezers mag verheugen.

De hele voorpagina van hetzelfde nummer is beschikbaar gesteld voor de aanval op Felipe González. Rechts een lange kolom met een overzicht van de corruptieschandalen van de laatste jaren onder de kop 'De schandalen van González'. Rechts, onder de titel 'De verkiezingstrucs van González', een onvervalste litanie van zijn politieke misdaden, waarin elke zin begint met de woorden 'met het geld van alle Spanjaarden heeft González...'.

Over een foto van een immens treurig kijkende González heeft ABC de kop geplakt: 'Na dertien jaar regering-González zit Spanje in de diepste crisis sinds 1975.' Het wordt niet hardop gezegd, maar de suggestie is iedere oudere Spanjaard duidelijk. 1975 was het sterfjaar van Francisco Franco en het einde van diens veertigjarige dictatuur.

'Erger dan onder Franco', wordt gesuggereerd door de krant die in de donkere jaren een trouwe spreekbuis van het bewind was: 'Het caciquismo (almacht) van de staat opgezet door González kent in omvang zijn gelijke niet in de Geschiedenis van Spanje en is hoogverraad aan de democratie.'

In de huidige Spaanse politiek wordt het als onbetamelijk beschouwd om vergelijkingen te maken met het pre-democratisch verleden. Althans, dat geldt voor rechts, dat als de dood is vereenzelvigd te worden met de erfenis van de Franco-ideologie, terwijl de socialisten de erfgenamen van de oppositie van toen zijn: 'González een symbool van de vrijheidsstrijd tegen de dictatuur? Laat me niet lachen.'

Maar, klinkt het in socialistische kring, als je teksten met de combinatie historische glorie/nationalisme/eng katholicisme leest, wat kun je dan anders dan denken aan de propaganda van de Franco-getrouwen in 1936, voor wie de opstand van de generalísimo een kruistocht was tegen het rode addergebroed van de Republiek?

De Partido Socialista Obrero Espanol, de Spaanse Socialistische Arbeiderspartij, sloeg in de verkiezingscampagne terug met een bikkelharde video in de zendtijd voor de politieke partijen. Een clip vol beelden van mensen die tegen een muur lopen, verzengende branden, een agressieve doberman, en een hitserige redenaar die aan de touwtjes van een marionettenspeler hangt. Armageddon is wat we kunnen verwachten als rechts weer aan de macht komt.

De Catalaanse socialisten legden de link met het verleden nog wat explicieter door hun clip te doorsnijden met beelden van Francisco Franco en generaal Primo de Rivera, die in de jaren twintig Spanje met ijzeren hand regeerde.

De discussie over de filmpjes heeft de campagne een week lang gedomineerd en is nog altijd niet uitgewoed. De socialisten noemen de reacties van dezelfde media die González tot staatsvijand nummer een hebben verklaard, ongegrond en hysterisch. Ze wijzen op de herleefde intellectuelenhaat in rechtse kringen, die direct in verband gebracht wordt met de aloude leus Muerte a los intelectuales (Dood aan de intellectuelen), waarmee de Falangistische stoottroepen van Franco ten strijde trokken.

Links is fout, is het klare oordeel in medialand. 'Het Felipismo is een besmettelijke ziekte', schreef El Mundo. 'Het is geen ideologie, maar een kanker die bezig is heel links in Spanje te verwoesten.' De krant, die drie jaar geleden werd opgericht met als hoofddoel Felipe González ten val te brengen, besteedt elke dag zijn eerste zes pagina's aan commentaren, columns en insinuaties over het nefaste karakter van González en zijn lakeien.

De premier heeft nog altijd het krediet van een flink deel van de wereld van de Spaanse cultuur. 'De culturele wereld is in overgrote meerderheid links', zei hij woensdag op een bijeenkomst met een select gezelschap uit die kringen. 'Want kunstenaars weten dat zij beter leven en artistiek gedijen in een klimaat van vrijheid en tolerantie.'

De bekende Spanjaard die het in zijn hoofd haalt zijn overtuiging wereldkundig te maken en in een stemadvies om te zetten, loopt de kans in het openbaar gelyncht te worden. Zoals filmacteur Antonio Banderas, die de afgelopen weken deskundig met de grond gelijk gemaakt is. Stilzwijgen volgde daarentegen op de actie van Aznars conservatieve Partido Popular, die het voor elkaar kreeg dat Julio Iglesias, die andere 'universele Spanjaard', vanuit zijn huis in Miami liet weten dat zijn stem naar José María Aznar gaat.

De ogen speuren ver in de kruistocht tegen mogelijke pro-González geluiden. Toen The New York Times vorige week een gematigd positieve balans opmaakte van de periode González, sloeg het onvermijdelijke ABC onmiddellijk toe: 'Wanneer u denkt dat de Spaanse pers slecht is, moet u eens de zogenaamde progressieve Amerikaanse pers lezen. Dat zal u troosten.'

Onder de term Felipisme wordt een heel conglomeraat van politieke intriges en bedrog gevangen, die als hoofdkenmerk corruptie en anti-democratisch gedrag hebben en als doel de continuering van de macht van Felipe González.

De politicoloog Ramón Cotarelo, die een uitgebreide studie van het fenomeen maakte, spreekt van 'een uitvinding van rechts, waarbij de ene keer een vergelijking wordt gemaakt met de praktijken van de Mexicaanse regeringspartij PRI, en de andere keer ongegeneerd met het Führerprinzip.' Volgens Cotarelo hebben we in werkelijkheid te maken met een 'samenzwering, een diffuse staatsgreep'. Maar Cotarelo is dan ook van mening dat Felipe González de beste premier is die Spanje deze eeuw heeft gehad.

Het anti-Felipisme is een nationale industrie geworden. De meeste kranten drijven erop en de boekhandels puilen uit van de werken waarin de nationale sport bedreven wordt. Variërend op Ortega y Gassets Opstand der horden spreekt Cotarelo van de 'Opstand der Imbecielen'.

'Er is een heel legioen mensen dat zijn brood verdient in deze nieuwe bedrijfstak, en dat is de verdienste van de PSOE', stelt de schrijver Manuel Rivas sarcastisch vast. 'Ga naar de afdeling nieuwe titels in een willekeurige boekhandel en je raakt niet alleen overtuigd van de slechtheid van González, maar ook van zijn dodelijke uitwerking op de ontbossing.'

Rivas: 'Over een eeuw zullen de schoolmeesters de kinderen vertellen: Ooit was Spanje één groot bos, waarin een chimpansee van de Pyreneeën naar Gibraltar kon slingeren zonder met zijn voeten de grond te raken. Dat duurde totdat ze boeken over onze Caesar begonnen te publiceren.'

En de Spaanse Caesar zelf, hoe houdt hij zich onder al het verbale geweld dat over hem wordt uitgestort?

Wel, Caesar ruimt zijn bonsai's op. De laatste maanden bracht hij opvallend veel tijd door in het schuurtje achter het Moncloa-paleis, knippend en plukkend aan zijn legendarische verzameling bonsai-boompjes. Het gaf hem afleiding van alle schandalen die hem tot de lippen waren gestegen, en tijd om te beslissen of hij zich onder deze omstandigheden nog eens in het verkiezingscircus moest storten.

Het jaar 1995 was een dieptepunt in González' politieke loopbaan. Als de fameuze tien kleine negertjes van Agatha Christie gingen zijn meest naaste politieke vrienden voor de bijl wegens fraude en verduistering.

Mariano Rubio, president van de Bank van Spanje, verdween in de cel. Luis Roldán, de hoogste politiechef van het land, vluchtte nadat was gebleken dat hij tientallen miljoenen achterover had gedrukt, en sleepte in zijn val de ex-minister van Binnenlandse Zaken Corcuera mee. Vicente Albero, minister van Landbouw, moest het veld ruimen wegens belastingfraude.

Ook brak de GAL-affaire los rond de door de staat georganiseerde doodseskaders die begin jaren tachtig ETA-terroristen vermoordden. Ex-minister Barrionuevo wordt daarvoor vervolgd, maar ook González zelf heeft enkele pijnlijke verhoren moeten ondergaan en heeft nog steeds geen zekerheid dat hij in de toekomst niet terecht zal moeten staan.

Felipe had toch al zijn twijfels over een nieuw lijsttrekkerschap. 'Ik wil niet nog eens twintig jaar doen wat ik nu doe', had hij in zijn omgeving laten vallen. Hij maakte een wat uitgebluste indruk en leek de energie te missen om nog eens alles uit de kast te halen.

Driftig werd er in de PSOE gezocht naar een opvolger, maar die speurtocht leverde niets op. Javier Solana leek de enige aanvaardbare kandidaat, maar de minister van Buitenlandse Zaken greep zijn kans om secretaris-generaal van de NAVO te worden. González ging overstag, gesteund door de suggestie dat zijn persoon alleen, de partij minstens vijf procent extra zou opleveren.

Het laatste zetje was de algemene lof die hem werd toegezwaaid voor de wijze waarop hij het Spaanse voorzitterschap van de Europese Unie gestalte had gegeven. Zelfs zijn grote vijand José María Aznar moest het toegeven: 'U bent een goed voorzitter van Europa geweest.' Om er onmiddellijk aan toe te voegen: 'Maar een slechte premier van Spanje.'

González staat hoog aangeschreven in de wereld van de internationale politiek. 'De charismatische Sevillaan op wie leiders uit de hele wereld verliefd zijn geworden', vleide El País. González wordt hoog geacht door uiteenlopende leiders als Clinton en Castro, Carlsson en Kohl, Mandela en prins Charles.

'Zijn grootste aanhang zit in plaatsen als Baltimore, Reykjavik, Amsterdam en Pernambuco', aldus Manuel Rivas. 'Het probleem van González is dat bij de verkiezingen in Spanje alleen Spanjaarden mogen stemmen.'

Voor die Spanjaarden zet Felipe González nog een keer zijn beste beentje voor. Op zijn verkiezingstournee is hij de man die Spanje ooit aan zijn voeten kreeg: Felipe de charismatische, de charmeur, de verleider, en niet te vergeten, de vrouwenversierder.

Guapo! Guapo! scandeerden de bejaarde dames vorige week en masse op een meeting in Barcelona. 54 wordt González op verkiezingsdag en de jaren zijn aan hem af te lezen. Hij heeft een dikke kop gekregen en zijn haar is grijs geworden. Toen dat laatste zichtbaar begon te worden bij zijn slapen, beweerden kwade oppositietongen dat hij zijn haar verfde, om hem ouder en wijzer te laten lijken.

'Felipe heeft iets van Michael Douglas', aldus de schrijver Vicente Verdú. 'Hij is slechter oud geworden dan Michael Douglas, maar met dezelfde snelheid en zonder zijn haar te verliezen. De vergiftiging die van beider gezichten afstraalt, is het resultaat van gelijksoortige levenszonden.'

González is in deze campagne voor het eerst niet de biedende, maar de vragende partij. Naast de grote manifestaties houdt hij zogenoemde sectorale bijeenkomsten. Hij richt zich speciaal tot de jongeren, en vraagt hen ronduit om stemmen voor de PSOE te gaan leuren.

Of tot de mayores, de bejaarden, zoals in Barcelona. 'Jullie zijn het historische geheugen van Spanje', houdt hij hen voor. 'Jullie ouderen moeten mij helpen. Jullie stemmen alleen zijn voldoende om ons aan de zege te helpen. Help me, vraag om stemmen in het dagverblijf, in de bar.'

Voor Raimundo Gómez, de woordvoerder van de bond van gepensioneerden die tegen de PSOE aanleunt, is de oproep overbodig. 'Onze stem is geen slavenstem, maar serieus en weloverwogen, want wij kennen het verschil tussen links en rechts. Wij weten wat er in Spanje is veranderd de afgelopen dertien jaar. Vóór 1982 trok in Spanje de barbier nog onze kiezen.'

Voor González is het de campagne van de verdediging. Het leeuwedeel van zijn geïmproviseerde redevoeringen behandelt de verworvenheden die Spanje aan hem en de socialistische regeringen te danken heeft. De grootste desillusie, geeft hij volmondig toe, zijn de corruptie-schandalen. Maar 'het is een valse voorstelling van zaken van rechts dat alles wat wij gedaan hebben slecht is, omdat vier schaamtelozen hun functie misbruikt hebben'.

De tegenaanval op het anti-Felipisme laat hij over aan het partijkader. Dat publiceerde een bulletin met een greep uit de beledigingen die de rechtse politici over González hebben uitgestort onder de titel 'Beledigingen, leugens en videotapes'.

Aznar noemde González 'verachtelijk, hysterisch, professor van het bedrog, opportunist, chanteur. De enige kwaliteit die men hem moet nageven, is dat hij het bedrog tot de categorie kunst heeft verheven.' Partijgenoot Alvarez Casco: 'Afval heeft geen andere bestemming dan de vuilnisbelt.' En Luis Ramallo: 'Socialisten zijn een gangreen van de democratie.'

González verdedigt wat hij de afgelopen dertien jaar in Spanje tot stand heeft gebracht. En of de rechtse Partido Popular dat nu negeert of niet, het is een indrukwekkende palmares die de premier achter zijn naam heeft.

'Als ik premier ben', wordt Aznar niet moe dag in dag uit te verklaren, 'zal ik van Spanje een normaal land maken'. Dat nu is precies wat González heeft gedaan. Spanje is onder zijn leiding een normaal, modern Europees land geworden. Hij is erin geslaagd elke grond te ontnemen aan het aloude cliché 'achter de Pyreneeën begint Afrika'.

Als González' grootste verdienste wordt doorgaans genoemd dat hij Spanje geruisloos de Europese Gemeenschap heeft binnengeloodst. Maar zijn prestatie gaat verder dan dat. Hij heeft Spanje een voor Europese begrippen normaal gezicht gegeven. Onder de socialisten is het leger, met zijn lange traditie van politieke interventies, getemd. De ooit zo machtige katholieke kerk is teruggezet naar de plaats in het maatschappelijk leven die haar toekomt.

Veertig jaren op enge moraaltheologische leest geschoeide militaire dictatuur hadden diepe sporen nagelaten. 'De Spaanse maatschappij heeft een enorme stap naar de vrijheid gemaakt', concludeert schrijfster Adelaida García Morales. 'Niet alleen politiek, maar vooral ook in het dagelijks leven en het privé-leven van de Spanjaarden. Goeddeels verdwenen is de onbuigzaamheid in instituties als het gezin, de kerk of het onderwijs, die de hardste repressie in het dagelijks leven uitoefenden.'

Cambio, verandering, beloofde Felipe González bij zijn historische verkiezingsoverwinning in 1982. 'En met cambio bedoel ik dat Spanje gaat functioneren.'

Niemand kan ontkennen dat hij in zijn opzet is geslaagd. Spanje functioneert, niet minder dan een land als Frankrijk, en zeker beter dan Italië.

Van een geheel andere orde is de vraag of het niet goed zou zijn voor de Spaanse democratie om na bijna veertien jaar eens een andere regeringsleider te krijgen.

Meer over