Oppositie Indonesië mag beetje campagne voeren

De Indonesische regering heeft de bestrijding van corruptie en armoede tot onderdeel van haar beleid verklaard. De oppositiepartij PDI en de PPP kunnen zich daardoor nauwelijks profileren, zoals het verloop van de verkiezingscampagne duidelijk maakt....

Van onze verslaggeefster

Marianne Boissevain

JAKARTA/YOGYAKARTA

Volgens president Soeharto wordt Indonesië bedreigd door 'kaalkoppige geesten'. Gevaarlijke, ongrijpbare figuren die de verkiezingscampagnes aangrijpen om onrust te stoken en die erop uit zijn het land te verscheuren.

Wat een nachtmerrie. Maar de president weet vast wel wat hij zegt. Soms denk je ze zelfs te zien, die griezels: dan rijden ze door de stad op open vrachtwagens, het gezicht geel geverfd of verscholen achter een mombakkes, de misschien wel kale kop bedekt met een gekrulde damespruik - de aanhangers van de regeringspartij Golkar. Ze zouden vast graag proberen het hele land in hun macht te krijgen. Als ze dat niet al hadden.

Soms springen ze van hun vrachtwagens en vernielen een partijkantoortje van een van de twee andere politieke partijen. Maar het zijn ook wel eens aanhangers van de kleinere partijen die het gevecht aangaan. Sinds het begin van de campagnes, op 27 april, zijn er al zeker 73 doden gevallen, melden de autoriteiten vol afgrijzen. Verreweg de meesten van die slachtoffers zijn echter niet omgekomen door geweld, maar door aanrijdingen en valpartijen in de gemotoriseerde optochten die, ritmisch gasgevend, door de straten rijden.

Anders zou je nog denken dat er heel wat op het spel staat bij de parlementsverkiezingen van 29 mei. Inderdaad heeft Indonesië problemen genoeg die om een oplossing smeken. De corruptie bijvoorbeeld. In de internationale zakentijdschriften wordt Indonesië regelmatig een van de meest corrupte landen van Azië genoemd. Of de macht van de monopolistische zakenimperiums, die veelal in handen zijn van één of slechts enkele (aangetrouwde) families. Of de pijnlijk in het oog springende kloof tussen arm en rijk.

Er rust geen taboe op dit soort kwesties - zolang de regering er maar niet op wordt aangevallen. Sterker nog, de regering heeft de bestrijding van corruptie en armoede tot onderdeel van haar beleid verklaard. De andere partijen mogen best roepen om méér corruptiebestrijding, maar ze mogen niet zeggen dat de regering het op dit punt volledig laat afweten, of dat de familie van de president zelf grote belangen heeft in zakenimperiums.

Hoe proberen de politieke partijen zich dan te profileren? De leider van de Democratische Partij Indonesië (PDI), Soerjadi, wil dat best uitleggen. 'Onze verkiezingscampagne kent drie hoofdthema's', zegt hij, achterovergeleund op een sofa in een zitkamer die wordt gedomineerd door een in gebeeldhouwd hout gevat aquarium, bewoond door één enkele reusachtige vis.

'Ten eerste strijden wij voor een betere democratie. De instellingen bestaan al: het parlement, de politieke partijen, de pers. Ze moeten alleen nog tot leven worden gebracht. Ten tweede sociale gerechtigheid. De regering heeft nu wel een programma voor armoedebestrijding, maar dat legt de nadruk op groei via grote bedrijven en de industrie. De armen komen er nauwelijks in voor. En ten derde de vorming van ons nationale karakter, de nationalistische inspiratie.'

In zijn vuurrode PDI-shirt ziet Soerjadi, die straks weer op campagne gaat, er strijdlustig uit. Als de journaalbeelden niet bedriegen, komen er echter steeds minder mensen naar de PDI-meetings. Maar de partijleider, die vorig jaar met steun van regering en militairen zijn populaire voorgangster Megawati Soekarnoputri ten val bracht, laat zich niet kennen. 'Wij hebben al lang gezegd dat de verkiezingscampagne niet onze hoogste prioriteit heeft', zegt hij nonchalant. 'Maar de rest van onze strategie is geheim.'

Verdere vragen hierover beantwoordt hij slechts met een welwillende glimlach. Het verhaal gaat dat de regering Soerjadi, als dank voor het uit de weg ruimen van Megawati, een aantal zetels heeft toegezegd. Zou de PDI-leider dat soms bedoelen?

Niemand weet precies wat de aanhangers van de afgezette Megawati met hun stembiljet gaan doen. Gaan ze toch maar op de PDI stemmen omdat het partijprogramma bij het oude is gebleven? Gaan ze misschien wel helemaal niet stemmen, nu hun Mega zo smadelijk aan de kant is gezet? Het lijkt een logische vorm van protest, maar hoe meer tegenstanders van de regering er thuis blijven, hoe groter de winst voor de Golkar. Of stemmen ze op een van de beide andere partijen?

De Golkar, de partij van de macht, komt voor de kritische PDI'ers niet zozeer in aanmerking. Maar de Partij voor Verenigde Ontwikkeling (PPP) heeft weer tegen dat ze een islamitische partij is, terwijl de PDI onderdak biedt aan christenen en nationalisten.

In elk geval is een deel van de 'PDI-Mega' van plan ditmaal PPP te gaan stemmen. In de campagne valt tussen het groen van de PPP-shirts en vlaggen steeds vaker ook enig PDI-rood te ontwaren.

De PPP is natuurlijk blij met de steun uit PDI-hoek, erkent parlementslid Jusuf Syakir. 'We stonden wel verbaasd dat er van het begin af aan zo'n grote opkomst was. Toen moesten we de grote issues naar voren halen die we voor het laatst hadden willen bewaren: vernieuwing van de politieke regelgeving en rechtvaardigheid in economie zowel als politiek. Dat is duidelijk aangeslagen, er werd enthousiast op gereageerd.'

Volgens Jusuf zullen de PDI'ers zich bij zijn partij best thuis voelen. 'Wij stellen geen typisch islamitische eisen meer, want onze verlangens zijn in de loop der jaren allemaal ingewilligd', legt hij uit. 'Omstreden kwesties als de islamitische huwelijkswet, het erfrecht en het onderwijs zijn opgelost.'

Ook al zou de partij er door de onverwachte PDI-steun misschien flink wat zetels bijsprokkelen, de PPP is niet van plan zich op te werpen als oppositiepartij. 'Daar zouden onze leden op het platteland alleen maar onder lijden en we moeten de allerarmsten juist beschermen', zegt Jusuf Syakir. 'In de kleine dorpjes maken politie en leger nog altijd de dienst uit.' Bovendien zijn alle ambtenaren Golkar-lid, ook degenen die namens het ministerie van Landbouw zaaigoed aan de boeren verstrekken.

Via de ambtenaren, onder wie ook de onderwijzers en het personeel van de medische hulpposten, is de Golkar tot in de verste uithoeken aanwezig. Elke dag van het jaar, verkiezingstijd of niet. Dat zet de beide andere partijen, die in de dorpen niet eens eigen partijkantoortjes mogen openen, onherroepelijk op een achterstand. Eens in de vijf jaar krijgen ze elk 375 duizend gulden voor hun verkiezingscampagnes en daarmee begin je weinig in een land met 200 miljoen inwoners. De PPP en de PDI klagen dan ook steen en been.

De Golkar, die het zelfde bedrag ontvangt, geeft ruiterlijk toe dat het maar een schijntje is. Maar de regeringspartij smijt vrolijk met geld. Het hele land hangt vol gele Golkar-vlaggen, overal worden gele T-shirts, petjes, hoofdbanden en vlaggen uitgedeeld. Het toverwoord is sponsoring: ondernemers die vooruit willen in Indonesië, moeten Golkar te vriend houden. 'Je bent een hoer als je de partij die zoveel voor dit land doet niet helpt', zegt een Indonesische zakenman, die uit eigen zak enkele tonnen in de campagne heeft gestoken.

De grote trekpleister van de Golkar in deze verkiezingen is de 48-jarige zakenvrouw Tutut, een dochter van president Soeharto. Als ze campagne voert in de omgeving van Yogyakarta, blijkt het afgehuurde veldje veel te klein voor de tienduizenden die van alle kanten toestromen om haar te zien.

Open vrachtwagens vol dansende jongeren, bussen vol ouderen, en daar tussendoor de brommers van de met stokken bewapende leden van de Pancasila-jeugd en de motorfietsjes van de jonge gezinnen: vader en moeder met een peuter tussen zich ingeklemd. Door de groene sawa's komen nog meer in gele T-shirts gestoken mensen aangelopen.

Tutut is natuurlijk blij dat er iedere dag meer mensen naar haar komen luisteren. Maar ze maakt zich ook zorgen over het geweld, zegt ze tegen het handjevol journalisten dat haar uitwuift op het vliegveld van Yogyakarta. Als haar vliegtuig opstijgt, is een stel verhitte Golkar-aanhangers al aan het matten geslagen met de studentenweerbaarheid van de Islamitische Universiteit.

Meer over