Oppositie Bahrein verdeeld

De ene groep wil het koninkrijk vervangen door een republiek, maar voor de andere volstaat een constitutionele monarchie.

Van onze verslaggeverRob Vreeken

AMSTERDAM - De oppositie in Bahrein is verdeeld. Een deel wil de monarchie vervangen door een republiek, het andere deel neemt genoegen met een constitutionele monarchie, waarin een serieus parlement serieuze invloed krijgt.


Hassan Mushaimaa, een van de meer radicale sjiitische oppositieleiders, maakte dinsdag bekend dat drie organisaties, waaronder zijn eigen Al Haq, de 'Coalitie voor een Republiek' hebben opgericht. Op vreedzame wijze, zei hij, wil de coalitie 'het regime omverwerpen'.


Mushaimaa sprak tegen verslaggevers op het Parelplein in de hoofdstad Manama, dat sinds half februari bezet wordt gehouden door demonstranten. Sinds het harde politieoptreden van 18 februari, waarbij zeven doden vielen, is het vredig geweest op het plein.


De regering besloot bij nader inzien niet de confrontatie te kiezen. Er wordt gekampeerd. Dagelijks zijn er een paar honderd of een paar duizend betogers, afhankelijk van de populariteit van de sprekers. Elke dag zijn er in de stad twee of drie protestmarsen; de politie regelt braaf het verkeer.


Het zou misschien nog lang kunnen doorgaan, maar zo werkt het natuurlijk niet bij revoluties. De tijd werkt in het voordeel van de regering: ooit zal de vermoeidheid bij de oppositie toeslaan. En de verdeeldheid, zoals al blijkt uit de vorming van de republikeinse coalitie.


De machthebbers hebben vorige maand al een 'nationale dialoog aangekondigd, maar het eerste woord daarin moet nog gesproken worden. Regering en oppositie zijn het oneens over de gebruikelijke 'voorwaarden vooraf'. De regering wijst die van de hand en zegt een gesprek met een 'open einde' te willen. Precies daar is de oppositie bang voor: te worden betrokken in een oeverloos praatcircus.


Daarom wil de oppositie garanties dat de gesprekken zullen leiden tot een nieuwe, democratische grondwet. Bovendien moeten alle politieke gevangenen worden vrijgelaten en - nog belangrijker - moeten de premier en zijn belangrijkste ministers worden ontslagen.


Dat de regering van koning Amir Hamad bin Isa Al Khalifa tot op heden zelfs die laatste concessie weigert, is een veeg teken. In andere Arabische landen waar de bevolking in opstand kwam, werd steeds de minister-president als eerste geofferd, als de kleine Pjotr uit het lied Dodenrit van Drs. P. ('We mogen Pjotr wel waarderen om zijn eetbaarheid; zo raken wij die wolventroep voorlopig even kwijt').


Maar naast de kennelijke onwil bij het regime is daar dus de verdeeldheid bij de oppositie. Het grootste segment neemt genoegen met een constitutionele monarchie voor het emiraat.


De exacte invulling van de rol van de monarch moet nog worden bepaald, maar duidelijk is dat er vrije verkiezingen moeten komen voor een parlement met tanden, en een regering die werkt op grond van een parlementaire meerderheid.


Dit deel van de oppositie bestaat uit zes organisaties waarvan Wa'ad en Wefaq de grootste zijn. Wa'ad is een linkse, seculiere groep intellectuelen. Wefaq is een islamitische partij met volkse aanhang. In het oude parlement bezette Wefaq 18 van de 40 zetels - tot ze uit protest wegliep. De groepen lopen ideologisch sterk uiteen, maar vinden elkaar op een concrete constitutionele agenda.


Aangenomen wordt dat de nieuwe Coalitie voor een Republiek minder aanhang heeft, maar zeker is dat niet. De jonge betogers van het Parelplein hebben geen sterke banden met de oude partijen, en naarmate hun geduld meer op de proef wordt gesteld, lijken hun eisen radicaler te worden.


Meer over