Opportunisme

Dankzij onderzoek van NRC Handelsblad zijn we recent veel te weten gekomen over relaties tussen de reguliere dierenbeschermers en radicale actiegroepen die niet terugschrikken voor onwettige acties....

Milieuorganisaties kunnen zich veel moeilijker distantin van hun radicale broeders in de strijd dan de reguliere dierenbeschermers. Greenpeace en andere milieuorganisaties hebben juist veel garen te spinnen bij illegale acties.

Dierenwelzijn spreekt het grote publiek veel meer aan dan de moderne biotechnologie. En acties met veel publiciteit versterken de schijn van maatschappelijke onrust rond genetische modificatie met als beloning politieke aandacht en discussies in de media. En dat is goed voor organisaties die het moeten hebben van subsidies en donateurs.

De vraag is ook wat erger is:

het vernielen van een proefveld met genetisch veranderde gewassen door een actiegroep, of het volledig in de ban doen van een technologie zoals Greenpeace doet. De gevolgen van dat laatste zijn desastreus gebleken voor Nederland, dat het voor zijn export van landbouwproducten vooral moet hebben van de nieuwste technologie. De meeste zaadbedrijven hebben hun onderzoekslaboratoria hier gesloten.

Wie meent dat Greenpeace daarbij enkel door grote idealen gedreven wordt, komt bedrogen uit. De belangstelling van die organisatie voor de moderne biotechnologie is nog niet zo oud.

De met veel list en bedrog gevoerde strijd met Shell over het dumpen van het booreiland de Brent Spar heeft Greenpeace een aantal jaren geleden tienduizenden donateurs gekost. Toen de Dierenbescherming vele nieuwe leden kreeg door haar actie tegen de genetische modificatie van dieren, was de keuze voor een nieuwe vijand snel gemaakt. Voor Greenpeace is het verzet tegen de biotechnologie gewoon een nieuwe bron van inkomsten.

Echt overtuigend en bevlogen klinken hun bezwaren dan ook niet. Het is een verzameling van ongerijmdheden en veronderstellingen die al lang door de feiten zijn achterhaald. Hoe kun je een volledige veilige technologie eisen en tegelijk verbieden dat die wordt uitgeprobeerd?

Genetisch gemodificeerde gewassen zouden een ramp zijn voor het milieu en onveilig voedsel opleveren. We weten inmiddels uit honderden wetenschappelijke onderzoekingen dat het consumeren van genetisch gemodificeerd voedsel geen bijzonder risico vormt. In het jaar 2002 zijn op de wereld naar schatting 75 miljoen hectaren genetisch gemodificeerde katoen, mai¿s en koolzaad verbouwd. Van nadelige effecten voor het milieu is nog steeds niets gebleken.

De nieuwe biotechnologie zou slecht zijn voor de ontwikkelingslanden. Maar van genetische modificatie hebben vooral de boeren in de Derde Wereld met de meest kwetsbare productiemethoden profijt. Het Britse Nuffield Council on Bioethics, een belangrijkste ethische denktank, heeft het daarom een aantal dagen geleden zelfs een morele plicht genoemd om genetische modificatie ten bate van de ontwikkelingslanden te steunen.

In hetzelfde rapport wordt de houding van de milieuorganisaties als zeer onethisch bestempeld. Ze ontnemen de Derde Wereld de mogelijkheid om gewassen te verbouwen die helpen om ondervoeding of tekorten aan bepaalde voedingstoffen te bestrijden. Bovendien wordt het ontwikkelingslanden die om economische redenen kiezen voor genetisch gemodificeerde gewassen, onmogelijk gemaakt hun producten naar Europa te exporteren door de antistemming daar.

Ik ben trouwens al jaren donateur van Greenpeace. Een organisatie die zich met man en macht verzet tegen kernproeven, de smeerpijp in de Rotterdamse haven, de walvisvangst en vele andere echte problemen, verdient mijn steun.

Meer over