Oppassen online

Voor kinderen is internet een speeltuin - maar dan wel eentje waar het lijkt te wemelen van de kinderlokkers. Ouders hebben vaak geen idee wat hun kind uitspookt op het web....

Door Jean-Pierre Geelen

'Wil je nu even je buik en borsten laten zien?' Suzie, een meid die net als honderdduizenden andere tieners een 'profiel' heeft op de website Sugababes.nl, kreeg verrassende mail van Patricia de Jong van Boss Models. Of ze er misschien voor voelde model te worden en zo ja, of ze dan even wat van zichzelf kon laten zien voor haar webcam. Voor wie het niet vertrouwt, laat Patricia graag de webmaster van Sugababes een mailtje sturen dat het allemaal in orde is.

De nuchtere buitenstaander ruikt natuurlijk meteen onraad: Patricia de Jong is de valse naam van vermoedelijk een puberale jongen of een pedofiel die tienermeisjes op internet uit de kleren tracht te praten. Boss Models heeft er niets mee van doen, Sugababes.nl evenmin; het mailtje van de webmaster van Sugababes.nl blijkt vals.

Suzie bestaat wel, en ze is niet de enige argeloze tiener die via e-mail en chatboxen wordt lastiggevallen. Sugababes. nl zegt zo'n 583 duizend profielen te herbergen. Zo'n 550 duizend kinderen tussen de 10 en 18 jaar, ongeveer een kwart van de Nederlandse jongeren, heeft een profiel op de website CU2, becijferde de Universiteit van Amsterdam. Van de meisjes tussen 12 en 18 met een profiel op internet is 40 procent wel eens benaderd door een 'fotograaf' of 'modellenbureau', onderzocht internetprovider Planet Internet, die vorige week op zijn website de integrale chatsessies tussen 'Patricia de Jong' en een paar slachtoffers zoals Suzie publiceerde.

Internet mag voor veel kinderen (en volwassenen) een speeltuin zijn, in werkelijkheid wemelt het er van de enge mannen in lange regenjassen. Tenminste, afgaande op de berichtgeving van de laatste weken. 'Jeugdjournaal sluit chatbox wegens vieze praatjes', luidde het nieuws op 11 juni. In Den Haag werd de projectgroep 'Veilig internetten voor kinderen' opgericht, met medewerking van onder meer TMF, Jetix, Chatten. nl en Kaboem.

Volgens hun richtlijnen moet een chatsite een duidelijke helpknop bevatten, moeten gebruikers goed geregistreerd worden en moet er een moderator zijn die toezicht houdt. Vorige week openbaarde provider Wanadoo een onderzoek rond het thema kinderen en internet, gisteren was er een groot symposium ter gelegenheid van het boek Mijn kind online, een gids voor onwetende ouders - waar er nogal wat van zijn.

Wat is er aan de hand? Is internet inderdaad een grote darkroom waar kinderen massaal worden belaagd door pedo's en andere kwaadwillenden?

Nee, zeker niet. Maar dat er eens aandacht voor het thema is, werd hoog tijd, zegt Patti Valkenburg, hoogleraar Kind en Media aan de Universiteit van Amsterdam. Want in tegenstelling tot de meeste problemen uit de jeugdzorg is dit iets dat iedereen aangaat, en niet alleen de zogeheten probleemgezinnen. Voor de meeste hedendaagse kinderen is internet de gewoonste zaak van de wereld; bijna de helft van alle kinderen heeft wel eens een vriend of vriendin gevonden via het web, aldus Valkenburg - 16 procent vond er zelfs verkering.

Sinds 1989, toen commerciële televisie en het videospelletje Nintendo hun intrede deden, zit het gemiddelde kind zes uur per dag achter een beeldscherm, zegt Valkenburg. 'Dat is heel veel. Voor die tijd was dat nog een uur per dag.' Logisch dus, vindt Valkenburg, dat de aandacht eindelijk eens uitgaat naar de gevolgen en uitwassen daarvan. Niet dat dat overdreven moet worden: in verreweg de meeste gevallen gaat alles goed; zelfs onverhoeds tijdens het surfen op een blote borst stuiten is niet direct rampzalig. 'Maar een kleine groep kinderen zet bijvoorbeeld de verkeerde foto's neer van zichzelf op websites. Dat kan tot keiharde reacties leiden, dat je lelijk bent bijvoorbeeld, of seksueel getinte opmerkingen'.

Ook dat hoort bij het echte leven; het probleem zit hem in de hevigheid van de reacties, en de kwetsbaarheid van vooral de 11- tot 14-jarigen. Valkenburg: 'Die zijn op zoek, kennen hun eigen grenzen niet, uiten zich ongeremd op het internet en gaan bijvoorbeeld ontzettend lopen flirten op het net. Dat kan verkeerd gaan. Maar het kind dat zich op internet van een naam als Dolly bedient, kan echt heel heftige reacties losmaken.'

Voor haar onderzoek diende Valkenburg zich onder 'nicknames' wel eens aan op chat-en datingsites. 'Ook toen ik mij als 12-jarige meldde, had ik binnen de kortste keren aanbiedingen voor seks en drugs binnen', aldus Valkenburg. Niet elke confrontatie is verkeerd: kinderen hebben ook 'rottige' ervaringen nodig, beaamt Valkenburg .

Incidenten komen wel heel vaak voor, weet Justine Pardoen, drijvende kracht achter de site www.mijnkindonline. web-log.nl. Met Remco Pijpers, adjunct-hoofdredacteur van Planet Internet, schreef ze een leerzaam en helder boek dat vandaag verschijnt: Mijn kind online (uitgeverij SWP, 17,50 euro). Daarin wordt ouders bijgebracht wat kinderen zoal uitspoken op internet, waar ze op kunnen stuiten en wat ertegen te doen is.

De inzichten over waar het veilig is, wisselen snel, net als de plaatsen waar de jeugd zich ophoudt en vanzelf kwaadwillenden aantrekt. Valkenburg: 'De website CU2 was in eerste instantie een ontmoetingsplek voor homoseksuele mannen. Nu is het een site voor kinderen rond de 10 jaar.' En het boek Mijn kind online prijst nog doodleuk de site van het Jeugd-journaal aan, inclusief het 'extraatje' van de chatbox; het boek lag al bij de drukker toen die funcgesloten.

Pardoen was onlangs op een thema-avond in Limburg, waar ze in een groep van tachtig ouders en leerkrachten hoorde over de site van Diddl, het vrolijke en populaire muisje dat menig meisjeskamer doet dichtslibben met pennen, schriften en sleutelhangers. Pardoen: 'In een geval was het kind door een onbekende man benaderd voor seks. Een ander kind stond tot verrassing van haar ouders 's avonds met haar koffer klaar om een zielige man te bezoeken die in het ziekenhuis zou liggen en met wie ze contact had via de Diddl-site.'

De (Duitse) makers van de Diddl-site kregen volgens Pardoen vaker klachten. Daarom is de chatfunctie nu ' s nachts afgesloten. Dat is te weinig, vindt Pardoen: 'In feite moet je sites met openbare chatfuncties permanent bewaken.'

Of dat gebeurt, is maar afwachten. De ouder die zich onlangs beklaagde bij uitgeverij Leopold, die de populaire jeugdboekenreeks Vlinders4you op de markt brengt, over de opgewonden seksverhalen die haar 11-jarige dochter tegenkwam op het chatgedeelte van de site, kreeg een veelzeggend antwoord: de site wordt elke woensdag opgeschoond door een medewerkster van de uitgeverij, maar door drukte was het er even niet van gekomen. Alsof de aanrandingen in een donker tunneltje voorkomen kunnen worden door er twee uur per week te surveilleren.

Zo moet het dus niet: 'In een speeltuin moet ook constant bewaking aanwezig zijn, dus waarom op internet niet?', zegt hoogleraar Valkenburg. 'Het lastige is alleen dat dat niet te regelen valt, en dat je als kind of ouder nooit weet waar het veilig is.'

Justine Pardoen: 'De controle bestaat bij de meeste sites uit een filter en een soort alarm na een incident.

Maar dat is niet voldoende. Het enige dat helpt, is permanente bewaking .'

Enige opvoeding in het gebruik van internet is nog wel vereist. Degenen die dat het hardst kunnen gebruiken, zijn volgens Justine Pardoen niet de kinderen, maar de ouders. 'Kinderen lijken tegenwoordig veel sneller volwassen dan vroeger, maar tot hun 18de zijn ze dat gewoon nog steeds niet.' En zoals kinderen vroeger werd verteld op te passen voor de vreemde man die een snoepje aanbiedt, zo hoort de hedendaagse ouder zijn kind te leren geen persoonlijke gegevens via internet te verspreiden en niet af te spreken met vreemden

Onwetendheid of onverschilligheid van de ouders zijn de grootste valkuilen. Uit onderzoek van hetbureau vorige week bekendgemaakt in opdracht van provider Wanadoo, blijkt dat 64 procent van de ouders zich 'geen enkele zorgen maakt' over het internetgebruik van hun kinderen. Die groep neemt geen enkele voorzorgsmaatregel en vertrouwt volledig op hun kinderen, die op hun beurt zeggen dat hun ouders weinig kennis hebben van internet.

Ten onrechte, menen de deskundigen. 'Het is heel goed dat makers van websites en providers zich nu lijken te bekommeren om de gevaren van internetgebruik voor kinderen, maar er is maar één manier om het probleem te lijf te gaan: de ouders leren ermee om te gaan', zegt Patti Valkenburg. 'Het moet in het gezin gebeuren, bijvoorbeeld door regelmatig met je kind te praten over wat hij of zij zoal tegenkomt op internet.'

Dat laatste vindt ook provider Wanadoo, die tips voor onwetende ouders opstelde. 'Maak kinderen niet bang voor de gevaren, maar vertel tijdens het internetten wat er zoal mis zou kunnen gaan', luidt het advies. Gewiekste ouders kijken af en toe in de map geschiedenis van hun browserprogramma, zoals Explorer, om te zien wat hun kind zoal bezocht heeft - totdat de puber slim genoeg is om de sporen van sites als www. hardanaal. nl, www. nonnen. nl of www. tieten. nl eigenhandig te wissen na gebruik. Verder raadt Wanadoo ouders aan de pc 'op slot' te zetten met een firewall of een virusprogramma en een internetfilter te installeren.

'Je kind na schooltijd urenlang achter de computer laten zitten, dat is vragen om moeilijkheden', zegt Justine Pardoen. 'Ik ben niet van de smaakpolitie, maar ik denk dat ouders er goed aan doen hun kinderen te verbieden zich in openbare chatboxen te vertonen. Als ik mijn kind alleen met de tram laat gaan, krijgt hij ook instructies mee. Dus waarom niet bij internetverkeer?'

Meer over