Opnieuw schipbreuk

Wat is er met de Avondster gebeurd? Nederlanders waren het wrak van het VOC-schip, in de haven van de Sri Lankaanse stad Galle, aan het onderzoeken toen de vloedgolf toesloeg....

Normaal gesproken duikt maritiem archeoloog Robert Parthesius met niet meer bescherming aan zijn lijf dan een Tshirt. 'Maar nu ga ik toch maar gauw een duikerpak kopen.' Want na de tsunami heeft de archeoloog geen idee wat hij aan gemeen scherpe objecten kan tegenkomen in het ondoorzichtige water van de Baai van Galle.

Drs. Robert Parthesius leidt het onderzoek naar het in 1659 bij Sri Lanka gezonken VOC-schip de Avondster, een gezamenlijk project van het Amsterdams Historisch Museum, de Universiteit van Amsterdam en het WestAustralisch Museum.

Van het Prins Claus Fonds heeft de archeoloog zojuist 25 duizend euro gekregen voor het herstel van zijn Maritime Archeological Unit in Galle, voor zover die niet definitief door de zee is verzwolgen. Komende woensdag vertrekt hij naar Sri Lanka, voor de tweede keer sinds de zeebeving.

In januari bloedde zijn hart bij het aan flarden gereten gebouw, waarin zijn Sri Lankaanse team, alle onderzoeksapparatuur en de archeologische vondsten waren ondergebracht. Gelukkig overleefden al zijn mensen de vloedgolf. Van de vondsten ging echter zo'n 80 procent verloren, al zijn ze allemaal gefotografeerd en gedocumenteerd. Tijdens deze tweede reis gaat Parthesius duiken om te zien hoe de gezonken Avondster eraan toe is, vier, vijf meter diep, op de bodem van de baai.

Galle is een natuurlijke haven op een historische handelsroute, aan de zuidwestpunt van Sri Lanka. De stad was vanaf 1640 in handen van Nederland. Het stratenplan doet Nederlands aan.

Dronken

Schepen voeren er af en aan. De Avondster lag er in 1659 te wachten op een partij arecapalmnoten, toen de bemanning zich op een avondje aan wal een stuk in de kraag dronk. Terug aan boord bemerkten ze daardoor te laat dat het schip los was van zijn anker. Het raakte op drift en strandde, waardoor het achtersteven afbrak.

De bemanning kon zich redden, maar het schip zonk. Op welke plek precies, dat was tot 1993 onbekend. Toen wees een visser aan Parthesius de plaats waar de Avondster lag.

Met tussenpozen maakte Parthesius verkennende duiken naar het wrak. In de aanloop naar het VOC-jaar 2002 kreeg de archeoloog van de ministeries van Buitenlandse Zaken en van OC & W fondsen om de onderwaterarcheologie in Galle te ontwikkelen tot een professionele unit, die uiteindelijk door de Sri Lankanen moet worden bestierd.

Het kolossale anker van de Avondster werd geborgen, plus een van de kanonnen. Reeksen opgedoken kruiken, potjes, eetgerei, werktuigen en gereedschappen schetsen een fascinerend beeld van het dagelijks leven aan boord van het schip en geven verrassende inzichten in de praktische aanpassingen van de Nederlandse bemanning aan hun Aziatische leefomgeving (zie ook http://cf.hum.uva.nl/galle).

In het historische pakhuis in Galle zou binnenkort een blijvende tentoonstelling worden ingericht, met alle vondsten en verhalen. Daarmee was het tijd voor Parthesius om zijn werk daar af te ronden: in de loop van 2005 zou hij onderzoeksproject plus expositie overdragen aan de Sri Lankanen zelf. Het wrak van de Avondster was voor het moment voldoende in kaart gebracht. Het zou ter bescherming tegen stromingen worden afgedekt met zandzakken. Toen kwam de tsunami ertussen.

Maar Parthesius is er de mens niet naar om zich door tegenslag op de kop te laten zitten. Lastig vindt hij het vooral om aandacht te vragen voor de redding van een archeologisch project in een Sri Lanka dat rouwt over dertigtot vijftigduizend doden.

Daarom richt hij de blik expliciet op de toekomst en de wederopbouw. De onderwaterarcheologie betekent werkgelegenheid voor Sri Lankanen.

Maar eerst wil Parthesius met eigen ogen zien hoe de Avondster erbij ligt. 'Ik heb geen idee wat ik moet verwachten. Misschien is het schip wel bedolven onder een dikke laag zand. Of is het juist gevaarlijk bloot komen te liggen, en moeten we het zo snel mogelijk afdekken tegen beschadiging door stromingen. Of misschien ligt de omgeving van het wrak wel bezaaid met archeologische objecten. Dan moeten we die gauw bergen, anders gaan ze voorgoed verloren.'

Meer over