Opluchting over snelle redding van neergestorte piloot

Het was een zware slag voor het Pentagon toen de Servische televisie zaterdag beelden liet zien van de smeulende resten van een..

F-117A Stealth gevechtsvliegtuig. Urenlang zweeg het ministerie van Defensie. Maar later bleek dat het Pentagon een team op weg had gestuurd om de piloot uit Servië te redden, en met succes.

Het team pikte de piloot zes uur nadat zijn toestel was neergestort, op in de omgeving van de stad Novi Sad. De geslaagde reddingsoperatie betekende een enorme opsteker voor het Witte Huis, dat zich al zorgen maakte over de weerslag die het neerstorten van het Amerikaanse toestel op de publieke opinie zou hebben.

Wat de kwestie nog pijnlijker maakte was dat het uitgerekend om een F-117A Stealth ging, een van de meest geavanceerde vliegtuigen waarover de Amerikaanse luchtmacht beschikt. Amerikaanse regeringsfunctionarissen wilden gisteren nog steeds niet erkennen dat het toestel is neergehaald, al zijn de sporen van vijandelijk vuur duidelijk te zien op de wrakstukken.

Het Pentagon was ook uiterst zuinig met informatie over de manier waarop de reddingsactie verlopen was. Het ministerie wil daar zo weinig mogelijk over zeggen omdat er mogelijk nog zo'n operatie op touw moet worden gezet.

Maar het is wel duidelijk dat de piloot is gered door een speciaal team dat de beschikking heeft over HH-60 Black Hawk helikopters en HH-53 Super Jolly Greens. De piloot kon worden getraceerd dankzij een elektronisch baken waarmee alle Amerikaanse piloten zijn uitgerust. Daarmee kunnen ze hun positie aangeven.

De zoektocht roept herinneringen op aan de bevrijding van de piloot Scott O'Grady in 1995, in Bosnië.

O'Grady, die ook vanuit Aviano was opgestegen, werd boven Bosnië neergehaald door een Servische Sam-6-raket. Zes dagen later werd hij in de bossen in het noorden van Bosnië door veertig mariniers opgepikt.

Destijds werd de piloot ontdekt, nadat een F-16-vlieger radiocontact met hem had gemaakt. Daarna kon een Awacs-toestel zijn schuilplaats zonder veel moeite vinden. Ook O'Grady's toestel was voorzien van het hypermoderne detectiesysteem dat het mogelijk maakt om neergeschoten piloten op een afstand van zo'n 150 kilometer tot op vijftig meter te traceren.

Een van de nog onbeantwoorde vragen in verband met de jongste reddingsoperatie is of de Amerikanen bij hun zoektocht naar de neergestorte piloot op grote weerstand zijn gestuit. Het Joegoslavisch leger beschikt over gevaarlijke gevechtshelikopters, zoals de Mi-8, onder andere op de noordelijke luchtmachtbasis Batajnica. Deze basis is getroffen door een NAVO-aanval, maar het is nog onduidelijk hoe groot de aangerichte schade is.

Sinds de introductie van de

Stealth in 1986, heeft dit gevechtstoestel (kosten: 90 miljoen gulden per stuk) een aureool van onaantastbaarheid gekregen, omdat het onzichtbaar is voor de vijandelijke radar. Geen enkele van de veertig Stealths die in 1991 in Irak twaalfhonderd missies uitvoerden, werd neergehaald.

De VS hebben slechts zestig van deze toestellen, die voornamelijk gedurende de nacht worden ingezet. Wat Washington in verband met het neerhalen van het toestel ook zal verontrusten, is dat voor het eerst een vijandig land de beschikking krijgt over onderdelen van de F-117A, waarvan de samenstelling nog steeds een goed bewaard geheim is.

Op hun basis in Amendola hebben de Nederlandse F-16-piloten opgelucht gereageerd op de snelle redding van de piloot van de neergestorte Stealth-bommenwerper. Ook de Nederlandse piloten zijn namelijk afhankelijk van het Amerikaanse Combat Search & Rescue-team, als ze onverhoopt zouden worden neergehaald.

De Nederlandse commandant Abma wees er voorts op, dat de verschuiving van de NAVO-aanvallen naar Servische doelen in Kosovo het risico voor de piloten vergroot. Zij lopen meer gevaar als ze zich moeten richten op tanks en troepenconcentraties, in plaats van op het verdedigen van het luchtruim.

Meer over