Opleiding tot specialist is ondoorzichtig

Achtergrond..

hoorn ‘Deze jonge chirurg dreigde het slachtoffer te worden van de meest kafkaëske taferelen in de gezondheidszorg.’ Econoom Hugo Keuzenkamp, bestuurslid van het Westfriesgasthuis in Hoorn, doelt op de verdeling en bekostiging van opleidingsplaatsen voor artsen in opleiding tot medisch specialist, in jargon ‘allocatie’ geheten. ‘Een bureaucratisch gedrocht én bovendien een totale black box’, aldus Keuzenkamp.

De jonge chirurg is een arts-in-opleiding-tot-specialist (aios) in het Hoornse ziekenhuis. Ondanks zijn toegewezen opleidingsplaats bleek er geen budget met hem te zijn meegekomen. ‘Zijn opleiding betaalt het ziekenhuis nu uit eigen zak’, vertelt zijn opleider, chirurg Jan Willem de Waard. ‘We willen niet dat veelbelovende jonge dokters de dupe worden van de problemen met geldstromen. Vorig jaar waren in totaal 70 aios’s op de verkeerde plek beland.’

De problemen met de bekostiging en toewijzing van medische opleidingen zijn legio, vertellen Keuzenkamp en De Waard. Jaarlijks beginnen ongeveer 1.200 afgestudeerde studenten geneeskunde aan een vervolgopleiding tot medisch specialist. Het ziekenhuis krijgt per aios zo’n 115- tot 150 duizend euro per jaar, waarvan zijn salaris en de opleiding wordt betaald. De totale kosten voor het ministerie van Volksgezondheid bedragen zo’n 650 miljoen euro per jaar.

Hoe het geld precies wordt besteed weet niemand. ‘Er is geen enkel zicht op de kosten en opbrengsten van aios’s’, zegt gezondheidseconoom Erik Schut van de Erasmus Universiteit. ‘Het bedrag dat ziekenhuizen voor een aios krijgen, is volledig uit de lucht gegrepen. Aios’s kosten niet alleen maar tijd, maar genereren ook omzet. De vraag: is hoeveel tijd en hoeveel omzet?’

Dat ziekenhuizen niet happig zijn om die informatie te verstrekken is volgens Schut begrijpelijk. ‘Niemand heeft zin om te klokken hoeveel tijd de specialist aan de supervisie en opleiding van aios’s besteedt. En bovendien zullen ziekenhuizen die aan de opleiding verdienen, dit niet aan de grote klok willen hangen.’

Het advies om meer transparantie in de kostprijs van aios’s te verkrijgen, dat Schut in 2007 uitbracht, heeft ondanks pogingen daartoe van het ministerie nog niet tot het gewenste inzicht geleid. Een vervolgonderzoek van Berenschot leverde niets op. De opleiding tot medisch specialist is en blijft een ‘zwarte doos’.

Het gebrek aan transparantie in de kosten van de medische vervolgopleidingen is opmerkelijk omdat de beroepsgroep volop in de belangstelling staat vanwege de hoge honoraria. De hoge salarissen van sommige specialisten, waarover nu al maanden discussie woedt, duidden volgens leden van de Tweede Kamer op een tekort aan medisch specialisten. Gesuggereerd wordt dat de beroepsgroep de schaarste zelf in stand houdt, mede geholpen door de inzet van goedkope – door VWS gesubsidieerde – aios’s als productiemachine.

Maar zo eenvoudig ligt het niet, zegt Keuzenkamp van het Westfriesgasthuis. ‘Het is moeilijk te zeggen hoe de kosten en baten precies uitvallen. Wij gebruiken het opleidingsbudget voor de vergoeding aan de aios’s zelf, voor de overhead en ter compensatie van de geringere productiviteit van de medewerkers. Specialisten zijn weliswaar veel tijd kwijt aan de begeleiding maar zij verdienen ook aan de bijdrage van aios’s.’

Volgens chirurg De Waard zijn de kosten en baten ‘ongeveer’ met elkaar in evenwicht. ‘In de polikliniek dragen aios’s bij aan de omzet, maar in de operatiekamer moeten we erop toeleggen. Een operatie met aios’s erbij kost twee keer zoveel tijd.’

Het zogenoemde Capaciteitsorgaan, dat jaarlijks in opdracht van het ministerie de gewenste instroom van medisch specialisten vaststelt, gaat er gemakshalve vanuit dat aios’s ‘productieneutraal’ zijn. In het begin van de opleiding kosten ze vooral tijd van de medisch specialist, aan het eind van hun opleiding dragen ze steeds meer bij aan de omzet.

De behoefte aan nieuwe specialisten wordt dus formeel bepaald door de arbeidsmarkt per medisch specialisme – zijn er veel openstaande vacatures of niet? – medische ontwikkelingen (nieuw bevolkingsonderzoek naar darmkanker bijvoorbeeld) en demografische factoren zoals de verwachting dat vaker in deeltijd zal worden gewerkt.

De sterke indruk bestaat dat het Capaciteitsorgaan te zuinig is met het vaststellen van de behoefte aan nieuwe medisch specialisten. Diverse specialismen hebben al de noodklok geluid over de krapte in hun vakgebied. Vorige week waren dat de orthopedisch chirurgen en eerder al de maag-, lever- en darmartsen en de plastisch chirurgen.

Ook de kinderartsen klagen. Het Capaciteitsorgaan verlaagde in 2004 de opleidingscapaciteit van 60 naar 39 vanwege een vermeend overschot. ‘Nu de ouderejaars uitstromen, worden de gevolgen pas voelbaar’, zegt Léon Winkel, in opleiding tot kinderarts in het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam en voorzitter van de Jonge Orde, de belangenorganisatie van jonge medisch specialisten.

De kinderartsen in opleiding klagen landelijk over hogere werkdruk. Bovendien vragen ze zich af of het opleidingsgeld aan hen wordt besteed of deels in de kas van het ziekenhuis verdwijnt. ‘In de praktijk betalen veel aios’s onterecht een deel van hun verplichte studieboeken en cursussen zelf’, vertelt Winkel.

Maar medisch specialisten hebben zelf ook last van de tekorten. Ze moeten zelf meer diensten draaien of een arts-niet-in-opleiding-tot-specialist (anios) aantrekken om de vakgroep draaiende te houden. ‘Die kosten alleen maar geld’, zegt Keuzenkamp, waarmee hij de indruk weg wil nemen dat het ziekenhuis of de specialist er baat bij heeft om de krapte in stand te houden.

Meer over