ColumnThomas von der Dunk

Opinie: Was het in de jaren dertig Mussert óf Moskou, bij Baudet is het Mussert én Moskou

Mussert of Moskou: dezelfde bipolaire keuze die Mussert poogde te creëren, zien wij ook bij Baudet, betoogt Thomas von der Dunk.

Thierry Baudet en Theo Hiddema in de Tweede Kamer.  Beeld FREEK VAN DEN BERGH
Thierry Baudet en Theo Hiddema in de Tweede Kamer.Beeld FREEK VAN DEN BERGH

Mussert of Moskou - fascisme of communisme: dat was de leus waarmee de Nationaal-Socialistische Beweging in 1937 de verkiezingen inging. Dat geen enkele naoorlogse partij in het Nederlandse parlement zozeer in de ideologische voetsporen van de NSB is getreden als het zogenaamde ‘Forum voor Democratie’, zal sinds de jongste onthullingen over het boreaal-biologisch-racistische gedachtengoed van Thierry Baudet en zijn jongensschare geen toelichting meer behoeven. Daarover hebben andere commentatoren reeds afdoende hun licht laten schijnen.

Dat is bijvoorbeeld het verschil met de xenofobie van de PVV, dat alleen al vanwege de geringe intellectuele pretenties van Wilders zo’n gesloten rechts-extremistische doctrine ontbeert.

Geradicaliseerd

Mussert of Moskou: dezelfde bipolaire keuze die Mussert poogde te creëren, zien wij ook bij Baudet. Voor beiden zijn alle andere partijen één pot nat. Net als Mussert is Baudet na aanvankelijk legitieme kritiek op het functioneren van het bestel totaal geradicaliseerd. Net als Mussert moet hij inmiddels niets hebben van ‘parlementarisme’ en omarmt hij het leidersprincipe - ook met tegenspraak in eigen kring kan hij niet overweg. En waar Mussert het communisme tot de grote vijand bombardeerde die alleen híj kon verslaan, daar fulmineert Baudet tegen een groot ‘cultuur-marxistisch complot’ van de intellectuele elite.

Het grote verschil: was het in de jaren dertig Mussert óf Moskou, nu is het Mussert én Moskou. Zetelde Musserts grote buitenlandse bondgenoot tegen de grote vijand Moskou toen in Berlijn, bij Baudet is het omgekeerd. Voor bijna geen enkel Europese politicus koestert hij zo’n minachting als voor Merkel. En voor bijna niemand heeft hij zo’n bewondering als voor Vladimir Poetin: de in een pseudo-democratische mantel gehulde autocraat, de ‘sterke man’ die Baudet zo dolgraag zou willen zijn, maar die hij als dandy, door gebrek aan volhardingsvermogen steevast in al zijn tot nu toe uitgeprobeerde rollen mislukt, nooit zal kunnen worden.

Het is een aspect waaraan tot nu toe opvallend weinig aandacht is besteed, voor zover ik kan overzien alleen een paar maal door NRC-columnist Tom-Jan Meeus: dat Baudet de afgelopen jaren stelselmatig als Poetinpraatpaal heeft gefunctioneerd. Dat begon al met het Oekraïnereferendum, en dat heeft hij met zijn aanvallen op de Europese Unie en de omarming van Russische rookgordijnen in het MH-17-drama voortgezet.

Russische trollen

Ook heeft Baudet enkele Russische trollen de partijorganisatie binnengesmokkeld. In het uit een ziekelijke behoefte aan zelfbewieroking geboren FvD-journaal wordt, net als in het door hem gefêteerde pro-Russische propagandablad Gezond Verstand voorts een poging gedaan om een ‘alternatieve waarheid’ te scheppen en daarmee - geheel in de geest van Poetin - het besef van enige waarheid te ondermijnen.

Net als Donald Trump, zijn andere grote idool, heeft Baudet zich sinds het conducteursincident tot een pathologische leugenaar en giftige complotdenker ontwikkeld, waarbij hij als klimaatontkenner intussen onvermijdelijk ook de antisemitische Soros-hoax en de corona-wappies van Willem Engel omarmt. Bij zo’n ontvangst toegejuicht door enkele idioten die geloven in een kinderbloed drinkende elite, weigerde Baudet daarvan afstand te nemen: net als voor Trump bij Qanon-aanhangers, is elke extremistische steun welkom.

Intussen verlaten de ratten het zinkende schip: al diegenen die Baudet de hemel in prezen zolang hij hoog in de peilingen scoorde, aan hem hun lucratieve baantjes dankten - Annabel ‘Dobberneger’ Nanninga zelfs drie - en ervan profiteerden dat Henk Otten met ‘ledenpartij’ FvD naar eigen zeggen ‘in een paar jaar tijd een businessmodel had opgezet dat miljoenen per jaar genereert’. Jarenlang hebben zij iedereen gedemoniseerd die bij Baudet precies dat constateerde, wat zij nu ook niet langer meer kunnen ontkennen. Men mag hopen dat deze baantjesjagers nu voor die demonisering hun excuses aanbieden en dan onder een steen wegkruipen.

Paul Cliteur

Twee oudere heren zijn er intussen stilletjes tussenuit geknepen, Theo Hiddema en Paul Cliteur. Naar eigen zeggen ‘nette mensen’. Zij moesten ter compensatie van Baudets boreale gebabbel FvD een aura van respectabiliteit verlenen. Zoals Rosanne Hertzberger 28 november in NRC opmerkte: pas op voor nette mensen. Ook tachtig jaar geleden waren er veel nette mensen die deden alsof dat, wat ze liever niet wilden zien, ook niet bestond.

Terecht zijn de schijnwerpers daarom intussen speciaal aan de Leidse universiteit op Paul Cliteur gericht. Hij is de intellectuele peetvader van Baudet, die steevast elke gelegenheid aangrijpt om lof toe te zwaaien aan de ‘briljante’ dissertatie van zijn pupil. Als geen ander is hij zo medeschuldig aan de narcistische eigenwaan van Baudet. En ook nu de logische samenhang tussen alle omstreden uitspraken niet langer te ontkennen valt, weigert hij om zich van hem te distantiëren.

Zwijgen

Cliteur was sinds 2019 senator, en dat maakt hem direct aanspreekbaar op uitlatingen namens de FvD gedaan. Hij zwijgt niet alleen over Baudets evidente antisemitisme, hij zweeg ook toen Baudet de academische wereld belasterde, en toen hij de journalistiek en rechtspraak verdacht maakte,  samen met de wetenschap altijd de eerste schietschijven van dictatoren in spe.

 Cliteur zweeg eveneens toen Baudet de coronacomplotdenkers omarmde, en al eerder toen Baudet de klimaatverandering ontkende. Daarmee zet hij indirect gerenommeerde natuurwetenschappers, en dus ook veel collega-hoogleraren, als incompetente zwendelaars weg. De vraag die rector-magnificus Stolker dan ook hoognodig eens aan Cliteur mag stellen: wat doet iemand die bij al deze laster en leugens van zijn politieke voorman wegkijkt, nog aan de universiteit?

Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus.

Meer over