Opinie: VVD neemt burgers niet serieus

Het verkiezingsprogramma van de VVD bewijst slechts lippendienst aan de grote maatschappelijke vraagstukken, vindt Anton van Schijndel...

De kandidatenlijst van de VVD zorgde vorige week voor rumoer. Een paar kandidaten voelden zich ‘ondergewaardeerd’ en gaven er de brui aan. In mijn geval (plaats 35) leidde een etentje met Joost Eerdmans tot geruchten dat ik van plan ben naar EénNL over te stappen.

Die lage plaats is een signaal dat mijn politieke opvattingen niet meer welkom zijn. De partijtop weet dat ik het verkiezingsprogramma eenzijdig vind. Met de paragrafen over economie en bestuur is weinig mis, maar het gaat om wat niet in het programma staat. Vooral aan de grote maatschappelijke vraagstukken van de veranderende bevolkingssamenstelling, integratie en immigratie wordt slechts lippendienst bewezen. Zeker na de verwerping van de Europese Grondwet had een veel kritischer opstelling jegens ‘Europa’ mogen worden verwacht.

De Fortuyn-revolte heeft geleerd dat burgers serieus moeten worden genomen. Het is gevaarlijk als in brede lagen levende opvattingen door geen van de ‘gevestigde’ partijen worden gerepresenteerd. Juist de VVD moet zich dat aantrekken. Die partij heeft immers een traditie in het agenderen van weerbarstige vraagstukken. Zo brak Bolkestein het debat open over de multi-etnische samenleving en over de schaduwzijden van steeds meer ‘Europa’. Waarom daar dan nu – zoals onder Dijkstal – voor weglopen?

Omdat ik voorvoelde dat de VVD van Mark Rutte wel eens een andere koers kon gaan varen, heb ik me begin deze zomer gewend tot de programmacommissie van British Telecom-topman Ben Verwaayen. Bij die commissie heb ik drie voorstellen ingebracht, met een afschrift aan fractievoorzitter Mark Rutte. Die voorstellen be-ogen meer ruimte te bieden aan de Staat – als ‘uitvoerend comité’ van de burgers – om eigen politieke keuzen te maken. Het achterliggende idee is de nationale zelfredzaamheid te vergroten. De commissie heeft de voorstellen echter terzijde gelegd – Ben Verwaayen liet weten er ‘niets in te zien’.

Waar gaat het om? Het eerste voorstel is om veel internationale regels te schrappen. Het VVD-motto ‘minder regels’ geldt ook internationaal. Nederland is nu verstrikt in onduidelijke verdragsverplichtingen, die ’s lands beleidsvrijheid sterk inperken. Het beleid kan daardoor nauwelijks meer worden aangepast aan de eisen van de tijd. Het integratie- en immigratiebeleid is een voorbeeld; denk aan de juridische problemen rond de Inburgeringswet.

Vandaar mijn conclusie dat verdragen die zich tegen een effectieve aanpak van maatschappelijke problemen verzetten, moeten worden opgezegd. Daarmee wordt ook de ‘verplaatsing van de politiek’ naar de rechtszaal en internationale organisaties een halt toegeroepen en het primaat van de democratie hersteld.

Mijn tweede voorstel is om de consequentie te trekken uit het feit dat one-size-fits-all niet werkt in Europa. Migratie en integratie verschillen per land. In 2007 zal er weer worden onderhandeld over een nieuw Europees verdrag. Nederland moet dan inzetten op meer beleidsvrijheid op het terrein van asiel en reguliere immigratie. Hetzelfde geldt voor de toegang van EU-burgers tot ons sociale stelsel. Europese samenwerking op deze terreinen is soms waardevol (bijvoorbeeld grensbewaking en terugkeerverdragen). Maar Nederland moet uiteindelijk zelf kunnen beslissen of het Europese regels overneemt of kiest voor eigen regels. In essentie betekent dit dat we greep houden op hoe Nederland er in de toekomst zal uitzien.

Mijn derde voorstel betreft Turkije. Turkije is een prima land, maar hoort niet thuis in de EU. De nu lopende onderhandelingen hebben als enig mogelijke uitkomst: toetreding. Het spreekt vanzelf dat eenmaal begonnen onderhandelingen te goeder trouw moeten worden gevoerd. Turkije doet dat niet. De staat Cyprus, één van de lidstaten van de Unie, is nog steeds niet door Turkije erkend. En vooraanstaande schrijvers worden vervolgd wegens ‘belediging van de Turkse identiteit’. Dit zijn praktijken die fundamenteel in strijd zijn met Europese waarden en belangen. Op deze gronden moet Nederland in de Unie het standpunt innemen dat de onderhandelingen met Turkije dienen te worden beëindigd.

Tot zover de programmatische punten. Na dit alles een enkel woord over ‘de poppetjes’.

De opbouw van die lijst smaakt mij net iets teveel naar winner takes all. Zo zouden van de twaalf verkiesbare nieuwkomers zes Rutte-sympathisant zijn (AD, 31 augustus). Alleen Fred Teeven kan met enige goede wil worden gerekend tot de kring rond Verdonk.

Het is mooi dat er een paar kandidaten zijn met duidelijke politieke opvattingen. Maar die staan haaks op onze kritisch liberale traditie. Zo is de pro-Turkije lobby versterkt door de komst van mijn goede vriend en publicist Arend Jan Boekestijn. En Europese federalisten kunnen tevreden zijn met het binnenkort aantreden van Han ten Broeke. Daarmee wordt de erfenis van Bolkestein verkwanseld.

Mijn conclusie is dat zowel het programma als de kandidatenlijst duidt op een ingrijpende wijziging van de politieke koers – ‘Op naar het midden!’. En wég van de moeilijke vraagstukken – met een optimistisch verhaal over de economie komen we er wel.

Maar dat kan tegenvallen. De kiezers voelen haarfijn aan of de VVD een antwoord heeft op hun zorgen over de toekomst van Nederland. Oppervlakkigheid wekt bij de kiezer slechts weerzin. Zelf beraad ik me of ik met een voorkeursactie zal proberen in de Kamer gekozen te worden. Voor een eenvoudig Kamerlid is het behalen van 16 duizend voorkeursstemmen geen sinecure maar niet onmogelijk, gezien mijn resultaat van 12.700 stemmen in 2003. Maar doorgaan in de VVD heeft alleen zin als de partijtop steun geeft aan de genoemde punten, die als amendementen op het programma kunnen worden ingebracht. Of die steun er is, zal binnenkort moeten blijken.

Het alternatief is me aansluiten bij een ‘niet gevestigde’ partij. Ook die mogelijkheid sluit ik niet uit. Het zou namelijk heel gezond zijn als een nieuwe politieke formatie de gevestigde partijen bij de les houdt. De burgers moeten zich vertegenwoordigd weten door hun politici. Met het huidige programma doet de VVD dat onvoldoende.

Meer over