Opgewekte samenzang

The Polyphonic Spree: Together We're Heavy. Good Records. Of je werd er blij van, of je ergerde je kapot aan The Polyphonic Spree, een groep van twintig musici, zangers en zangeressen die in witte toga's tal van popfestivals kwamen opluisteren met hun opgewekte samenzang....

Geleid door Tim DeLaughter trok de band na hun debuut uit 2001, The Beginning Stages Of. . ., door Europa met hun muziek die een kruising was tussen de neo-psychedelica van Mercury Rev en de Flaming Lips met de musical Hair.

Hoe lang blijft zoiets leuk? In elk geval nog de duur van een heel album zo blijkt nu bij de Amerikaanse en Britse release van Together We're Heavy. Het concept is nauwelijks veranderd, de productie aanzienlijk verbeterd en een paar liedjes (Hold Me Now, Two Thousand Places) blijken al sinds Lowlands vorig jaar in het hoofd te hangen.

Natuurlijk, het zijn een stel softe hippies bij elkaar, maar de louterende werking van het enthousiaste samenzingen is groot, bovendien klinkt er wel degelijk een flinke dosis maatschappijkritiek (When The Fool Becomes A King) door. Minder schreeuwerig dan Michael Moore misschien, maar effectief. En troostrijk.

The Roots: The Tipping Point. Geffen-Universal. Vrij snel na het spectaculair diverse Phrenology komen The Roots met een voor hun doen betrekkelijk bondige opvolger (tien nummers, bonussen niet meegerekend) en The Tipping Point is opnieuw een erg fijn hiphop-album.

De plaat opent sterk met een bewerking van Sly Stone's Everybody Is A Star, samplen kun je het nauwelijks meer noemen, het lijkt wel alsof Black Thought zijn eigen raps door het hele nummer heen doet, wat niet zo is. Heel handig is dat prachtnummer uit elkaar getrokken om ruimte te laten voor The Roots zelf. Ook heel fijn klinkt het rauwe, alleen door percussie begeleide Web, hun hommage aan old school hiphop. A Girl Called Eddy: A Girl Called Eddy. Anti Records. Mooi debuut van Amerikaanse zangeres met een stem die het midden houdt tussen die van Shelby Lynne en Aimee Mann. De titel heeft ze geleend van Dusty Springfields debuut A Girl Called Dusty en de plaat heeft ook een aangenaam jaren-zestiggeluid zonder gedateerd te klinken.

Dat mag worden toegeschreven aan de Britse muzikant Richard Hawley die tekende voor de productie. Hawley (ooit gitarist in Pulp) heeft E. (ze schijnt helemaal geen Eddy te heten) Moran eenzelfde warme sound gegeven als zijn eigen solo-platen. Veel Bacharach en Motownklanken die Morans liedjes aangenaam kleuren. Maar het gaat natuurlijk om de liedjes zelf en die zijn goed, al houdt A Girl Called Eddy het niveau van Kathleen (roerend liedje over gestorven moeder) en The Long Goodbye niet een heel album vol. Niettemin moet met een volgende plaat het niveau van Lynne en Mann haalbaar zijn.

The Fall: 50.000 Fall Fans Can't Be Wrong. Sanctuary. Talloze compilaties verschenen er de afgelopen jaren van The Fall, een van de invloedrijkste Britse bands van de laatste vijfentwinig jaar, maar niet een deed werkelijk recht aan de kwaliteiten van Mark E. Smiths band.

De vele labelwisselingen, en het onmogelijke karakter van Smith stonden een representatief overzicht in de weg, maar de met een knipoog naar Elvis getitelde 50.000 Fall Fans Can't Be Wrong is een ideale introductie tot dat nog altijd weerbarstige maar geweldige oeuvre.

In chronologie (vanaf Repetition de b-kant van de eerste single uit 1978 tot aan hun laatste cd) komt vijfentwintig jaar Fall voorbij. Hun hoogtijdagen lagen zo tussen 1982 en 1986, maar de latere jaren kennen ook nog veel hoogstandjes. Fans zullen favorieten (Wings, New Big Prinz, Bill Is Dead) missen, maar je kunt honderden unieke songs niet zonder vergissingen terugbrengen tot negenendertig. En uniek is The Fall, nog altijd.

Meer over