Opgevoed door de vijand

Argentinië ontwaakt uit een boze droom van ruim twintig jaar geleden. Eindelijk is er erkenning voor de Moeders van de Plaza de Mayo, die hun speurtocht naar zoekgeraakte geliefden nooit hebben opgegeven....

door Ineke Holtwijk

HET verhaal over hoe Claudio Gonçalves (22) zijn familie terugvond, leest als het script voor een Hollywood-film. Maar waar begint het? Misschien in 1976. Het is een zonnige herfstdag in Argentinië. De militairen hebben die nacht de macht overgenomen. De heksenjacht op links begint. Bij de fabriekspoorten staan militaire vrachtwagens. Alle kaderleden van vakbonden moeten instappen. Op busstations worden razzia's gehouden. De wegen zijn geblokkeerd en overal staan militairen met namenlijsten.

Gastón Gonçalves luistert die ochtend naar de radio. Hij hoort bij de stadsguerrillabeweging Montonero en alfabetiseert fabrieksarbeiders. Hij besluit in weerwil van wat zijn familie zegt, wel naar de fabriek te gaan. Niemand ziet hem levend terug. Zijn vriendin, ook een Montonero, duikt de volgende dag meteen onder. Ze is zes maanden zwanger. Zelfs haar beste vrienden weten niet waar ze verblijft.

Het verhaal kan ook in 1994 beginnen. In een volle zaal van de rechtenfaculteit in La Plata houdt een medisch antropoloog een lezing. Zijn specialiteit is het identificeren van botten van slachtoffers van het militaire regime. Hij vertelt over de speurtocht via kerkhoven, registers en DNA-laboratoria. 'Je zoekt en je weet soms niet wat je zoekt.'

Een oudere vrouw in het publiek luistert met meer dan gewone belangstelling. In haar tas heeft ze kopieën van een zaak die haar al meer dan tien jaar bezighoudt, sinds ze bij de afdeling Jeugdzaken van de gemeente kwam werken. Een baby verstopt onder een kussen in een kast overleeft als enige van drie volwassenen en drie kinderen een mortieraanval van militairen op het huis. Dat was in 1977. Alle doden behalve de jonge vrouw die vlak bij de baby ligt, kunnen worden geïdentificeerd. Haar papieren blijken vals. Omdat niemand de baby komt ophalen, biedt het ziekenhuis het kind ter adoptie aan.

Nee, misschien is het beste begin die dag dat Claudio de voordeur uitrent om zijn (adoptie)moeder, die op het punt staat naar haar werk te fietsen, nog iets te vragen. Voor het huis staat een witte Renault. Er zit een man in die hem doordringend aankijkt en daarna een krant begint te lezen. Een halfuur later komt zijn moeder binnen, met die man. 'Deze meneer wil je iets vertellen', zegt ze. En de man: 'Je hebt een grootmoeder die je zoekt.'

Op een terras in Buenos Aires, bij een pizza en een glas cola, vertelt Claudio Gonçalves geanimeerd over zijn wonderbaarlijke wedergeboorte. Hij was de baby onder het kussen. Nu is hij een jongen als velen in deze wereldse hoofdstad: oorringetje, halflang haar, bermuda, sneakers, verslingerd aan computerspelletjes, fan van de voetbalclub River Plate en natuurlijk van Los Pericos (De Papegaaien), Argentiniës reggae-groep.

Op die regenachtige middag werd hij van Manuel Valdez, zijn adoptienaam, Claudio Gonçalves. Opeens begreep hij waarom hij als kind zo bang voor lawaai was geweest. En waarom zijn familie hem niet had afgehaald in het ziekenhuis. Hij wist dat hij vondeling was en had altijd aangenomen dat ze te arm waren geweest om er een kind bij te hebben. 'Nu zie ik dat mijn moeder mijn leven heeft gered met dat kussen.'

Maar de grootste verrassing was dat hij zijn halfbroer - uit een eerder huwelijk van zijn vader - al kende. Het was de bassist van Los Pericos, zijn favoriete band. 'Dat was goed voor mij en mijn vrienden', grijnst Claudio, die zelf videospelletjes verkoopt. 'We hoeven nu nooit meer kaartjes te kopen voor een concert.' Een keer was hij mee op toernee, naar de Verenigde Staten.

Het was medisch antropoloog Alejandro Inchaurregui, de man uit de witte Renault, geweest die Claudio na een jaar zoeken vond. Tien jaar eerder hadden de Grootmoeders van Plaza de Mayo dezelfde tip van de gemeente-ambtenares genegeerd. Inchaurregui zette door. Via de botten van de naamloze vrouw op het kerkhof, computerlijsten van verdwenen vrouwen die mogelijk in dezelfde tijd een baby hadden gebaard, en de foto op het valse document, stelde hij de echte naam van Claudio's moeder vast.

De woonplaats van de 18-jarige Manuel Valdez kon pas getraceerd worden toen hij zich inschreef als kiezer; het adoptiedossier wordt namelijk alleen de eerste levensjaren bijgehouden.

Claudio's halfbroer oogt precies als zijn vader. En zijn oma vertelt hem veel. Claudio: 'Iedere keer ontdek ik weer nieuwe dingen. Zo probeer ik de tijd in te halen die ik nooit met mijn vader heb gehad.' Zijn moeder werd vermoord toen ze net zo oud was als zijn vriendin nu. Hij kan het zich niet voorstellen. De verhalen over het geweld, ook van de kinderen van verdwenen vrienden van zijn vader, schokken hem keer op keer. 'Ik wist wel wat er gebeurd was, maar niet dat het zo erg was.'

Het maakt hem extra trots op zijn ouders. 'Deze generatie denkt alleen aan zichzelf. Zij niet. En terwijl ze wisten dat ze gevaar liepen, gingen ze toch door.' Wat zouden zij hebben gedaan?, vraagt hij zich nu vaak af als hij voor een dilemma staat. Anderen helpen en iets doen tegen onrechtvaardigheid, heeft hij bedacht. Daarom doet hij ook mee met demonstraties van de HIJOS (letterlijk: zonen), de kinderen van slachtoffers van de dictatuur. 'Wij moeten de strijd overnemen, want de oma's zijn oud en gaan dood.'

Zaterdag verschijnt er een groot interview met hem en zijn musicerende broer in Clarin, Argentiniës grootste dagblad, meldt hij trots. Op de poppagina. Naar het voorbeeld van Sting zingen Argentijnse rockbands nu ook regelmatig een liedje voor de goede zaak. Een paar weken geleden kwam er een cd uit: veertien Argentijnse bands ter ere van de Moeders van Plaza de Mayo.

Mensenrechten zijn in, na tien jaar lang uit te zijn geweest. Sinds 1985, toen de juntaleden in een Argentijnse versie van Neurenberg werden veroordeeld, heeft er niet zo veel over het duistere verleden in de kranten gestaan. Overlevenden die vertellen, militairen die praten maar niets zeggen, en steeds grijzer wordende grootmoeders die een zoveelste illegale adoptiezaak bekendmaken.

De Grootmoeders van Plaza de Mayo horen tegenwoordig tot het establishment. Ze krijgen - als enige mensenrechtengroep - tegenwoordig zelfs regeringssubsidie. Het weekblad Gente (Mensen) koos een grootmoeder tot persoonlijkheid van het jaar. Gente is een boulevardblad dat pro-dictatuur was en zijn vip-lijst wordt voornamelijk bezet door presidenten, acteurs en tv-beroemdheden.

Tot enkele jaren geleden waren de Dwaze Moeders, die nog steeds iedere week demonstreren, inderdaad dwaas in de ogen van veel Argentijnen. Men maakte ze uit voor terroristen en criminelen. Nu niet meer. De omslag was begin 1995, zegt Rosa Rosinblit, de bijna tachtigjarige vice-voorzitster van de grootmoeders. Toen vertelde een marine-officier in een vraaggesprek voor de televisie hoe hij persoonlijk dertig politieke gevangenen, verdoofd maar levend, uit een vliegtuigruim de oceaan ingooide. Bij zijn weten waren er zeker tweeduizend gedetineerden door deze wekelijkse dodenvlucht aan hun eind gekomen.

'Voor het eerst gaf een militair toe dat hij gemoord had. Het kwam niet van ons, maar van hen zelf', zegt Rosinblit. 'We waren meteen minder dwaas.' Miljoenen zagen de bekentenis. De Vlucht, het boek met een marathoninterview met Adolfo Scilingo, werd een bestseller.

De bekentenis dwong de chef van de landmacht tot een ongebruikelijk mea culpa voor wat zijn voorgangers hadden misdaan. 'Bottenman' Alejandro Inchaurregui herinnert zich dat hij in die dagen mensen op kantoor kreeg die twintig jaar lang niets hadden willen weten van hun verdwenen linkse broers. 'Door Scilingo hadden ze alsnog begrip en wilden ze hun lot onderzoeken.'

De eerstvolgende herdenking van de staatsgreep werd een massaal protest met tachtigduizend man. Voor het eerst stonden op Plaza de Mayo niet alleen mensenrechtenactivisten, maar ook gezinnen met kinderen en jongeren die je eerder bij popconcerten zou verwachten. De bekentenis was ook de geboorte van HIJOS, de luidruchtigste maar wel creatiefste van alle mensenrechtengroepen. De HIJOS - behalve kinderen van slachtoffers ook andere jongeren - verzonnen een nieuwe protestvorm.

Ze zochten uit waar de folteraars, de moordenaars en de gynaecologen waren die in concentratiekampen meehielpen bij de bevallingen. Iedere paar weken hebben zij een 'escrache', een moderne variant van de middeleeuwse schandpaal. Met spandoeken, folders, verfbommen, megafoons en spuitbussen belegeren ze het huis of het kantoor van hun doelwit. De wijk wordt met folders geïnformeerd dat er een folteraar of moordenaar in haar midden woont. Overal komen borden en leuzen te staan. 'Hier woont een moordenaar'. Want als justitie de daders niet veroordeelt, moet de gemeenschap dat doen, zeggen de jongeren. De escraches groeiden uit tot happenings met duizend mensen.

In het buitenland bracht de bekentenis van de marineofficier het inmiddels befaamde onderzoek van rechter Garzon op gang. Op diens opsporingslijst staan namelijk vooral Argentijnse militairen. In totaal zo'n honderd. Uitlevering is volgens de Argentijnse grondwet niet mogelijk. En de Argentijnse ex-juntaleden zijn slimmer dan Pinochet, en kijken wel uit zich in het buitenland te vertonen. Behalve Scilingo. Hij reisde op eigen initiatief naar Madrid 'om Garzon te helpen' en werd daar tot zijn woede in de boeien geslagen. Hij zit nog steeds vast.

Vorig jaar kwam plots de ingeslapen Argentijnse rechterlijke macht tot leven. In juni - dus maanden voor Pinochet werd aangehouden - werd in Argentinië ex-dictator Jorge Videla in de boeien geslagen. Anderen volgden. Zij worden beschuldigd van kinderroof. En in het geval van de hoogste bazen minimaal van nalatigheid.

Het betreft mogelijk tweehonderd baby's van gedetineerde vrouwen, die vervolgens zijn vermoord. De kinderen werden meestal weggeven aan kinderloze militairen. Kinderroof is volgens sommige juristen het enige misdrijf dat niet onder de amnestiewet valt, en dat evenmin in de jumboprocessen van de jaren tachtig is ingebracht. Terwijl het oog van de wereld op Pinochet is gericht, komt er misschien meer vuurwerk in Buenos Aires. Het Argentijnse Hooggerechtshof besluit de komende weken of er genoeg reden is voor een nieuw proces tegen de militairen.

Op het ogenblik zitten er negen in voorarrest, onder wie ex-juntalid Emilio Massera, Reinaldo Bignone (de laatste militaire president) en Jorge Acosta, bijgenaamd De Tijger (tijdens de dictatuur directeur van de Technische School van de Marine, een bekend foltercentrum).

Wat in Chili niet mogelijk is, kan in Argentinië. De ex-dictators die Argentinië in de Falkland-oorlog stortten, worden beschouwd als 'politieke lijken' en genieten geen enkele steun. Zelfs niet bij de geüniformeerden. Jorge Acosta probeerde te vluchten in het ministerie van de landmacht, maar werd door de militairen zelf gearresteerd en afgeleverd bij het gerechtsgebouw.

Cynici twijfelen aan de oprechtheid van de onderzoeksrechters. Ze zien de nieuwe belangstelling voor het duistere verleden als een pr-show. Nu Garzon het net aanttrekt, en landen als Duitsland en Zwitserland opheldering van zaken vragen, wil Argentinië laten zien dat het een onafhankelijke justitie heeft. En de twee onderzoeksrechters in kwestie zouden punten willen scoren. Temeer daar er een wisseling van de regering aankomt.

Nieuwe informatie rechtvaardigt de actie, zegt María Servini de Cubría, een van de twee onderzoeksrechters in kwestie. 'Mensen raken nu pas hun angst kwijt en beginnen te praten.' Het lijkt een perpetuum mobile van onthullingen. Na de arrestatie van Videla kwamen er bij de grootmoeders in een paar dagen veertig tips binnen. Het waren tips als: de buurvrouw kreeg twintig jaar geleden een kind, maar ik heb haar nooit zwanger gezien. Maar de meeste telefoontjes waren van (bijna) twintigers die onrustig werden. Waren zij misschien een gestolen kind? De aanvragen voor gratis DNA-proeven verdrievoudigden in enkele maanden tijd.

Dankzij zo'n tip stuurde Servini de Cubría op een donderdagochtend ruim twee weken geleden de politie naar een adres in de badplaats Mar del Plata. Daar woont een voormalige onderofficier van de marine met zijn echtgenote en 'ontvreemde' dochter. Sociaal werkster Adriana Belcoff van justitie was bij de inval aanwezig. Dochter Evelyn, nu 21, deed open. 'Ze schrok, maar toch leek ze niet echt verrast', aldus Belcoff. Terwijl de politie de woning doorzocht, zette Evelyn koffie voor het bezoek.

De ex-militair gaf meteen toe dat Evelyn - vermoedelijk dochter van een Argentijns-Duits stel - een adoptiekind was. Hij had vermoed dat zij de dochter van verdwenen gevangenen was, want hij had haar en een vals geboortebewijs gekregen van een andere militair in de Technische School van de Marine. Maar deed dat er wat toe? 'Het was God die de baby in mijn armen had gelegd en dus moest ik haar bij me houden en opvoeden', aldus de marineman, die inmiddels in voorarrest zit.

Evelyn was stil bij de inval. Pas later kwamen de tranen. Van de adoptie wist ze, maar niet van haar origine, vertelde ze Adriana Belcoff. De sociaal werkster was niet overtuigd: 'Ik had de indruk dat zowel de ouders als zij vermoedden dat deze ontknoping eens zou komen.' Maar Evelyn is teruggekomen op haar besluit een DNA-proef te laten doen.

Ontdekken dat je jaren voorgelogen bent, is voor iedereen een schok. Maar voor de meeste kinderen die zijn opgevoed door militairen is het ook een klap te horen dat zij kinderen van 'terroristen' zijn. Hun hele leven is zevoorgehouden dat linkse mensen duivels en doortrapt zijn. En wel door ouders die vaak in stilte vreesden voor verkeerde politieke genen bij hun aangenomen kind.

Javier Viñas (21) was er zeker van dat hij de zoon van marinekapitein Jorge Vildoza was. Zijn adoptieouders zijn sinds medio jaren tachtig voortvluchtig omdat zij de DNA-proef die de rechter had bevolen, wilden ontlopen. Jaren opereerde de ex-militair als wapenhandelaar vanuit Londen. De Argentijnse justitie vermoedt dat hij nu in Zimbabwe woont.

Javier stapte enkele maanden geleden met een van zijn adoptiebroers het kantoor van Servini binnen en stroopte zijn mouw op voor de bloedproef. Om voor eens en altijd een eind te maken aan het misverstand dat hij geroofd zou zijn. 'Mijn ouders hebben me tijdens mijn opvoeding alles gegeven wat ik nodig had, en ik kan hen onmogelijk in verband brengen met deze beschuldigingen', schreef hij in een brief aan de rechter.

Maar hij was de kleinzoon van Cecilia Viñas. De ontmoeting van Javier met zijn oma, die twintig jaar naar hem had gezocht, en zijn oom - de broer van zijn verdwenen moeder - herinnert rechter Servini zich als de aangrijpendste uit haar carrière. Hij gaf zijn oma koeltjes een hand. Alsof ze een volstrekt vreemde was. Ze kreeg geen kans hem tegen zich aan te drukken of zelfs maar aan te raken.'

De rechter en assistenten hadden tranen in de ogen, maar Javier bleef tijdens het gesprek onbewogen. Net als trouwens zijn oma en zijn oom. Ook het verwachte spervuur van vragen over de nieuwe familie bleef uit. Javier, streng katholiek opgevoed, wilde slechts twee dingen weten. Of zijn ouders getrouwd waren op het moment van de conceptie. En of hij neven en nichten had. Over zichzelf wilde hij niet veel meer vertellen dan dat hij in een buitenland had gewoond, dat hij zijn naam en die van zijn vader op een Argentijnse website was tegengekomen en dat hij studeerde.

'Hij slaapt met de vijand', is het enige dat grootmoeder Cecilia Viñas er nu nog over wil zeggen. De blauwe ogen onder het grijze rattenkopkapsel staan verdrietig, maar de toon is beslist. Geen commentaar, heeft het familieberaad besloten. 'We willen het beetje contact dat er met Javier is, niet verliezen. Het moet zijn tijd hebben.' Javier wil na enkele bezoeken niets meer weten van zijn nieuwe familie. De rechter annuleerde zijn valse geboortebewijs en nam zijn paspoort in; maar Javier weigert zich Viñas te noemen.

De grootmoeders, die hard hopen op een Nobelprijs voor de Vrede, mijden het onderwerp liever. Hun persbericht jubelt ongeneerd: de relatie van Javier met zijn nieuwe familie 'groeit iedere dag in het contact met zijn familie van moeders en vaders zijde die hem vertellen over hun liefdevolle zoektocht en de toekomstplannen van zijn ouders.'

Gevallen als die van Javier zijn geen mislukking, zegt grootmoeder Rosa Rosinblit. 'Hij heeft zijn identiteit terug. Dat is het belangrijkste.' Maar de hereniging wordt moeilijker nu de kinderen volwassen zijn, geeft ze toe. Ze hebben meer tijd met 'de ontvreemder' doorgebracht. Bovendien 'mogen ze zelf beslissen.'

Het kan altijd nog erger. Het kan nog schrijnender. Zoals het geval van de tweeling Tolosa, geroofd door een politiecommissaris. De twee broertjes, inmiddels volwassen, ontvangen binnenkort een wettelijke schadevergoeding van meer dan 200 duizend dollar vanwege de dood van hun ouders. Dat geld willen ze deels besteden aan een advocaat voor hun adoptievader. Deze heeft zes jaar gezeten voor babyroof en moet nu voorkomen vanwege martelpraktijken. Men sluit niet uit dat hij hoogstpersoonlijk de ouders van de tweeling de nek heeft omgedraaid. Maar voor de jongens blijft hij de man die hen gered heeft.

'De terugplaatsing is een complex probleem; menselijk, sociaal, psychologisch en genetisch', meent medisch antropoloog Alejandro Inchaurregui. 'Er zijn veel fouten gemaakt.' Ook door de grootmoeders en door de rechters die zich wijzer dan de wetenschap achtten en met een lage DNA-overeenkomst toch kinderen toewezen. De tweeling Tolosa bijvoorbeeld, was eerst fout geïdentificeerd. En een jongen, weggehaald bij adoptieouders, werd neergepoot bij mensen die zijn familie niet waren. Hij kwam uiteindelijk in een jeugdinternaat terecht en belandde op het criminele pad. Zijn adoptieouders, die te goeder trouw waren, heeft hij nooit meer gezien.

Inchaurregui loopt al veertien jaar mee in het mensenrechtencircuit. Wie dacht dat daar goed en kwaad duidelijk te onderscheiden zijn, is naïef. Geld is het motief achter sommige herenigingen, stelde hij vast. De schadevergoeding (ongeveer honderdduizend dollar per verloren ouder) in de eerste plaats. Er zijn kinderen die allang wisten dat hun ouders verdwenen gevangenen waren, maar er nu pas werk van maken, omdat de uitkeringsregeling in 2000 afloopt. Javier Viñas werd door zijn adoptiebroers naar de rechter gesleept omdat zij de miljoenenerfenis van hun vader annex wapenhandelaar, niet met hem wilden delen.

Daarbij vergeleken is het verhaal van Claudio Gonçalves, met zijn begrijpende adoptiemoeder, beroemde halfbroer en zijn idealisme 'puur Hollywood'. Zoals het eerste bezoek aan oma: Claudio die de schemerlamp die zijn vader voor haar maakte, beetpakt en streelt. Inchaurregui: 'Je hoeft er geen letter aan te veranderen. Hollywood.'

Meer over