reportage

Opgevangen nijlganzen en waterschildpadden belanden in een juridisch moeras

Erik Bruining van Vogelhospitaal Naarden. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Erik Bruining van Vogelhospitaal Naarden.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Nijlganzen, wasberen, waterschildpadden en andere ‘invasieve exoten’ in Nederland mogen niet zomaar verzorgd worden als ze hulp nodig hebben. Ze daarna weer vrijlaten, is zelfs verboden. Opvangcentra worstelen met die regels, want de optie die de overheid aanreikt, is: laten inslapen die dieren.

Ineens lag daar een officiële waarschuwing van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op tafel bij Vogelhospitaal Naarden. Met een dwangsom van 25 duizend euro. Had het dierencentrum de belasting getild? Was een vrijwilliger er met de kas vandoor gegaan? Nee, het was de inspectie-ambtenaren na onderzoek van de administratie gebleken dat het opvangcentrum gewonde nijlganzen had opgevangen, verzorgd en weer had vrijgelaten.

Dat eerste mag, dat laatste mag officieel niet: de nijlgans is een zogeheten invasieve exoot, een vreemde vogel die hier niet hoort en schade zou toebrengen aan de inheemse natuur. Volgens de laatste schattingen van onderzoeksorganisatie Sovon broeden in Nederland zo’n 11.400 duizend paar. De gans staat op de lijst van de Europese Unie en mag daarom niet verkocht of gehouden, en wel ‘actief worden bestreden’, onder meer omdat hij het grasland van boeren zou aantasten.

Daar heeft het gemiddelde dierenopvangcentrum (naast zo’n tweehonderd opvangcentra voor huisdieren zijn er 82 voor wild, vogels, egels en andere dieren) geen boodschap aan.

In de praktijk worden de officiële regels stilzwijgend met voeten getreden, blijkt uit een rondgang onder opvangcentra. Er werken, net als op de vele dierenambulances, vrijwilligers die tot doel hebben dieren te redden. De nijlgans die een vleugel breekt of is aangereden door een auto, wordt in het beste geval opgehaald en naar een vogelasiel gebracht. En daarmee ontstaat een probleem.

‘Een gewond dier heeft hulp nodig’, zegt Erik Bruining, beheerder bij Vogelhospitaal Naarden. ‘Het probleem is dat we het juridisch gezien niet zomaar mogen opvangen. Daar heb je een ontheffing voor nodig, en dat maakt het nodeloos ingewikkeld.’

Moeras van regelgeving

Waar elke duif of egel in nood mag rekenen op liefdevolle verzorging als hij gevonden wordt, belandt de aangereden exoot van de berm in een moeras van regelgeving. Volgens de regels van de Europese Commissie dienen lidstaten het ‘exotenprobleem’ aan te pakken. Sinds 2016 bestaat er een Europees verbod op bezit, handel, kweek, transport en import van schadelijke, exotische planten en dieren. De lidstaten dienen daarop toe te zien.

Tegelijk kent Nederland de Wet Dieren, die stelt dat zorgbehoevende dieren recht hebben op hulp. Opvangcentra hebben zelfs een ‘zorgplicht’. Maar volgens de Europese regels mogen exoten niet getransporteerd worden, en na herstel ook niet weer in de natuur worden losgelaten.

Dierenopvangcentra kunnen vergunningen aanvragen bij de landelijke overheid. Ontheffingen voor veel dieren dienen bij de provinciale overheden te worden aangevraagd, maar exoten vallen weer onder verantwoordelijkheid van de RVO, een agentschap van de ministeries van LNV en Economische Zaken en Klimaat. Dat adviseert opvangcentra om gezond ogende exoten niet mee te nemen en andere gevallen onder te brengen bij opvangcentra voor invasieve exoten. ‘Of laat het dier euthanaseren (inslapen) bij de dierenarts.’

Erik Bruining van Vogelhospitaal Naarden bij een koningsbuizerd. Beeld Marcel van den Bergh
Erik Bruining van Vogelhospitaal Naarden bij een koningsbuizerd.Beeld Marcel van den Bergh

Een nodeloze papierwinkel, zegt Erik Bruining van Vogelhospitaal Naarden: ‘Wij hadden vijf ontheffingen, maar toch bleek dat we daarmee nog geen ontheffing hadden voor opvang van exoten.’

Bovendien, zegt hij: ‘Volgens de wet moet je een exoot na herstel levenslang onderbrengen bij een opvangcentrum met de juiste ontheffing. Die centra zijn er nauwelijks. In de praktijk is het ook niet te doen. Een nijlgans kan wel 20 jaar oud worden. Het dier is zeer territoriaal, zeker in het broedseizoen. Dan moet je een megavolière hebben om al die dieren jarenlang te kunnen opvangen.’

Waterschildpadden en wasberen

Hetzelfde probleem ziet hij met de opvang van waterschildpadden, die oprukken in sloten en vijvers en door hun graafgedrag slootkanten kunnen ontwrichten. ‘Wanneer mensen die vinden worden ze bij ons gebracht. Maar de paar specifieke opvangcentra zitten vol. We kunnen de dieren niet meer kwijt.’

Voor sommige diersoorten bestaat die opvang trouwens wel. Zo is Stichting Aap in Almere de plek voor onder meer wasberen en wasbeerhonden. Opgevangen dieren worden door Aap ook wel ondergebracht bij dierentuinen. Ganzen worden wel ondergebracht bij Akka’s Ganzenparadijs in Dalen (Drenthe). Maar ook daar zijn ruimte en mogelijkheden beperkt.

Niet alle geraadpleegde opvangcentra willen er met de media over spreken, maar Bruining is niet de enige die worstelt met dit probleem. André de Baerdemaeker van de Rotterdamse opvang Vogelklas Karel Schot (waar jaarlijks zo’n 12 duizend dieren binnenkomen): ‘Ik heb bij onze opvang nog nooit gehoord dat een dier wordt geweigerd of gedood omdat het een exoot is. Opvangcentra zijn vrijwilligersorganisaties. De medewerkers zijn over het algemeen dierenvrienden. Die kun je niet opzadelen met schadebestrijding of populatiebeheer, laat staan met het opzettelijk euthanaseren. Dan lopen vrijwilligers snel weg en kunnen opvangcentra wel inpakken.’

De wet zegt: euthanaseren

Jaap van Dijk, bestuursvoorzitter bij Vogelopvang Utrecht: ‘Als een particulier een nestje met gezonde nijlganskuikens brengt waarvan de ouders zijn overreden, zouden wij volgens de wet moeten overgaan tot euthanasie. Zonder medische reden is daar voor ons geen enkele aanleiding toe, dus dat doen we niet. Maar terugzetten in de natuur mogen we officieel ook niet.’

Een andere asielmedewerker: ‘Volgens de wet mag ik een nijlgans na behandeling in mijn opvangcentrum niet vrijlaten, maar als ik in het open veld een tentje om hem heen zou bouwen om hem daarin te verzorgen, is er niets aan de hand. Een idiote situatie.’

Om hoeveel dieren gaat het die tussen wal en schip vallen? Stichting DierenLot, die dierenambulances en opvangcentra ondersteunt, becijfert na een eigen onderzoek onder 22 opvangcentra. Die hadden in een jaar tijd 562 nijlganzen opgevangen. Omgeslagen naar het landelijk totaal zou dat neerkomen op zo’n 1.300 nijlganzen per jaar die ‘illegaal’ worden verzorgd en al of niet vrijgelaten na herstel. In drie opvangcentra van de grote steden komen zo’n vijfhonderd halsbandparkieten per jaar binnen. In totaal schat DierenLot dat de centra ‘tussen de vijf- en tienduizend exoten per jaar’ opvangt. ‘Forse aantallen dus’.

Burgers opvoeden

Wat moet er gebeuren? Stichting DierenLot wil met het ministerie van LNV en de uitvoerende diensten RVO en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit om de tafel, om tot een breed gedragen oplossing voor de opvangcentra en dierenambulances te komen. Ook wil de stichting meer duidelijkheid over de daadwerkelijke schade die diersoorten zouden aanrichten.

Dat laatste onderschrijft André Baerdemaeker van Rotterdamse Vogelklas Karel Schot: ‘Allereerst moeten we burgers erop wijzen geen vreemde diersoorten in huis te houden. Want dat is de bron van de meeste problemen met exoten, vaak ontsnapte of vrijgelaten exemplaren, zoals bij de halsbandparkieten en wasberen. Verder moeten we nadenken over de vraag of vrijlaten wel altijd een probleem is. Het is niet de schuld van het individuele dier dat-ie te boek staat als invasief exotische soort. Met het opvangen breid je de populatie in elk geval niet uit. Terugplaatsen in het gebied waar het dier is gevonden is dan de beste oplossing. De nijlgans werd lang gezien als explosieve soort, maar in Zuid-Holland vlakt de groei van de populatie al enkele jaren af. Er is dus kennelijk sprake van verzadiging. De agressie van die gans is daarbij juist een handige bijkomstigheid: door hun territoriale gedrag reguleren ze zelf hun overpopulatie.’

Dat er iets moet gebeuren, staat vast: ‘Naar de letter van de wet geldt dat vrijwel alle opvangcentra die weleens een exoot binnenkrijgen, nu in overtreding zijn.’

Gezamenlijke reactie van het ministerie van LNV, de RVO en NVWA:

Er wordt door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) niet specifiek opgetreden tegen dierenambulances die exoten uit het milieu halen. Dat is op zichzelf geen overtreding, het wordt wel afgeraden.

Op andere zaken wordt wel gehandhaafd: bij een dierenopvang met zeer veel invasieve exoten en die de zaken niet op orde heeft met betrekking tot dierenwelzijn (zieke dieren, veel sterfgevallen) kan de NVWA boetes uitdelen. Of bij gebruik van diergeneesmiddelen door onbevoegden.

Ook wordt opgetreden als een opvang niet de juiste papieren (ontheffing) heeft om invasieve exoten op te vangen. Daar wordt op gehandhaafd door RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Een ontheffing aanvragen vergt wat werk, maar is belangrijk omdat alleen op die manier erop kan worden toegezien dat de dieren op de juiste manier worden opgevangen en verzorgd.

De druk op opvangcentra is bekend bij LNV. Om die te ontlasten, is geregeld dat een opvangcentrum opgevangen dieren kunnen laten verzorgen door derden. Het opvangcentrum blijft eigenaar en blijft dus eindverantwoordelijk voor een correcte opvang van het dier.

Vijf bekende exoten

Nijlgans bij de Hofvijver in Den Haag.  Beeld Martijn Beekman / Hollandse Hoogte
Nijlgans bij de Hofvijver in Den Haag.Beeld Martijn Beekman / Hollandse Hoogte

Nijlgans

Afkomstig uit Afrika, sinds 1967 in Nederland, waar de winterharde vogel zich uitstekend handhaaft. Volgens de laatste tellingen (uit 2015) herbergt Nederland zo’n 11.400 broedpaartjes. Ze verdedigen hun jongen en territorium vrij agressief, maar ondanks aanvankelijke verdenkingen vormen ze geen bedreiging voor andere soorten.

Roodwangschildpad Beeld Hollandse Hoogte / Buiten-Beeld
RoodwangschildpadBeeld Hollandse Hoogte / Buiten-Beeld

Roodwangschildpad

Samen met de geelwang- en geelbuikschildpad een steeds vaker geziene (vermoedelijk gaat het om enkele tienduizenden) exoot in sloten en vijvers, waar ze vaak zijn uitgezet door diereigenaren die spijt kregen van hun aankoop. Mede dankzij de mildere winters overleven ze. Door graafgedrag maken ze slootwallen kapot, soms verspreiden ze virussen en ziekten.

Een wasbeer in Aqua Zoo in Leeuwarden.  Beeld Marcel van Kammen / ANP
Een wasbeer in Aqua Zoo in Leeuwarden.Beeld Marcel van Kammen / ANP

Wasbeer

Deze harige alleseter kwam in de vorige eeuw vanuit Noord-Amerika via de pelsdierfokkerij naar Europa, waar hij vooral in Duitsland ook werd uitgezet voor de plezierjacht. Daar huizen nu zo’n miljoen wasberen in het wild, en verspreiden ze zich naar omringende landen. Kunnen een bedreiging vormen voor grondbroeders en kunnen voor mensen overlast en ziekten veroorzaken.

De halsbandparkiet (Psittacula krameri) in Haarlem. Beeld Michel van Bergen
De halsbandparkiet (Psittacula krameri) in Haarlem.Beeld Michel van Bergen

Halsbandparkiet

De bekende, luid kwetterende en knalgroene papegaai uit de Randstadsteden, waar nu zo’n tienduizend exemplaren leven. De eerste vogels ontsnapten eind jaren zestig van de vorige eeuw uit kooi of volière. Een exoot, maar nog niet als invasief beschouwd. Ecologische schade is nog niet duidelijk aangetoond.

Een grijze eekhoorn in het Verenigd Koninkrijk. Beeld Sijmen Hendriks / Hollandse Hoogte
Een grijze eekhoorn in het Verenigd Koninkrijk.Beeld Sijmen Hendriks / Hollandse Hoogte

Grijze eekhoorn

In tegenstelling tot in het Verenigd Koninkrijk, waar de soort de inheemse rode eekhoorn verdrijft, wordt de grijze variant in Nederland nog niet massaal waargenomen. Een gevaar voor de rode broeder, omdat de grijze ziekten bij zich draagt waaraan alleen de rode eekhoorn overlijdt.

In een nagekomen reactie laat het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit mede namens de RVO weten dat de officiële waarschuwing aan vogelhospitaal Naarden over andere kwesties ging dan de opvang van exoten. Ook zegt het ministerie het bedrag van de genoemde dwangsom (25 duizend euro) niet te herkennen.