Opgehokt

In Carnage, de nieuwste film van regisseur Roman Polanski, voeren twee echtparen strijd op de vierkante meter. Dat samenzijn loopt uit op een adembenemend en onbeschaafd slagveld.

KEVIN TOMA

Nog één kopje koffie dan. Bij elkaar gekomen om te praten over de uit de hand gelopen ruzie van hun zoontjes, proberen de twee New Yorkse echtparen uit Roman Polanski's Carnage zo redelijk en beleefd mogelijk met deze nogal geforceerde ontmoeting om te gaan.

Een handelaar, een schrijfster, een beursmakelaar en een advocaat: keurige, verstandige mensen, zou je zeggen. Ze stellen een heldere verklaring op omtrent de zorgwekkende gebeurtenis, en staan op het punt om afscheid te nemen wanneer dat laatste kopje koffie door de Longstreets wordt aangeboden - èn fatsoenshalve ook door de Cowans wordt aangenomen. Terug het appartement in, deur weer dicht.

En dat was pas de eerste van zeker drie, vier pogingen die de Cowans ondernemen om te vertrekken. Het is slechts één van de duivelse pleziertjes die het messcherpe Carnage biedt, zeker ook dankzij het van nerveuze vriendelijkheid bol staande spel van Jodie Foster, John C. Reilly, Kate Winslet en Christopher Waltz: dat gedraal aan de drempel, jas aan en uit, sjaal om en weer af, het ene zinloze afscheid nog plichtmatiger dan het andere. Maar wat het ook mag zijn dat de personages zo wanhopig aan elkaar kluistert, fatsoen kan onmogelijk het werkelijke motief zijn. Alleen al omdat het een film van Polanski is; wie eerdere films van hem heeft gezien, weet dat het gehokte samenzijn op een werkelijk en bepaald onbeschaafd slagveld zal uitlopen.

Polanski heeft immers altijd een voorkeur gehad voor films die zich in beperkte, benauwende ruimtes afspelen, en elke eenzame opsluiting laat hij voortduren tot het laatste restje menselijke waardigheid geweken is. Dat deed hij al met de groezelige driehoeksverhouding uit zijn speelfilmdebuut Mes in het water (1962), om zijn personages vervolgens vooral in appartementen klem te zetten. Het appartement als spookhuis of gevangenis, Polanski krijgt er geen genoeg van (zie kader).

Dus is het geen wonder dat hij viel voor Yasmina Reza's bejubelde toneelstuk Le dieu du carnage, waarin de vier personages maar niet aan dat ene decor weten te ontsnappen. Een misschien wel te smaakvol ingerichte woning is het, waar iedereen elkaar van woonkamer tot badkamer onvermijdelijk tegen het lijf loopt - ook dankzij de vele spiegels die er hangen. De sfeer wordt er alleen maar benauwder op doordat Polanski en co-scenariste Reza geen enkel gat in de tijd slaan, en het appartement met het vallen van de avond steeds donkerder en krapper oogt. De perfecte locatie voor psychologische oorlogsvoering op de vierkante meter.

Met elke poging die de Cowans ondernemen om vriendelijk doch dringend aan de Longstreets te ontvluchten, bladdert ook hier het vernisje beschaving verder af. En wanneer de maskers eenmaal zijn gevallen, zit het kwartet kotsend, tierend, (letterlijk) gal spuwend en lallend nog steeds aan elkaar vast. Zoals ze evenmin aan hun politiek correcte, maar nog altijd middelmatige leventjes kunnen ontsnappen, aan de gruwelen van het ouderschap, de sleur het huwelijk, de afhankelijkheid van smartphones, sterke drank en make-up - of wat Polanski en co-scenariste Reza ook maar voor emotionele, psychologische dan wel maatschappelijk gesmede ketens om hun hals leggen.

Het is moeilijk om daarbij niet aan Polanski's eigen isolement te denken. Sinds hij in 1978 de Verenigde Staten ontvluchtte omdat hij veroordeeld dreigde te worden voor seksueel misbruik van een minderjarige, is het land voor hem verboden terrein. Dat Polanski ten tijde van de opnames van het vaak ook al zo claustrofobische The Ghost Writer (2010) met een enkelband door zijn Zwitserse chalet liep, of dat hij Carnage in een beklemmend New Yorks appartement laat afspelen terwijl hij zelf geen voet op Amerikaanse bodem kan zetten; het geeft een extra lading aan zijn op isolement drijvende verhalen.

Polanski's werk wordt door pers en publiek dan ook vaak aan zijn privéleven gekoppeld. Dat begon met Rosemary's Baby (1968), waarin Mia Farrow door een satanische sekte wordt gedwongen het kind van de duivel te baren; een griezelige vooraankondiging van de beestachtige moord die de Charles Manson-clan een jaar later op Polanski's hoogzwangere vrouw Sharon Tate zou plegen.

Ongelooflijk en dom, zei Polanski in een interview uit 2009, hoe mensen maar geen scheidslijn kunnen trekken tussen zijn films en zijn persoonlijke problemen. Maar vaak ligt die aan Polanski's privéleven gekoppelde duiding van zijn werk toch ook aan de thema's die hij kiest. Of aan de manier waarop hij die onderwerpen te lijf gaat.

Dat hij de setting van Carnage van Parijs naar New York verplaatste, deed hij naar eigen zeggen omdat hij de toon van het stuk eerder Amerikaans dan Frans vindt. Toch krijgt Carnage daardoor een passende bijsmaak, die alleen maar sterker wordt wanneer je beseft dat de eerste beelden wel degelijk in Amerika zijn opgenomen: terwijl de titels langsrollen, zie je Brooklyn Bridge Park, en vindt de bloederige kinderruzie plaats die alles in gang zet. De scène werd op locatie in New York gedraaid, vanzelfsprekend in afwezigheid van Polanski; maar het is wel zijn zoon Elvis die een van de twee jongens speelt.

Vervolgens sluit de film zich zeventig minuten lang op in het appartement, en het is frappant dat Polanski net in dat gedeelte ook zelf te zien valt - als de buurman die in een deurspleet staat te gluren wanneer de echtparen elkaar in de gang de huid volschelden. Opnames die plaats vonden in Frankrijk, net als alle andere scènes die zich in het appartement afspelen; de overtuigende vergezichten die de flat biedt op de daken van New York, komen stuk voor stuk uit de computer. Met zijn ultrakorte cameo doet Polanski dus in feite alsof hij ook zelf in Amerika is.

Maar dat is wellicht spijkers op laag water zoeken, en gelukkig sorteert Carnage ook genoeg effect wanneer je niets van Polanski's omstandigheden weet. De meesterregisseur smeedt een spannende harmonie tussen de acteurs, camerawerk en montage, en tilt daarmee het toneelstuk moeiteloos naar een hoger niveau. De acteurs moesten het complete scenario van buiten leren; aan de energie waarmee alle verwensingen en verwijten worden afgevuurd, en aan de geweldige timing van elke sarcastische grap en verbale steek onder de gordel, merk je hoe goed het viertal op elkaar is ingespeeld. En dat ze ook precies wisten hoe Polanski hun spel in beeld zou brengen. Dat levert een vileine film op die niet alleen een ontluisterende kijkoperatie uitvoert op de mores van vier zogenaamd nette mensen, maar ook nog eens ontzettend komisch is - met de constant interrumperende telefoontjes van meneer Cowan.

Polanski vindt steeds het juiste evenwicht tussen ensemblespel en solo's, tussen totaalshots en close-ups; het ene moment monteert hij scherp op het ritme van de zinnen, het andere moment houdt hij een shot zo lang aan dat je je kunt vergapen aan de strak spannende spieren in Jodie Fosters nek. Bovendien snoert hij de personages alleen al met het camerawerk verder in: van verzoenende totaalshots gaat Carnage steeds meer over op meelijwekkende extreme close-ups, elk personage isolerend in zijn eigen kader. Dat is de genadeslag: alsof ze in dat alsmaar donkerdere appartement nog niet gevangen genoeg zaten.

Carnage ****

Regie Roman Polanski. Met Jodie Foster, John C. Reilly, Kate Winslet, Christopher Waltz.

Samantha

In 1977 werd Polanski beschuldigd van misbruik van Samantha Geimer, een meisje van 13. Hij had haar op een feest in Los Angeles ontmoet. Polanski wachtte indertijd het proces niet af. Hij verklaarde schuldig te zijn aan 'onwettig seksueel verkeer', kwam na 42 dagen observatie vrij en nam de wijk naar Frankrijk - hij is Frans staatsburger. In 2009 werd Polanski in Gstaad opgepakt vanwege deze misbruikzaak en kreeg huisarrest. In juli 2010 werd dat opgeheven. Polanski kan echter nog steeds Amerika niet in zonder te worden gearresteerd.

Wat in Carnage begint als een redelijk overleg tussen vier volwassenen, eindigt in een verbale strijd waarin het oorspronkelijke onderwerp - de vechtpartij - nog maar bijzaak lijkt.

Experts over conflictbeheersing

Volgens advocaat Aernoud Bourdrez, zelfbenoemd deskundige in de 'conflictologie', is Carnage perfect studiemateriaal voor wie wil leren hoe een meningsverschil níet op te lossen. 'Alles wat er in het echte leven misgaat bij het uitvechten van conflicten, zie je in deze film voorbij komen.' Eerder publiceerde Bourdrez het boekje Grrr... conflictbeheersing in 75 lessen. Hij bracht een aantal 'conflictdeskundigen' bij elkaar om naar aanleiding van Carnage in discussie te gaan.

Fieke Harinck, sociaal psycholoog verbonden aan de Universiteit Leiden, ziet het al misgaan als de ouders een gezamenlijke verklaring proberen op te stellen die het incident beschrijft. Er ontstaat een discussie over het woord 'gewapend'. 'We weten uit onderzoek dat hoe abstracter de woordkeus van de één, hoe negatiever de ander denkt over een incident. Vage woorden laten te veel ruimte voor interpretatie.'

Een andere klassieke fout wordt door de moeder van het slachtoffer gemaakt. Zij waant zichzelf moreel superieur. Want is het niet coulant van haar en haar man dat zij in plaats van in woede te ontsteken over hun mishandelde zoon, alles proberen op te lossen in een fatsoenlijk gesprek? Bourdrez: 'Een van mijn tips voor wie in een conflict belandt: denk altijd dat de ander slimmer is dan jij. Dat dwingt je om naar zijn verhaal te luisteren. Deze vrouw doet het tegenovergestelde: ze is volledig overtuigd van haar eigen gelijk.'

Kinderrechter Rein Odink herkent in de film de gevoeligheid van de ouders als zij worden aangesproken op hun opvoedkwaliteiten. 'In de rechtbank oordeel je over uithuisplaatsingen van kinderen. In feite zeg je tegen ouders: u bent nu tekortgeschoten als opvoeder. Dat tast mensen diep in hun waardigheid aan.'

Hij had onlangs een zaak over een ruzie in een speeltuin, vergelijkbaar met het vechtincident in Carnage. Uiteindelijk liep het zo uit de hand, dat een van de betrokken families gaat verhuizen. 'In die zaak merkte je dat er zo veel meer speelde dan die ene vechtpartij. Was dat eerder uitgesproken, dan had zo'n zaak misschien nooit bij de rechter hoeven komen.'

Ook in Carnage blijkt de strijd uiteindelijk over heel andere dingen te gaan dan alleen een stokslag: de ene vader (advocaat) kijkt neer op de andere vader (verkoper), de vrouwen zijn ontevreden over hun echtgenoten en dan is er ook nog een alcoholprobleem. Zoals Bourdrez het samenvat: 'Je kunt een conflict nooit los zien van de onderlinge relaties.'

Anneke Stoffelen

Claustrofobisch

Mes in het water (Nó¿ w wodzie, 1962)

Polanski's regiedebuut is nog altijd een meesterwerk van sfeer en zette daarmee de toon voor veel van zijn latere films. Een niet al te best functionerend liefdespaartje gaat een weekeindje zeilen, en neemt een knappe, jonge lifter mee op sleeptouw. De spanning aan boord is al snel om te snijden.

Repulsion (1965)

Een nog jonge Catherine Deneuve speelt een van haar beste rollen als de frigide Carole, die elke nacht in haar doodstille appartement door de demonen uit haar verleden wordt bezocht: mannen die onder haar bed vandaan kruipen, harige armen die vanuit de muren naar haar graaien: het kan niet op wat Polanski aan surrealistische gruwelen over haar uitstort.

The Tenant (Le locataire, 1976)

Dit keer speelt Polanski zelf de huurder die geestelijk verdwaald raakt in een vijandig appartement. Het lijkt erop dat de onuitsprekelijk nare buren verantwoordelijk zijn voor de zelfmoord van Trelkovsky's voorgangster Stella; of misschien is het ook Trelkovsky's eigen paranoia die hem er eveneens toe drijft zich uit het raam te storten - in Stella's kleren.

The Pianist (2002)

Misschien wel Polanski's meest realistische film, maar ook hier kan hij zijn fascinatie voor krappe, benauwende ruimtes kwijt. Vluchteling Szpilman ontsnapt aan het Warschause getto, maar moet vervolgens zien te overleven in het ene verlaten appartement na het andere; typisch Polanski is de scène waarin Szpilman per ongeluk een bord laat vallen, en de buren het meteen op een schreeuwen zetten.

The Ghost Writer

Wanneer een jonge journalist besluit de biografie van een gevallen minister te schrijven, moet hij naar een stevig bewaakte villa op een afgelegen eiland; een driedubbele isolatie, geheel in de lijn van Polanski's eerdere claustrofobische werk. De tergend lange scène, waarin de journalist voor het eerst weer van het eiland afgaat, speelt gretig met de verwachtingen. Zal hij, als typisch Polanski-personage, überhaupt in staat zijn om veilig het veer te bereiken?

undefined

Meer over