Opera in het zand '

Zwiepende violen, prachtige kleding, een sprookjesachtige enscenering; zondag kwam in de woestijn van Qatar de eerste Arabische opera op de planken....

Door Erik van den Berg

'Ik weiger hier verder nog een noot te zingen', zegt Monica Notten zaterdag tijdens de generale repetitie van de opera Ibn ziet er majesteitelijk uit onder haar rode sprookjestulband vol glimmers en glitters, maar de woede en stress vonken uit haar ogen. Al urenlang zitten zij en haar collega's van de cast zonder eten en drinken. Dit is het moment om de laatste ruwe kantjes van hun rollen bij te slijpen, maar in plaats daarvan zijn ze verstrikt in een onbegrijpelijke chaos die de totstandkoming van 'de eerste Arabische opera' nu al dagen parten speelt.

In het inderhaast neergezette openluchttheater in de woestijn bij Dawhah, de hoofdstad van het mini-koninkrijk Qatar aan de Perzische Golf, wriemelen muzikanten, dansers, decorbouwers en cameralieden door elkaar, op zoek naar iemand die wél weet hoe het verder moet. Streng kijkende Qatarese officials in tot de enkels reikende djellaba's schrijden er onthecht doorheen, als figuranten in een Wim T. Schippers-versie van Duizend-en-één-Nacht.

'Solisten attentie alstublieft', roept de Italiaanse regisseur, waarop de decorbouwers ogenblikkelijk hun cirkelzagen aanzetten. 'Waarom neemt niemand hier de leiding?', roept een technicus vertwijfeld. Fijn woestijnzand wolkt door de lucht en slaat neer op stembanden en instrumenten. 'Moet je zien', roept de Nederlandse geluidsregisseur Paul Pouwer, met rode ogen van vermoeidheid en frustratie: 'Daar gáát je apparatuur.'

Daags voor de première lijkt het onwaarschijnlijk dat Ibn Sina ni ¿ et op een ramp zal uitlopen. De enige die tamelijk ontspannen blijft in het tumult, is de 37-jarige componist Michiel Borstlap, die gul is met schouderklopjes en complimenten en in alles uitstraalt dat het allemaal goed gaat komen.

Dat uitgerekend een Nederlandse jazzpianist en -componist de opdracht kreeg de opera voor het oliestaatje te componeren, is een kwestie van toeval. Via zijn Egyptische vriendin, die werkt voor een evenementenbureau in Caïro, kreeg Borstlap deze zomer het verzoek of hij enkele composities van een Qatarese componist wilde arrangeren. Toen bleek dat uit diens werk geen avondvullende opera viel te maken, volgde het verzoek dan maar compleet nieuwe muziek te schrijven.

Er was maar één voorwaarde: het moest razendsnel. Tussen opdracht en première resteerden tien weken, onmogelijk kort voor een opera. Begin augustus trok Borstlap zich met zijn muzikale partner Melchior Huurdeman terug in een appartement te Caïro om er ongestoord aan de opera te werken.

Ibn Sina is een sprookjesachtig verhaal vol liefde en verraad over de 10de-eeuwse Perzische wijsgeer Ibn Sina (in Europa bekend als Avicenna), die in de Arabische wereld om zijn verdiensten als dichter, medicus en filosoof wordt vereerd. De opera is een opdracht van de emir, Zijne Koninklijke Hoogheid sjeik Hamad bin Khalifa al-Thani, die er veel aan gelegen is zijn piepkleine land meer bekendheid te geven. Geld speelt daarbij nauwelijks een rol: dankzij de vondst van gigantische gasvoorraden voor de kust is Qatar inmiddels de rijkste natie ter wereld.

Ofschoon de Qatari's evenals de Saudiërs de streng orthodoxe wahhabitische vorm van de islam aanhangen, sluit het land zich niet af voor westerse invloeden. In cultureel opzicht werd afgelopen zomer een begin gemaakt met concerten door Luciano Pavarotti en het Bolsjoj-orkest; voor komend jaar staat Joop van den Endes Holiday on Ice op de agenda, in een speciaal te bouwen ijspaleis in de woestijn.

Illustratief voor al-Thani's democratische gezindheid is zijn steun aan de kritische tv-zender Al Jazeera, die uitzendt vanuit Dawhah en door zijn onafhankelijke berichtgeving weinig geliefd is bij fundamentalistische regimes. Ook in zijn buitenlandse betrekkingen volgt al-Thani een eigen koers. Opmerkelijk zijn de nauwe banden met de Verenigde Staten. Begin dit jaar stond hij de Amerikaanse legerleiding toe op Qatarees grondgebied de centrale commandopost voor de oorlog met Irak te vestigen. En de afgelopen week openden twee vooraanstaande Amerikaanse universiteiten, Cornell en Texas A & M, onder ceremonieel vertoon gloednieuwe faculteiten in Qatars Education City. De première van Ibn Sina was onderdeel van het feestprogramma voor de Amerikaanse gasten, zo bleek dit weekeinde.

Dat verklaart waarom vanuit Qatar steeds op haast werd aangedrongen. Zelfs in St.-Petersburg, waar Borstlap vorige maand optrad met zangeres Trijntje Oosterhuis, wisten zijn opdrachtgevers hem te vinden. Hij kreeg er een telefoontje van Hare Koninklijke Hoogheid sheika Mozah Bint Nasser Al Missned, die drie kwartier uittrok om over alle obstakels in de productie te praten.

Andere telefoongesprekken verliepen minder aangenaam. Als deadline was aanvankelijk 1 oktober 2003 afgesproken. Borstlap: 'Opeens zeiden ze, nee het wordt 15 september. Toen werd het link. Ik protesteerde, maar ze zeiden: je moet.'

'Zodra het af was, ben ik met de muziek naar de notaris gegaan. Want mijn advocaat zei: ”stel dat je op tijd bent maar de post komt te laat in Qatar aan, dan krijg je een rekening van vier of vijf miljoen”.' Een onafhankelijke deskundige, de componist Theo Loevendie, werd verzocht de opera ten kantore van de notaris aan een onderzoek te onderwerpen. Vervolgens werd notarieel vastgelegd dat Ibn Sina tot en met de laatste noot compleet is.

Borstlap herinnert het zich als een benauwd moment, maar vergeleken met de strubbelingen in Dawhah verbleekt de affaire achteraf tot een akkefietje. Dat de zangers er ondanks alles de moed in houden, na twee dagen in de hitte zonder noemenswaardige verzorging, dwingt respect af. Tenor Bernard Loonen, die de titelrol vertolkt, verklaart het uit de omstandigheid dat een ongewone productie zangers trekt die niet terugdeinzen voor wat avontuur. 'Ik kreeg in het begin te horen dat het om een opera in Saudie-Arabië ging, zo weinig wisten we aanvankelijk. Toch wist ik meteen dat ik het wilde doen.'

Volgens Loonen is de saamhorigheid onder de zangers groot. 'Er is geen pikorde en dat is geweldig om mee te maken. We zitten met z'n allen in de woestijn en maken er het beste van.' Loonen betreurt wel dat de tijd ontbreekt de voorstelling te perfectioneren. 'Met z'n allen om de tafel zitten en de tekst bijschaven en uitdiepen, dat heeft niet zo mogen zijn. Het is opkomen en doen wat je te doen hebt, meer zit er niet in.'

Die klacht klinkt tijdens de voorbereiding in vele toonaarden. Ook als zaterdag tegen tien uur ' s avonds eindelijk de generale repetitie kan beginnen. Choreograaf Ivan Caracalla uit Beiroet verbijt zijn spijt: de dansnummers die het Libanese gezelschap had ingestudeerd worden vrijwel allemaal geschrapt. Ze bleken abusievelijk gebaseerd op de afgekeurde muziek van de Qatarese toondichter.

'De productionele kant is niet op orde', zegt Caracalla diplomatiek. 'Het publiek moet weten dat het zondag eigenlijk een repetitie te zien krijgt en geen volwaardige voorstelling. Jammer, want de muziek is vitaal en goed.'

Om half twee ' s nachts zit het er eindelijk op. Iedereen vertrekt doodmoe naar zijn hotelkamer.

Het schijnt een oude theaterwet te zijn: op een slechte generale volgt een gelukkige première. En zowaar: de volgende dag gaat de première vrijwel op rolletjes. Bernard Loonen (Ibn Sina), Hana Dora Sturludottir (Jumana), Frank Kokkelmans en Monica Notten (koning en koningin) leveren prestaties waarin ze alle beproevingen van de voorgaande dagen van zich af lijken te schudden. Alleen zou je wensen dat het Roemeense orkest wat meer pit had en dat het libretto zich wat minder verloor in poëtisch-filosofisch gemijmer, dat bovendien uiterst eigenaardig is vertaald ('in islam is gathered all the proofs in everything').

Borstlaps muziek zit vol vaart en beweging, en vloeit in een vanzelfsprekend verloop van lyrische aria's naar een ijl tokkelende Arabische luit en flinke tutti met zwiepende violen, opzwepende trommels en een funky basgitaar.

Die levendigheid contrasteert nogal met het statische toneelbeeld. Soms zie je lange tijd niets dan roerloze zangers, verloren in een reusachtig Efteling-decor met metershoge gestileerde arabesken.

Sfeervol is het wel: een botergele maan hangt hoog boven het toneel, dat wordt geflankeerd door als kleed-en schminkruimten ingerichte bedoeïenententen. Dromedarissen trekken voorbij, gevolgd door fakirs op schoenen met krulpunten en schildwachten met meterslange hellebaarden. Giechelende haremmeisjes in zijden gewaden wachten in het schemerduister tot ze op moeten.

De honderden genodigden (er is geen kaartverkoop) volgen de voorstelling zonder tekenen van bijval of misprijzen. Bij het slotapplaus geeft de emir het goede voorbeeld door een tijdje stevig door te klappen, maar veel van zijn onderdanen lijken het maar een vreemd ritueel te vinden. Als de emir vertrekt, zijn ook zij op slag verdwenen – in de stilte hoor je plotseling de stroomaggregaten in het woestijnzand grommen.

Gavril Manciu, altviolist in het Roemeense orkest, haalt zijn schouders op. 'Weet je wat dit is? Megalomanie. Dat hebben we onder Ceaus ¿ escu genoeg meegemaakt. Alles ter meerdere glorie van de staat. Maar de muziek was goed, daar hoor je me niet over.'

Borstlap krijgt de emir niet meer te zien. Wel wordt hij na afloop bedolven onder de knuffels en schouderklopjes waarmee hij de afgelopen weken zelf zo gul was. Het wordt misschien tijd om aan iets anders dan Ibn Sina te denken. Hoewel, nu kan hij eindelijk eens uitzoeken wie Avicenna was. Wel het laatste waar hij de afgelopen maanden tijd voor had.

Meer over