analyse

Openen Pandora Papers mondiaal de deur voor een morele stap vooruit?

Het zijn vooral de rijken en de machtigen die in stilte hun vermogen wilden vergroten, die moeten vrezen voor de onthullingen uit de Pandora Papers. Nu hun gezichten bekend zijn, is een morele discussie dichterbij gekomen.

De Britse Maagdeneilanden. Beeld Getty Images
De Britse Maagdeneilanden.Beeld Getty Images

Heel fijn natuurlijk, zo’n Wopke Hoekstra die opduikt in een enorm pakket papier vol cijfers en ingewikkeld gesjoemel van dictators uit vaak verre landen, waardoor er een bekend Nederlands gezicht kan worden geplakt op een misstand die anders toch een beetje vormeloos blijft.

Extra saillant dat hij als minister verantwoordelijk was voor het aanpakken van de belastingparadijzen waarheen hij zelf een tijdje wat rondslingerend spaargeld stuurde, waarna het bij een vriendje met een safarionderneming in Oost-Afrika belandde. Zo veel was het niet, met 26 duizend euro een schijntje in de wereld van offshorevermogen. Maar dat hij zich nooit verdiept zegt te hebben in de fiscale constructie, dat hij zijn aandeel vlak voor zijn aantreden als minister verkocht en dat hij de winst aan een goed doel schonk, lijkt de verontwaardiging alleen maar te hebben aangewakkerd.

Maar tegelijkertijd kan zo’n mikpunt ook afleiden van het achterliggende probleem, dat ook nog zal bestaan nadat de Kamervragen over de investering van Hoekstra beantwoord zijn.

Ten eerste is hij niet de enige. Er zitten in de duizenden dossiers naar schatting nog honderden namen van andere Nederlanders in de bijna 12 miljoen documenten die naar het Internationale Consortium voor Onderzoeksjournalisten (ICIJ) zijn gelekt, en zelfs die vormen maar een vrij willekeurige greep. De duizenden of tienduizenden andere belastingontwijkers die er niet in zitten, ontspringen de dans.

En ten tweede: we mogen het dan wel afkeuren, wat Hoekstra en al die anderen doen of deden, maar het is wel legaal. Sterker, vermogende particulieren, mkb-bedrijven en multinationals; vrijwel allemaal zoeken ze naar manieren om zo min mogelijk belasting te betalen of via ingewikkelde constructies uit het zicht te blijven.

Wettelijk geoorloofd, moreel verantwoord

Neem HAL Investments, eigenaar van Het Financieele Dagblad dat in het consortium zit dat de Panama Papers onthulde en nu de Pandora Papers openbaart. HAL Investments wordt al jarenlang bestuurd vanuit Monaco, is gevestigd op Curaçao en heeft het vermogen via een trust gestald op Bermuda. Voor alle duidelijkheid: dat is legaal.

Tussen wat wettelijk geoorloofd is en wat moreel verantwoord is zit kennelijk nog steeds een grote afstand. Wie die twee dichter bij elkaar wil krijgen, zal wetten moeten veranderen.

En dan is de vraag: lukt dat een beetje?

Vijf jaar geleden kwam hetzelfde ICIJ met de Panama Papers, ook al zo’n enorm pakket vol fiscale sluiproutes naar belastingparadijzen. Ook toen al werden man en paard genoemd: het leidde tot het vertrek van onder anderen NS-baas Bert Meerstadt als ABN Amro-commissaris, en het aftreden van de premiers van IJsland en Pakistan. Het Panamese bedrijf Mossack Fonseca, waaruit de administratie was gelekt, kon opdoeken. En politici over de hele wereld, ook in Nederland beloofden: dit gaan we aanpakken.

Daarop is er inderdaad het een en ander gebeurd – en nu is het glas halfleeg en halfvol.

Effect van de Panama Papers

‘De Panama Papers en de ophef daarover hebben echt geholpen’, zegt Federica Carsano, die aan de Universiteit van Leiden promoveert op Europees en internationaal belastingrecht. Allereerst zijn er nieuwe regels ingevoerd die belastingontwijking tegengaan. ‘De renteaftrek is in veel landen beperkt en zijn er strengere regels gekomen voor bronbelasting’, zegt Casano. Met het eerste worden constructies ontmoedigd die baat hebben bij een hoge schuldenlast. Met het tweede wordt in Nederland alsnog belasting geheven op bijvoorbeeld royaltybetalingen – zoals voor het gebruik van een merknaam – die Nederlandse dochterbedrijven doen aan moederbedrijven in landen met een laag belastingtarief.

Daarnaast zijn er regels ingevoerd die meer transparantie afdwingen. EU-lidstaten zijn inmiddels verplicht om een zogeheten UBO-register van ondernemingen bij te houden. In dit register staat wie de ultimate beneficial owner, uiteindelijke begunstigde, van een rechtspersoon is. Daardoor kunnen criminelen of politici zich minder makkelijk verschuilen achter een stroman. ‘Maar niet elk Europees land is daar even ver mee. Sommige moeten het nog invoeren’, zegt Casano. ‘En als het er wel is, werkt het niet altijd even goed. Het register Luxemburg is bijvoorbeeld niet heel eenvoudig om te gebruiken.’ Europa loopt voor op de rest van de wereld met het UBO-register. ‘Het is in Europa een verplichting, maar in de rest van de wereld niet.’

Wie zijn de echte eigenaren?

Neem Panama, het land van de Panama Papers in 2016, dat beterschap beloofde. Meer controle, meer transparantie. Daar is weinig van terechtgekomen, schreef Transparancy International vorige week nog in een analyse. Op papier lijkt het goed geregeld: ook in Panama moeten de echte eigenaren van een bedrijf bekend zijn. En bedrijven die in Panama zijn opgericht, hebben een lokale bestuurder nodig, een zogeheten resident agent. Probleem is: dat zijn dus bedrijven zoals Mossack Fonseca. En wie moeten controleren wie de echte eigenaren zijn? Dat zijn diezelfde bedrijven, die er hun verdienmodel van hebben gemaakt om klanten zo onzichtbaar mogelijk te maken.

Om die reden vindt Jan van Koningsveld, voormalig rechercheur van de Fiod die in 2015 promoveerde op offshore-vennootschappen, dat er niet genoeg veranderd is. ‘Nog steeds accepteren we die geldstromen als legaal. Wereldwijd loopt meer dan de helft van alle fraudezaken via die vennootschappen, en we pakken maar een fractie van het geld af dat via die routes wordt witgewassen. Dat er nu weer zulke onthullingen zijn, bevestigt weer de boodschap van mijn proefschrift van zes jaar geleden.’

De villa van Tony Blair

De focus van de Panama Papers destijds lag vooral op het ontwijken van belasting. Nu draaien de eerste gepubliceerde schandalen vooral om de pogingen van rijken en machtigen om hun identiteit te verhullen, bij het investeren van hun vermogen. Zo is daar de Britse oud-premier Tony Blair, nominaal een links politicus, die geheim wilde houden dat hij een dure villa in Londen had gekocht. Zo is daar de populistische Tsjechische premier Andrej Babiš, die geheim wilde houden dat hij een kasteeltje aan de Rivièra bezit. En zo is daar de entourage van Vladimir Poetin, een kliek zetbazen en stromannen die lijken te moeten verhullen dat de volkse president van Rusland, die altijd fel geageerd heeft tegen de oligarchen die er met de rijkdommen van de Sovjet-Unie vandoor zijn gegaan, zelf miljarden binnen harkt aan onder meer olie- en gasinkomsten.

Daarbij moet worden opgemerkt dat deze Pandora Papers een langere periode beslaan, en voor een deel zijn ingehaald door de huidige werkelijkheid. Terwijl het in 2009 voor personen als Wopke Hoekstra en ABN Amro-bankier Tom de Swaan nog helemaal niet zo raar was via een Caribisch belastingparadijs hun geld te beleggen, is dat sindsdien voor publieke figuren een steeds groter (imago)risico geworden. Als het niet de wet is die beperkingen oplegt, is het wel de schandpaal van de publieke opinie. Vandaar dat De Swaan maandag in allerijl alsnog afstand deed van zijn bezittingen in het safaribedrijf. Maar iemand als Poetin zal daar minder boodschap aan hebben.

Meer over