Open huis

Het vernieuwde Nederlands Architectuurinstituut wil meer laten zien dan mooie gebouwen alleen. Architec-tuur is er voor iedereen.

MACHTELD VAN HULTEN

Heel uitnodigend, zo ziet het brede houten vlonder voor het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) eruit. Helemaal als je even terugdenkt aan hoe het was: een smal bruggetje over het water waar je op kwam door een onduidelijk poortje. Het NAi als een onneembare vesting. 'Op een of andere manier was het intimiderend. Vanuit mijn kantoor zag ik mensen twijfelen. Mag ik hier lopen?'

Directeur Ole Bouman is tevreden over de nieuwe toegang tot zijn museum. Niet alleen biedt het houten dek allerlei mogelijkheden voor activiteiten in de open lucht - 'theatervoorstellingen, architectuur buiten' - het is de perfecte plek voor een terras 'op het zuiden' aan het water, maar nog belangrijker: het plein straalt uit wat het nieuwe NAi wil zijn.

'We willen opener worden, openbaarder, meer onderdeel van de stad. Architectuur is te belangrijk om je tot een kleine groep mensen te richten. We willen minder instituut zijn en meer museum.'

Om die ambitie te onderstrepen heeft het NAi er vanaf de opening aanstaande vrijdag een ondertitel bij: Museum voor Architectuur. 'Op den duur willen we ook de vijver toegankelijk maken, dat je erdoorheen kunt wandelen.'

De nieuwe koers van het NAi lijkt een goedgetimede zet, in het licht van het kabinetsbeleid dat is gericht op de zelfvoorzienendheid van culturele instellingen en publieksbereik. Maar voor Bouman is het een lijn die al veel eerder is ingezet, en waarbij het gebouw daar nu ook uitdrukking aan geeft. 'Ik heb altijd de nadruk gelegd op de maatschappelijke rol van architectuur. Architectuur formuleert oplossingen voor grote sociale vraagstukken, of het nu versterking van sociale cohesie is of verbetering van de volksgezondheid. Dus waarom zou je het dan als vak presenteren over de rug van de mensen heen.'

'Architectuur is meer dan een ongenaakbaar schoon object alleen. Maar we willen ook niet dat mensen hier alleen maar voor een kop koffie komen. Het is niet kwaliteit tegenover publiek, zoals dit kabinet stelt. De liefde voor de architectuur moet overal vanaf spatten.'

Concreet vertalen de ambities zich in het vernieuwde gebouw in meer publieksruimte - een grotere boekhandel, het onvermijdelijke, grotere café - en, een langgekoesterde wens, meer educatieve ruimten voor kinderen: het zogeheten Doedek waar op een met plattegrond bedrukte vloer kinderen met bouwblokken en lego in de weer kunnen. Korte filmpjes geven hen steeds een nieuwe opdracht: bouw een huis dat opvalt, bouw een huis voor onder water. 'Architectuur is per definitie een vak dat het moet hebben van goede ideeën voor de toekomst. Hoop, lef en optimisme zijn onontbeerlijk. Het is dus niet alleen het publiek van de toekomst dat we rijp maken, het heeft ook een inhoudelijke motivatie om in het hart van het gebouw een plek te creëren voor aanstormend talent en hemelbestormende ideeën.'

Bouman laat de nieuwe ingreep zien: op de plek waar vroeger de ingang was, is een langwerpige doos van glanzen strekmetaal in het gebouw gestoken. In totaal een uitbreiding van 600 vierkante meter. Met dank aan Jo Coenen, de architect die tekende voor de verbouwing, maar ook, ruim twintig jaar geleden, voor het origineel. Ruim een jaar is het NAi dicht geweest, een paar maanden langer dan gepland, omdat tegelijk met de verbouwing het gebouw problemen kreeg met een keldervloer die 9 centimeter omhoog kwam. Oorzaak bleek een rekenfout in het origineel. 'Het vlaggenschip van de architectuur, zoals het gebouw vaak wordt aangeduid, was op drift geraakt, maar nu is het weer verankerd.'

Eerst werd 300 ton beton in de ruimte geladen, daarna werd de vloer vastgezet met 68 ankers. Het leverde het museum en het ministerie een kostenpost op van een miljoen. Maar de tegenslag bood het museum ook de kans om in de kelder ook nog een bijzondere museumzaal te creëren: de schatkamer.

De goed geclimatiseerde zaal is in het najaar pas klaar, en vormt de enige uitbreiding van tentoonstellingsvierkante-meters. Bouman: 'We hebben een geweldige collectie van 200 jaar architectuurgeschiedenis in Nederland. Daarvan was veel te weinig te zien. Toeristen die hier kwamen voor Koolhaas of andere grote namen, die kwamen voor niets. Nu kunnen we dat wel laten zien, Rietveldtekeningen, Van Doesburg, Berlage, Duiker.'

Het tentoonstellingsbeleid gaat sowieso flink veranderen. 'Het wordt interactiever. Architectuurtentoonstellingen zijn van oudsher een beetje problematisch. Je bent gevangen in een paar media, tekeningen, maquettes, een video of tekst, waardoor je altijd uitkomt bij eenzelfde soort representatie. Om dat te doorbreken gaan we nu de originaliteit van de bezoeker aanspreken. En hem een actievere rol geven.'

In de eerste tentoonstellingen is dat al goed te zien. In Testify! zeggen bewoners, gebruikers en omwonenden van 25 internationale projecten of de architect in zijn bedoeling geslaagd is. Bouman: 'Het doen, het deelnemen en het terugpraten worden een belangrijk onderdeel. Er komen mogelijkheden tot zelfbouw, je kunt architectuurfilms maken, aan debat-spellen meedoen, toekomstvisoenen projecteren, zelf je buurt of huiskamer ontwerpen, je ideale gebouw in onze database onderbrengen, en nog veel meer. Het moet een verrijking worden. We zullen nooit ophouden de schoonheid van architectuur te laten zien.'

Met de verbouwing hoopt het NAi in twee tot drie jaar op een verdubbeling van de 100 duizend jaarlijkse bezoekers.

Het NAi gaat 1 juli open voor publiek. Permanente tentoonstelling: Stad van Nederland. Tijdelijke tentoonstellingen Testify! en Dwarsdesign.

Niet voor het eerst

Niet voor het eerst Het is niet de eerste keer dat architect Jo Coenen zijn eigen gebouw onder handen neemt. Al eerder kreeg hij het verzoek tekeningen te maken voor aanpassingen. Al in 2001 leidde dat tot een ontwerp van een uitbreiding vergelijkbaar met die van nu: een aanpassing aan de entree en een extra volume voor educatie-doeleinden. Maar zegt Bouman: 'Dat is nooit op iets uitgelopen. Het ging niet van harte. Coenen zelf was niet overtuigd. En bovendien kwam het niet door de welstand.'

Het ontwerp van Coenen was bij de oplevering in 1993 een spraakmakend gebouw, een tempel van en voor architectuur, maar ook een slimme stedenbouwkundige oplossing voor een onbestemd gebied tussen park en verkeersweg. 'Het gebouw laat het hele repertoire van de architect zien. Alle materialen zitten erin: glas, beton, staal, metaal, hout. En alle soorten toepassingen om bijvoorbeeld toegang te verlenen tot het gebouw: brug, sluis, hellingbaan, draaideur, gewone deur.'

undefined

Meer over