Open huis

De tatoeages van de tatoeëerster, de boeketten van de bloemist - wat dragen, plaatsen, en bewonen de beste creatieve makers zelf? Deel 5: het huis van ontwerper Ronald Hooft.

DOOR AIMÉE KIENE FOTO'S KRISTA VAN DER NIET

Deed de Gerrit Rietveld Academie, studeerde af aan de afdeling audiovisueel. Tot 1997 werkte hij als beeldend kustenaar, daarna manifesteerde hij zich steeds meer als ontwerper. Is samen met Herman Prast mede-eigenaar van architectenbureau &Prast&Hooft. Dit bureau deed in Amsterdam onder meer de verbouwingen van Brasserie Harkema, Restaurant Anna, Sociëteit de Kring en onlangs de Kitchen & Bar Van Rijn, op het Rembrandtplein.

Ronald Hooft woont naar eigen zeggen in 'iets tussen een woonerf en een kraakpand in'. Hij heeft het over de voormalige botenloods in Amsterdam-Noord waar achttien woon/werkunits in zijn ontwikkeld. Eén is er van hem en hij heeft de vrijheid gehad het interieur van de volledig 'lege doos' naar eigen smaak vorm te geven en te bouwen.

Hooft woont er met zijn vrouw en drie kinderen. Bovenaan zijn verlanglijst stond: te allen tijde met alle bewoners kunnen communiceren. Daarom vloeien alle ruimten in het drie verspringende etages tellende huis in elkaar over. Soms letterlijk, door het ontbreken van vloeren of wanden, soms door glaswanden of een subtiele verbinding als het geheime deurtje tussen de kinderslaapkamers.

Het huis is ruimtelijk en open, Hooft geeft het aan met grote gebaren: als je in de keuken staat (beneden) kun je 9 meter omhoog kijken en zie je tegelijk de hele diepte van het pand van 20 meter. Dat geeft een heel rijk gevoel, zegt Hooft: 'Je kunt de hele ruimte in een oogopslag zien.'

Beneden, op begane grond, vindt het 'actieve wonen' plaats, daar wordt gegeten, gedronken en worden de gasten ontvangen. Kinderen kunnen naar binnen en buiten rennen door de open deuren. De strak ingerichte keuken vormt er het centrum van het huis. Door de vide heb je zicht op de woonkamer, een verdieping hoger. Daar is het rustiger. In de woonkamer staan designmeubels, maar ook een comfortabele grote bank, een met flagstones beklede open haard en een weggewerkte flatscreen.

De designmeubels waaraan Hooft de voorkeur geeft, zijn 'moderne klassiekers'. Meubels die hun waarde hebben bewezen, zoals La Chaise van Charles en Ray Eames (in de slaapkamer) en de salontafel van Isamu Noguchi (in de woonkamer).

Achter het grote vierkanten raam schuilt de master bedroom, een verdieping hoger, maar toch dichtbij. Het bed staat daar onder een grote glazen koepel in het dak, een overblijfsel uit de botenloods. Zo wordt er geslapen onder de sterrenhemel, de zon en de regen. 'Dicht bij het weer', noemt hij het zelf.

Het is een echt Prast & Hoofthuis geworden, zegt Hooft (Prast is zijn collega, red.). 'Het is ruimtelijk heel spannend, maar met een heldere plattegrond: je ziet meteen hoe je van a naar b gaat. Dat klinkt heel normaal, maar dat is iets dat wij goed kunnen.' Natuurlijk heeft hij zijn huis wel een beetje als laboratorium gebruikt en geëxperimenteerd met technieken en materialen.

De opgedane kennis past hij later weer toe in andere projecten. Zo is hij in de weer geweest met een paar vormen van stuc, om te kijken hoe het eruit zou zien op de muur. Dat kan ook mislukken, ja, bij de trap is de stuc te dik. Hooft: 'Verkeerde volgorde, volgende keer beter.'

Een ander kenmerk van zijn stijl zit in het detail, volgens Hooft de belangrijkste verschijningsvorm van de architectuur. En dan gaat het niet om de kleur van de kussentjes op de bank, maar om hoe de materialen in het huis zijn toegepast. Specifieker: hoe ze aan elkaar grenzen. 'Dat gaat over hoe de wand op de vloer staat, en hoe de muur vervolgens al dan niet het plafond raakt. Hoe zit een deur in een vlak? Meestal grenst hard op zacht materiaal: hout op steen, warm op koud. Die rangschikking perfectioneren, dat is waar het om gaat.'

undefined

Meer over