Open het dorp

38 Jaar na de televisie-actie van Mies Bouwman is Het Dorp, de eerste aangepaste wijk voor lichamelijk gehandicapten, verworden tot een geïsoleerde enclave....

Ook als je alleen maar je hoofd kunt bewegen, kun je saxofoon spelen. Tudor Rutjes heeft op de rolstoelen van de zwaar gehandicapte bandleden van Steel Nurse piepkleine microfoontjes gemonteerd. Elke tik wordt door de eraan vastgekoppelde drum- of synthesizermodule omgezet in geluid. Iedere donderdagavond repetitie. Over de dorpsbrink schalt muziek van De Dijk en ZZ Top.

Rutjes werkt al tien jaar als activiteitenbegeleider in Het Dorp, bij Arnhem. Met zijn theatergroep speelt hij dit jaar De dame van Friedrich Dürrenmatt. Drie optredens in Het Dorp, twee erbuiten. Geen handicap is te zwaar om te mogen meedoen, zegt Rutjes. Hij stelt slechts een eis: er moeten ook jongeren van buiten meedoen.

Voor de bands is dat muzikaal gezien beter: 'We hebben een goede drummer en een bassist nodig om het ritme aan te geven. Want als die rammelen, gaat de rest mee.' Maar veel belangrijker, vindt Rutjes, zijn de contacten die zo ontstaan. Integratie staat voorop bij al zijn Stage Wheels-producties. 'Je kunt ook uitgaan met een robotarm.'

Verderop in Het Dorp hapert het integratieproces. 38 Jaar na de beroemde televisie-actie van Mies is de eerste aangepaste wijk voor lichamelijk gehandicapten verworden tot een geïsoleerde enclave. De stadsbewoners laten Het Dorp links liggen. De benzinepomp is al weg, het restaurant en de supermarkt worden nauwelijks bezocht door valide stedelingen. De drukke vierbaansweg die langs Het Dorp loopt, maakt de scheiding met de stad nog groter.

Tijd om in te grijpen, vond de directie. Het Haagse architectenbureau CH & Partners werd gevraagd hoe het beter kon. Twee weken geleden kregen de bewoners het 'masterplan' onder ogen. Tijdens een bijeenkomst in het cultureel centrum legden de architecten uit hoe Het Dorp alsnog een volwaardige wijk van Arnhem kan worden.

De nieuwe formule heet 'inbreiding': Het Dorp krijgt nieuwe bewoners, aan de rand van de wijk komen tweehonderd woningen voor niet-gehandicapten. De eerste twee flats aan de Jachthoornlaan worden volgende maand opgeleverd.

Om het dorpscentrum uitnodigender te maken, wordt gedacht aan de vestiging van een sportschool, een sauna, een snookercentrum en een artsen- of fysiotherapiepraktijk. De nieuwe aanpak moet Het Dorp levendiger en veiliger maken en als de nieuwe bewoners hun boodschappen nou ook nog in de dorpssupermarkt doen, kan die blijven bestaan. 'We halen de stad naar Het Dorp', vat Mineke Hardeman, directeur van de Siza Dorp Groep, de nieuwe plannen samen.

De bewonersraad ziet het nut van de veranderingen. In de beginjaren van Het Dorp was integratie niet zo'n probleem, zegt voorzitter Tom Bentvelzen. Een groot deel van de bewoners had werk in de stad, in het weekeinde gingen ze uit met vrienden. Maar de bewoners worden zorgbehoevender en daardoor groeit het isolement.

In de jaren na de bouw van Het Dorp ontstond verzet tegen grootschalige voorzieningen voor gehandicapten, legt Hardeman uit. Iedere gehandicapte die zich enigszins kan redden, zit tegenwoordig in een aangepaste woning, met een persoongebonden budget (PGB) en thuishulp. De bewonerspopulatie van Het Dorp verandert: er komen steeds meer meervoudig gehandicapten, die naast ernstige lichamelijke gebreken ook geestelijke problemen hebben.

Niet iedereen kan daarmee leven. 'Het Dorp wordt aangepast aan de nieuwe doelgroep', zegt Bentvelzen. 'Het personeel wordt bevoogdend, steeds meer kleine dingen worden overgenomen. Het is niet kwaad bedoeld, maar wie dat niet wil, moet wel een hele strijd voeren.'

Zes jaar geleden kwam hij naar Arnhem. Een dertiger met een opgewekt karakter. Hij had een aantal andere woonvormen uitgeprobeerd, maar koos voor Het Dorp vanwege de zelfstandige woonplek. In zijn modern ingerichte huis met zeil in Mondriaan-tinten staan tientallen schaaktrofeeën op de kast. Hij heeft een ernstige spierziekte en is afhankelijk van derden. 'Maar verstandelijk gezien mankeer ik niks. Ik heb niemand nodig die over mijn schouder meekijkt.'

Hans Bergman, bewoner van het eerste uur, zegt: 'Er zijn hier mensen die zich afvragen of ze nog wel op de goede plek zitten.' Bergman, spasticus, nam op 5 oktober 1967 zijn intrek in de Edelwildstraat 17. 'Die achterlijke jongen van Bergman zat nu op kamers en regelde alles zelf!', schrijft hij in Mijn leven een uitdaging, het boek over zijn 'levensstrijd' dat hij in 1970 publiceerde.

Maar laatst toen hij nova zat te kijken en trek kreeg in een sigaret, drukte hij op de bel: 'Mag ik een sigaret?' Antwoord: 'Van mij wel. Maar wat denk je er zelf van?' Hij wordt nog boos als hij eraan terugdenkt.

Aan het personeel van Het Dorp worden steeds hogere eisen gesteld. De 'dogela' (dorps gemeenschapsleidster) van vroeger heet nu 'vam' (verzorgend agogisch medewerker). Medewerkers gaan naar speciale cur sussen, er zijn gedragswetenschappers aangesteld die hen leren omgaan met de bewoners. Die hebben nu allemaal een vast contactpersoon ('Heb ik niet nodig', zegt Bentvelzen) en de bestelling van verpleegkundige artikelen zoals incontinentiemateriaal is hun uit handen genomen.

Bentvelzen staat als voorzitter van de bewonersraad voor een dilemma: zijn strijd heeft niet bij alle bewoners evenveel draagvlak. 'Ach, mevrouw, overal is wat', zegt Rob Goos, Dorp-bewoner sinds 1970. 'Fijn dat mensen met een ernstige handicap ook de kans krijgen hier te wonen, net zo fijn als het ooit voor ons was. Ik zie de mens als mens, je moet niet zo op dat verschil hameren.'

Daarom stuurde de voorzitter vorige maand op persoonlijke titel met vijf medestanders een brief naar de directie. On der werp: de toekomst van Het Dorp. Verzoek: meer zelfstandigheid, beter kijken naar de individuele wensen van bewoners. Binnenkort volgt een gesprek met de locatiemanagers. Bentvelzen: 'We willen terug naar hoe het vroeger was. Dat wordt als lastig ervaren. Maar straks gaan ze ons nog helpen onze financiën te regelen!'

Als je niet wilt, hoef je in Het Dorp nergens over na te denken, zegt Marit Dohmen, mede-ondertekenaar van de brief. Zeven jaar geleden liep ze bij een auto-ongeluk een hoge dwarslaesie op. Drie middagen in de week werkt ze bij een bouwbedrijf, haar vrienden wonen in de buurt. 'Ik ben bang dat de omgeving hier straks zo beschermd wordt dat lichamelijk gehandicapten er niet meer op hun plek zijn.' Ze formuleert voorzichtig: 'Alles wat je zegt over wonen in Het Dorp, wordt meteen als beledigend opgevat.'

Dohmen vertrekt uit Het Dorp: maandag kreeg ze de sleutel van een van de appartementen aan de rand van de wijk. Ze heeft een PGB aangevraagd, straks koopt ze haar zorg in bij Het Dorp. 'Ik ben hier niet zelfstandig, ik zit in feite in een instelling. Ik heb nu weer geleerd om op mezelf te wonen, het is tijd om verder te kijken.'

Het Dorp is trainingsfaciliteit geworden voor jonge gehandicapten. Hardeman verwacht dat het aantal bewoners de komende jaren zal halveren. 'De animo om hier te wonen neemt af.' In de toekomst zal de Arnhemse wijk vooral worden bevolkt door ernstig gehandicapten die 24-uurs zorg nodig hebben.

Ze heeft begrip voor de kritiek van sommige bewoners. 'Ze hebben hier jaren naar tevredenheid gewoond en zien nu hun buren steeds gehandicapter worden.'

Het idee van Het Dorp is van alle tijden alleen de maatschappij is veranderd, zegt dr. Arie Klapwijk (79). 'Dat zoveel gehandicapten nu zelfstandig woonruimte vinden, kon toen niet worden voorzien.' In zijn huis in de bossen van Wolfheze vertelt de grondlegger van Het Dorp over het begin. Hoe hij in de jaren vijftig als revalidatie-arts een bootreis voor gehandicapten organiseerde. Er was plek voor zeventig man. Wie het de langste tijd het slechtste had gehad, mocht mee.

Klapwijk: 'Er waren mensen bij die al vijftien jaar op bed lagen met uitzicht op een blinde muur. Na afloop bedankten ze me en moesten ze terug naar die muur. Zo is het idee van Het Dorp geboren.'

Het vervolg is bekend: Mies Bouwman, 24 uur non-stop televisie, Nederlanders in hordes de straat op om luciferdoosjes met geld naar het postkantoor te brengen. Opbrengst: 22 miljoen gulden. Het Dorp was een internationaal novum. Het idee werd later in Schotland, Oostenrijk en Japan gekopieerd.

'De volstrekte gelijkwaardigheid van de mens met een handicap'. Die tekst staat onder het borstbeeld van Klapwijk dat vorig jaar op het Dorpsplein werd onthuld. 'Het Dorp is er met de beste bedoelingen neergezet', zegt hij, 'maar integratie blijft heel moeilijk. Prima dat nu een nieuwe poging wordt gedaan.'

Aandachtig bladert hij door het meegebrachte masterplan. En concludeert: 'Het maakt niet uit hoe Het Dorp er uitziet, als de idealen van toen maar worden verwezenlijkt.' Een absolute voorwaarde slechts, wat hem betreft: 'Wie er ook met Het Dorp aan de gang gaat, alles moet in voortdurend overleg met de bewoners.'

'Blijft Het Dorp Het Dorp?', vroeg een van de bewoners twee weken geleden op de masterplanbijeenkomst. Hardeman maakte een geintje: 'We wachten tot 2002. Dan bestaan we veertig jaar en dopen we Het Dorp om in Klapwijk.' Maar de vraag is relevant. Er zijn bewoners die de nieuwe ontwikkelingen als een bedreiging zien, die bang zijn voor de afkalving van hun beschermde woonomgeving. Niets ergers dan ook nog in je eigen omgeving te worden nagestaard.

Dertig jaar geleden schreef Bergman in zijn boek over de plattelandsvrouwen die Het Dorp kwamen bezichtigen, want daar hadden ze immers aan meebetaald. Die hun neus tegen de ramen drukten en dan aan 'die stakkers' vroegen: 'Gáát het nou een beetje?' En hij voorspelde: ooit zal Het Dorp een normale wijk van Arnhem zijn. 'De drempelvrees voor de ontmoeting met gehandicapten moet nu maar eens verdwijnen.'

Maar Bergman is een stuk pessimistischer geworden. De eerste 68 appartementen in Het Dorp (prijs per stuk: drie ton) waren zo verkocht, voornamelijk aan 55-plussers die weg zijn van de bosrijke omgeving. Een goed teken? 'Die mensen komen hier voor de plek, niet voor de bewoners.'

Ook bewonersraadvoorzitter Bentvelzen is sceptisch over de haalbaarheid van integratie. 'Naast elkaar wonen, betekent niet automatisch dat je bij elkaar op de koffie gaat.' Vinden de nieuwe bewoners het wel leuk om met zwaar gehandicapten in de supermarkt te staan, vraagt hij zich af. Rijden ze niet liever een kilometer verderop naar de Albert Heijn in de stad? 'Om nou te denken dat we hier straks samen grote buurtfeesten zullen geven. Nou, nee.'

Meer over