Opeens schreeuwt de natuur om een forse verstoring

Boeren klagen en de dierenbescherming kermt. Maar juicht de natuur zelf niet in stilte over de gevolgen van het mond- en klauwzeervirus?...

GEBIEDEN als de noordelijke Veluwe zijn nu al een maand dicht en vermoedelijk zal die afsluiting nog geruime tijd duren. Veel grote natuurterreinen en talloze kleinere wandelbossen in het midden, noorden en zuidoosten van het land zouden wel eens het gehele voorjaar verschoond kunnen blijven van menselijke invloed.

Met welk gevolg? Die vraag houdt veel natuuronderzoekers volop bezig, hoewel ze er tot hun spijt geen adequaat antwoord op hebben. Wanneer de natuur één seizoen op slot gaat, is er waarschijnlijk weinig aan de hand. Duurt het een half jaar of langer, dan worden de gevolgen ingrijpender - maar niet per definitie beter voor de natuur.

Frustrerend is vooral dat de onderzoekers er graag met hun neus bovenop zouden staan, maar dat ook dát vanwege de MKZ-risico's niet mag. 'Dat is nog het spijtigste', zegt ecoloog dr. Geert Groot Bruinderink van onderzoeksbureau Alterra. 'We raken de controle kwijt omdat we niet kunnen tellen en observeren. De natuurbeheerders rommelen daardoor maar wat aan.'

Begin maart besloot de directie van Alterra alle veldmedewerkers terug te roepen naar het bureau, waar ze nu verveeld met computer en papier aan het schuiven zijn terwijl buiten zich het grootste natuurexperiment van de eeuw voltrekt.

Deze weken vindt op de Veluwe een geboortegolf plaats van jonge zwijntjes. Vermoedelijk zijn het er véél, verwacht Groot Bruinderink, want het afgelopen najaar was voedselrijk. Maar hun aantal zal niet worden geturfd. 'Terwijl de tellingen bepalend zijn voor het toegelaten afschot van jagers later dit jaar. Nu gelden de cijfers van vorig jaar, maar in feite nemen we een hypotheek op de beesten zelf.'

Dat mensen uit de natuurgebieden wegblijven, beïnvloedt volgens de ecoloog ook het gedrag van de grote zoogdieren. Het edelhert zal zijn schuwheid waarschijnlijk deels afleggen en ook zijn bioritme zal veranderen. Afgeschrikt door mensen en honden is dat hert in de Nederlandse natuur bijna een nachtdier geworden, terwijl hij in natuurlijkere omstandigheden ook in het volle daglicht is te zien.

Dat is één voorbeeld van een opverende, met rust gelaten natuur. Maar het is een van de weinige dat de deskundigen kunnen bedenken. Echte natuur bestaat in Nederland immers nauwelijks meer. 'Bijna alle natuur is cultuur geworden. Wanneer we daaruit wegblijven, ontstaat vanzelf een nieuw evenwicht maar het is de vraag of we dat willen', zegt bioloog Siebren Siebenga van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging KNJV.

Ook na diep nadenken kan hij niet één voorbeeld bedenken van een positief effect voor de natuur wanneer die voor lange tijd zou worden afgesloten. Het stopzetten van de jacht, stelt hij, heeft op dit moment een negatief gevolg voor de weidevogels. Elk jaar worden in Nederland ruim 10 duizend vossen afgeschoten, plus 175 duizend kraaien en 100 duizend eksters. 'Die jacht ligt nu stil en dat is nadelig voor de weidevogels, want zowel vossen als kraaien hebben het gemunt op de nesten van deze vogels. Die hebben het toch al moeilijk omdat de boeren straks gaan maaien op weilanden waar de nesten niet door vrijwilligers zijn gemarkeerd. Dat stemt tot grote ongerustheid.'

Over de vossentheorie van de jagers kunnen natuurliefhebbers lang discussiëren, maar in hun bezorgdheid voor weidevogels kunnen de meesten zich wel vinden. Ook de vereniging Landschapsbeheer Nederland is er ongerust over. Normaal zouden deze maand ruim tienduizend natuurliefhebbers actief zijn op 350 duizend hectare boerenland om daar de nesten van vogels te markeren en te beschermen. Die mega-operatie is afgelast. Gevreesd wordt voor het 'rampscenario' waarin het weer plotseling verbetert, het gras opschiet en boeren toestemming krijgen om te gaan maaien.

Weidevogelcoördinator Aad van Paassen is zodoende een van de weinige Nederlanders die vurig blijft bidden voor aanhoudend slecht weer. 'Als het in april en mei veel regent, maaien boeren niet massaal en blijft er voldoende lang gras staan voor jonge grutto's om in op te groeien.'

Voor de kievieten is de situatie minder erg. Zij broeden eerder dan de grutto en zelfs in Friesland werden die eerste legsels nu met rust gelaten. 'Daar zullen we dus een ongebruikelijk vroege geboortegolf zien van kievieten', voorspelt Alterra-onderzoeker dr. Albert Beintema. 'Overigens zonder effect op de populatie als geheel, omdat er minder tweede legsels worden geproduceerd.'

Ook hoofdecoloog dr. Ella de Hullu van Staatsbosbeheer benadrukt vooral de nadelen van ongerepte Nederlandse natuur. Met name schrale, voedselarme natuurgebieden moeten intensief worden beheerd om te voorkomen dat al die zeldzame en waardevolle planten en grassen daar verdwijnen.

In het Drentse-Aagebied bijvoorbeeld moet echt gegraasd of gemaaid worden, zegt ze, anders slaat de verruiging toe en wordt het natuurbeheer voor jaren teruggeworpen.

De waardevolle kuddes die Staasbosbeheer in afgesloten natuurgebieden heeft rondlopen, worden nog wel beheerd door de 'kuddebeheerder'. Dat is één persoon die steeds alle voorzorgsmaatregelen moet nemen tegen MKZ-besmetting, maar verder het gebruikelijke toezicht uitoefent op de beesten. De kuddes zijn de levende kroonjuwelen van Staatsbosbeheer. Wanneer ze geruimd moeten worden, zou dat ver strekkende gevolgen hebben voor het natuurgebied dat ze begrazen.

In de Duurse Waarden werden al veertig runderen afgemaakt en daar zal nu langzaam een wilgenbos ontstaan, tenzij een andere oplossing wordt gevonden. Eenzelfde lot dreigt voor het veel grotere natuurgebied Lauwersmeer, waar 260 Schotse Hooglanders grazen. 'Het zou vele, vele jaren duren voordat we weer een aangepaste kudde op die plek kunnen hebben. In die tijd krijg je een eenzijdig bos terug met wilgenbos en brandnetel', zegt woordvoerder Jan Kuiper.

De grote grazers zijn ook het zorgenkind van beleidsmedewerker dr. Frans Vera van het ministerie van Natuurbeheer. De dieren horen thuis in het 'natuurlijke' halfopen Nederlande landschap, vindt hij, en alleen de mens kan daar nu eenmaal voor zorgen.

Dat het 'goed' zou zijn voor de natuur wanneer de mens daar wegblijft, is volgens Vera dan ook een onjuiste stelling. 'Het omgekeerde is namelijk ook niet waar: dat het slecht is voor de natuur wanneer wij daar wél in rondlopen. We hebben in Nederland gekozen voor een soort natuur die behalve voor plant en dier óók bedoeld is voor de mens.'

Meer over