'Opbergen kind in inrichting geen oplossing'

Vaak wordt er schande van gesproken als er voor jongeren met ernstige psychische problemen geen plaats is in een inrichting....

Van onze verslaggeefster Mirjam Schöttelndreier

De 16-jarige Janneke uit Katwijk is verslaafd aan drugs, dealt, prostitueert zich en bedreigt mensen als ze in het nauw zit. Janneke zwerft al jaren van inrichting naar inrichting. Er is nu geen plaats voor haar, omdat ze in de laatste crisisopvang groepsgenoten met een mes bedreigde. De inrichting waar ze voor behandeling eigenlijk naartoe moet, heeft nog lang geen plaats voor haar.

Terwijl haar omgeving er schande van spreekt dat Janneke niet kan worden geplaatst, pleit B. Groeneweg, directeur van Jeugdzorg Den Haag/Zuid-Holland Noord, voor oplossingen dichter bij huis. 'Janneke is als postpakket door het hulpverlenerscircuit gegaan. Tot nu toe is alleen bereikt dat het steeds slechter met haar gaat.'

Janneke woont sinds half februari bij haar moeder. Ze wordt al sinds haar vroege jeugd behandeld en heeft sinds haar elfde jaar een ondertoezichtstelling (ots). Ze is borderline-patiënte. Groeneweg kan nog zo zes voorbeelden geven van meisjes die eigenlijk een zware behandeling nodig hebben, maar nergens terecht kunnen. Toch vindt hij dat hulpverleners te vaak denken dat plaatsing in een inrichting de oplossing is.

'Hulpverleners zitten gevangen in wat wij instituutsdenken noemen. Die mentaliteit moet veranderen. Het succes van behandelingen in gesloten inrichtingen is bijvoorbeeld beperkt. Jongeren vallen in de gewone maatschappij vaak terug in hun onaangepaste gedrag.'

Janneke volgde dagbehandelingen, zat afwisselend in open en gesloten inrichtingen, maar liep telkens weg of veroorzaakte conflicten. Haar moeder is ten einde raad en loopt op eieren. Ze durft blowende vrienden van Janneke de deur niet uit te zetten, bang als ze is voor een woede-explosie.

Volgens Groeneweg moeten ouders eerder en intensiever worden betrokken bij het vinden van oplossingen voor hun kinderen. 'Niet zelden worden ouders door de hulpverleners vergeten. Vaak zijn ze verleerd hoe ze met hun kind moeten omgaan als het weer een weekend thuiskomt. Jannekes moeder ziet het nu minder zitten dan een halfjaar geleden.'

Voor flexibele oplossingen kan Groeneweg een beroep doen op het 'flexbudget' van anderhalf miljoen gulden. 'Als het echt niet meer gaat, kun je een jongere drie weken met een begeleider naar Terschelling sturen. Dan kan iedereen even op adem komen.'

In de praktijk blijft het moeilijk ouders te ondersteunen. De jeugdbescherming is zo bureaucratisch georganiseerd, dat er voor elk kind maar anderhalf uur per maand tijd is. Groeneweg: 'De gezinsvoogd van Janneke zou drie, vier keer per week bij haar moeten zijn. Het is voor de maatschappij makkelijk om zulke kinderen veilig op te bergen, maar belangrijker is dat we gaan zorgen dat oplossingen een gezamenlijke verantwoordelijkheid worden van de hulpverlening, de ouders én de kinderen.'

Meer over