'Opa, waarom woon je in Barcelona?'

Waarom kiezen bepaalde toeristen ervoor hun eigen fiets mee te nemen als ze op vakantie gaan naar Indonesië? Dat was een van de vragen die de leerlingen van het vbo en mavo donderdag bij het examen aardrijkskunde moesten beantwoorden....

'Kinderachtig makkelijk', vindt docent Leo Meijer van de Regionale Scholengemeenschap Magister Alvinus in Sneek het examen voor vbo en mavo. 'Iedereen die de vragen goed las en de plaatjes goed bekeek, kan een voldoende halen.'

De docent is niet gelukkig met de keuze van de examenonderwerpen: Nederlanders en hun vakantiebestemmingen en Spanje. 'Vooral het eerste thema, dat is toch flut?'

Bij een van de vragen over Nederland kregen de leerlingen bijvoorbeeld een afbeelding van Zeeland te zien. Ze moesten aangeven op welke plaats de kwaliteit van het zwemwater het slechtst is. In de buurt van een van de drie locaties stonden enkele fabrieken getekend. Een 'schot voor open doel' volgens de docent.

Meijer trof veel vragen aan waarover de examenkandidaten niet hoefden na te denken. Hij vindt dat vooral sneu voor diegenen die het examen goed hadden geleerd. 'Dat was met dit soort vragen niet nodig geweest.'

Volgens de docent was het verschil tussen het C- en D-niveau te klein. Veel opdrachten kwamen overeen. Een van de opgaven, die wel voorkwam in het examen voor het zwaardere D-niveau en niet in het C-examen, ging over Dolores die op bezoek is bij haar opa in Barcelona. Ze vraagt hem hoe het komt dat hij vroeger niet in Barcelona woonde en nu wel, terwijl hij niet is verhuisd. Bij de vraag staat een plaatje van de stad, met een kruisje op de plaats van het huis van haar grootvader. Op de legenda naast de kaart valt af te lezen dat dit gebied valt onder de twintigste-eeuwse uitbreiding van de stad.

Ook havo- en vwo-kandidaten legden gisteren het examen aardrijkskunde af. De havisten kregen vragen voorgelegd over bevolkingsgeografie, het Nederlandse landschap, mainports en Frankrijk. De eerste twee onderwerpen speelden ook in het vwo-examen, samen met de voormalige USSR, Marokko en de milieugeografie van Nederland.

De havo-leerlingen zijn verdeeld over de vraag of het een moeilijke examen was. Charlotte Kan (17) had er in ieder geval moeite mee. 'Vraag 19 bevatte termen als opheffing en kanteling, daar begreep ik niets van.' De vraag die zij bedoelt, gaat over de 'opheffing' van de Ardennen en de 'kanteling' van Zuid-Limburg. Die hadden, onder invloed van de ijstijd, gevolgen voor het Zuid-Limburgse landschap.

Jaqueline Oud (17) vindt het examen 'een makkie' en verwacht zeker een voldoende voor haar werk. Het thema over het Nederlandse landschap sprak de scholier het meest aan. 'Dat staat lekker dichtbij. Ik heb bijvoorbeeld geleerd dat ik op zandgrond woon. Of was het nu kleigrond?'

Volgens havo-docent Frans Westerveld was het 'een keurig examen'. Hij vond er veel in terug van hetgeen hij in de lessen had behandeld. 'Het aardigst waren de vragen over de mainports, waarbij de kandidaten wat dieper moesten nadenken.'

Zo moesten de leerlingen bijvoorbeeld de visie onderbouwen van het Rotterdamse gemeentebestuur ten opzichte van stedelijke investeringen. Gesteld werd daarbij dat het bestuur van Rotterdam vindt dat het Waal/Eemhavengebied voorrang moet krijgen boven de havens van de Maasvlakte als het op werkgelegenheid aankomt.

Niet bekend

De vwo'ers vonden het examen over het algemeen goed te doen. Emko Bos (20): 'Ik ben echt niet supergoed in aardrijkskunde, maar ik weet bijna zeker dat ik een voldoende heb.' Mariëlle Gebben (17) vond het niet nodig hard te studeren voor haar examen. 'Alle stof is al behandeld in de tentamens, en daar wist ik het meeste nog van.'

Vwo-docent Jan Toussaint beoordeelt het examen als 'zeer redelijk'. Volgens de leraar bevatte de toets veel voorspelbare vragen. 'Met de voormalige Sovjet-Unie als onderdeel van de examenstof kun je op je sloffen aanvoelen dat er een vraag komt over de bodemgroepen in het gebied.'

Jeannine Westenberg

Meer over