Op zoek naar moslimbloed

Samir is net twee jaar oud. Een mooi jochie, met van die lange wimpers boven zijn grote bruine ogen. Hij heeft zacht zwart haar, van die dikke beentjes met etterende wonden en hij is over zijn hele kleine lichaam rood met bruine plekken - want daar hebben ze sigaretten op...

Het kind is volledig in shock geraakt na wat er met hem en zijn familie is gebeurd en als hij wakker is, staart hij bewegingloos voor zich uit. Als hij slaapt, roept hij om zijn moeder. En zijn vader Ahmad kijkt hulpeloos toe want Samirs moeder, die is er niet meer.

Die is, net als zijn opa en oma, zijn vier broertjes en zusjes en zijn twee ooms levend verbrand toen de woedende meute vijf dagen geleden hun huis in brand stak. Ahmad heeft maar één van zijn kinderen kunnen redden. Samir.

Daar zitten ze dan. Tussen de vliegen op een vies matrasje, op de vloer in een bijgebouw van de Shah-E-Alam moskee in Ahmedabad - een grote ruimte die provisorisch is ingericht als ziekenboeg. Honderden mensen liggen hier op de vloer met de vreselijkste wonden en de artsen die vrijwillig zijn komen helpen, draaien overuren. 'Dit kind heeft derdegraads brandwonden over 35 procent van zijn lichaam', vertelt een arts die naar Samir komt kijken. 'Ik weet niet of hij het gaat halen.'

En dat weet Ahmad ook. Tranen wellen op in zijn rode ogen als hij voorzichtig de vliegen van het gezicht van zijn zoon wuift. 'We hebben alleen elkaar nog', fluistert hij. 'Ik hoop niet dat ik Samir ook nog moet verliezen.'

Dit is slechts één gruwelijk verhaal over één gezin - en de hele moskee zit vol met dit soort verhalen. Dat van het achttienjarige meisje dat al zeven maanden zwanger was en wier buik is opengesneden. Een vrouw en haar ongeboren kind zijn voor de ogen van haar echtgenoot verbrand. En wat te denken van Shaheen, moeder van vier kinderen, die waarschijnlijk nooit meer kan lopen nadat ze haar met benzine hebben overgoten en een lucifer bij haar benen hebben gehouden. Of Fatima, een 80-jarige vrouw die in elkaar is geslagen door de politie en nu gebroken op de vloer ligt.

'Er zijn hier meer dan vijfduizend mensen', zegt Shadab Kadri, de opzichter van de moskee. 'En het zijn allemaal hoopjes ellende. Iedereen is zijn huis kwijt, iedereen is familieleden kwijt. En waarom? Omdat ze moslims zijn? Omdat ze pech hebben gehad?' Het antwoord is een simpele en wrede bevestiging want ja, ze zijn het slachtoffer van een hysterische meute die dagenlang door de stad is getrokken op zoek naar moslimbloed - vanwege een tempel die ze graag gebouwd zien worden in een stad vijftienhonderd kilometer hier vandaan. En, niet te vergeten, uit wraak voor het vergoten hindoebloed dat is verspild door extreme moslims die níet willen dat deze tempel wordt neergezet.

'De hele gemeenschap helpt mee', vertelt Shadab Kadri. 'Apothekers hebben hun hele voorraad weggegeven, mensen geven kleren, eten en geld. Maar de medicijnen zijn over twee dagen op en vanwege het uitgaansverbod zijn alle winkels en markten gesloten dus we kunnen nergens vers voedsel kopen.' Hij zucht. 'We kunnen hen in elk geval veiligheid bieden. En dat is op het moment het belangrijkste.'

Buiten de muren van de moskee is het in elk geval weer rustig. Een gespannen rust, afgedwongen door het leger, maar heel voorzichtig openen sommige winkels weer hun rolluiken en heel misschien ziet Ahmedabad er over een week voor een buitenstaander weer uit als een normale stad - met littekens van de aardbeving van vorig jaar en verse wonden van de religieuze rellen.

Maar wat moet er dan gebeuren met Samir en zijn vader Ahmad? Er is geen draad meer over om op te pakken. 'Ik weet het niet', zegt Ahmad. 'Ik denk er nog niet aan.'

Meer over