OP ZOEK NAAR DE ROOIE ZAAN

Wie de Rooie Zaan wil ontdekken, moet er wat moeite voor doen. Die moet bijvoorbeeld naar het Zaans Museum rijden, waar een boeiende historische tentoonstelling ('De Rode Zaan') wacht....

Wie wil kennismaken met de Rooie Zaan, moet iets meer moeite doen dan naar de Dam in Zaandam gaan en plaatsnemen op een terrasje aan de voet van het beeld van tsaar Peter. Daar verzamelen zich namelijk geen proletarische menigten meer om zich achter de rode banieren te scharen, zelfs niet op 1 mei. Er worden geen fenomenale redevoeringen meer afgestoken, zoals de socialistische volksmenner Jan Duijs dat in het eerste kwart van de twintigste eeuw kon. Zelfs arbeiders in overall, lopend en fietsend op weg naar de fabrieken van Verkade, Pieter Schoen of Duyvis, behoren nauwelijks meer tot het straatbeeld.

Rond het plein regeert nu koning alcohol. Een en al horeca is het hier. Waar de tsaar ook kijkt, ziet hij namen als De Koperen Bel en El Toro. In bluescafé Crossroads klinkt nog zelden het lied Ik ben Marianne, proletaren. The Nightclub biedt elk weekeinde tietenparade onder de strijdleus: 'Laat ze bibberen'.

Op de hoek, bij de Beatrixbrug, zal Bristol Shoes straks plaatsmaken voor een casino. Het districtskantoor van de CPN is gesloopt ten bate van het ruim bemeten Zaantheater. En overal zie je de toren waarop, sinds Albert Heijn een nieuw hoofdkantoor liet bouwen, de letters 'Rabobank' hun licht uitstralen over het industriegebied aan de rivier.

Zaanstad is, lijkt het wel, een gewone stad geworden.

Wat natuurlijk onzin is.

Maar nogmaals, je moet moeite doen, wil je de Rooie Zaan ontdekken. Je moet de handen uit de mouwen steken en de archeologische schop zetten in de sociaal-politieke veenbodem.

Je moet bijvoorbeeld naar het Zaans Museum rijden op de Zaanse Schans, waar tot 5 maart een boeiende historische tentoonstelling staat die De Rode Zaan heet.

Een krakende, vooroorlogse Socialistenmars - 'Het geldt den arbeid te bevrijden, verlossing uit de slavernij!' - komt hier koorsgewijs uit het plafond. Er hangen pamfletten, rode vaandels, foto's, een blauw Valken-uniformpje. In een videohoek praten Marcel en Nel de Vries nostalgisch over AJC en Paasheuvel - onder het wandelen zingen uit de liedbundel De Wielewaal. Nel: 'Dat was iets geweldigs. Later in je leven maak je dat niet meer mee.' Marcel: 'Er was solledareteit, en dat is er nu niet meer.'

Misschien leidt de speurtocht naar de Rooie Zaanstreek wel tot aan oude Zaanse mannen als ex-communistenleider Marcus Bakker en streekhistoricus Klaas Woudt, om hen uit te horen over vroeger. Want dát is het lot van het rode industriële bolwerk vol communisten, sociaal-democraten en anarchisten: vroeger.

'Kinderen met rood haar worden ''rooie'' genoemd', schertst Marcus Bakker. 'Maar op hoge leeftijd, als ze helemaal kaal zijn, heten ze soms nog stééds zo.' Ten onrechte, bedoelt het oud-Kamerlid. De Zaanstreek is, politiek gezien, een gemiddeld stuk Nederland geworden, hooguit een tikje roze.

Maar je kunt ook op de fiets stappen, de Zaanse erfgoedroute nemen die heen en weer over bruggen de loop van het water volgt, en de ogen open houden. En dan blijkt dat er misschien veel is verdwenen van de oude Zaanse industrie, maar óók veel bewaard, vaak volop in bedrijf.

Zaak is alleen verrekt goed op te letten, want voor je het weet, heb je het gemist. De Zaankanters weten namelijk niet goed raad met hun grootste charme, de oude rivier, de vervoersader die nog steeds tientallen bedrijven voorziet van grondstoffen en verlost van eindproducten en halffabrikaten. De Zaanstreek heeft ooit haar gezicht van de Zaan afgewend, de oevers volgebouwd met muren van industrie.

Soms kun je ergens vijfhonderd keer langs fietsen zonder het te zien. Het staat inverdan, wat lokaal dialect is voor: inspringend, niet langs de rooilijn. Het zou een deel van een Franse kasteelruïne kunnen zijn, overwoekerd met klimplanten, ergens aan de oever van de Dordogne, naast een eethuisje dat Sans Pareil heet.

Maar nee: dit is de hoek van de Westzijde en de Bernhardbrug, de rivier heet niet Dordogne, maar Zaan, en het restaurant heeft zijn naam te danken aan de verrukte kreet die Lodewijk Napoleon zou hebben geslaakt toen hij in 1811, zojuist aangekomen in Zaandam, werd getroffen door het panorama van kleurige houten huisjes en honderden industriemolens. Zonder weerga!

Het oog van de verslaggever viel op de ruïne doordat hij opeens de ster in het baksteen herkende: het embleem van de Orion, de fabriek in olieproducten waar zijn opa arbeidde. De stenenhoop, een deel van de oude fabrieksmuur, vormt van de industriële historie een verlaten, bijna onzichtbaar monumentje.

Op andere plekken, vanaf de bruggen vooral, toont de Zaan zonder gêne haar industriële trots. Stap af op de Willem-Alexanderbrug in Koog aan de Zaan, snuif de cacaolucht op en zie hoe 360 graden rondom bedrijvigheid heerst. Fabrieken en rokende schoorstenen, als vanzelfsprekend afgewisseld met woningen, kerken, scholen, groen. Allegaartje Zaanstad: alles staat er door elkaar.

Maar op zijn mooist is de Zaan wanneer zij zich helemaal bloot geeft, in de Zaanbocht in Wormerveer. De gevelwand van vroegere rijstpellerijen met namen als Batavia, Saigon, Bassein, Hollandia. LASSIE in gigantische blauwe kapitalen op een witte fabrieksmuur. De grote ijzeren vogel die zijn vleugels uitspreidt op de toren van de verlaten zeepziederij De Adelaar.

Sans pareil!

De gerestaureerde pellerijen hebben het economisch tij gevolgd en herbergen nu jonge, moderne bedrijfjes. De naambordjes bruisen en swingen. Tibo fashions. Néonit industrial design en corporate graphics. Hotel Concepts. Pimz vormgeving en reclame. Studio 41. Responce telemarketing.

Bijna ononderbroken muren van industrie vormden vanaf eind negentiende eeuw de fabrieken langs de Zaanoevers. Koek werd er gemaakt, beschuit, kindermeel, chocola. Verf en linoleum. Machines, papier, hout.

Onder de fabrieksrook, in kleine woningen in dwarse straten die als visgraten de loop van de rivier volgden, werd het werkvolk ondergebracht. Het Zaanse proletariaat: onkerkelijk, socialistisch en niet bij voorbaat onder de indruk van autoriteit. 'Gezagsgetrouwe anarchisten', heten de Zaankanters nog altijd te zijn.

Door het stemgedrag van de arbeiders kreeg de rivier een kleur: rood. Aan hen en hun organisaties is de expositie in het Zaans Museum gewijd. En over de toekomst van het socialistisch gedachtegoed worden daar vier zondagse discussiemiddagen gehouden, te beginnen op 23 januari, onder het motto De kleur van de 21ste eeuw. Hoe dan ook, het Zaanse rood van de afgelopen eeuw zal het niet zijn.

'Op 1 mei hing er een zee van rode vlaggen uit', herinnert Bakker zich over zijn jeugd in een SDAP-gezin in een SDAP-buurt, het Zaandamse Vissershop. 'Mijn zus kreeg dan een nieuwe jurk. Ze zat bij de AJC. Ik niet. Het uniform, dat dansen, keurig in de rij lopen, ik vond dat griezelig. Ik was meer Domela.'

Bij de grote houtstaking van 1928, wanneer de maffers uit het oosten van het land met boten werden aangevoerd, liep het Vissershop uit naar de Zaanoever om hen uit te joelen, net als de communistische Havenbuurt aan de overkant van het water.

Uitgever/auteur Klaas Woudt (nooit ergens lid van geweest, 'wel een rood hart') staat de grimmigheid bij van de stakingen. 'Honderden zwijgende arbeiders, optrekkend naar het huis van de baas. Dat was, hoewel er nooit iets gebeurde, heel dreigend.'

Opmerkelijk is het anarchistische karakter van de Zaanse arbeidersbeweging. De samenstellers van de tentoonstelling laten hun verhaal beginnen in 1882, het jaar dat anarchistenleider Ferdinand Domela Nieuwenhuis voor het eerst de streek bezocht. De Zaanse afdeling van zijn Sociaal-Democratische Bond (SDB) was al spoedig met duizend leden de grootste van het land.

Een verklaring zoekt Woudt in de vroege economische ontwikkeling van de streek, in de zeventiende eeuw een van de eerste industriegebieden van Europa. Met Amsterdams kapitaal werden honderden industriële molens gebouwd.

Tot eind negentiende eeuw was het een gebied van molens en werkplaatsen, zegt Woudt. De verstoming kwam er laat op gang; die molens stonden er immers al. 'In de molens bestond een commune-achtige werkwijze; ploegen van een man of zes die zelfstandig werkten. De bazen kwamen maar heel af en toe kijken. De molens werden gerund door de arbeiders. Er was geen pikorde.'

Het stoom bracht, aan het eind van de eeuw, de fabrieksdiscipline. Voorheen werkten de arbeiders zolang de wind de wieken liet draaien, nu ging om acht uur 's ochtends de fluit. Woudt: 'En een chef zei wat ze moesten doen. Nou, dat wisten ze godverdomme zelf wel. Je kreeg een enorme opstandigheid.'

Daarbij bestond op de Zaanse paden een communaal systeem van zelfbestuur. 'B. en W. hadden er geen flikker te vertellen.' Zelfbestuur in het bedrijf en op het pad schiepen het gunstig klimaat voor Domela's anarchisme. Naderhand, meent zowel Woudt als Bakker, kreeg dat een voortzetting in de grote aanhang van de CPN - de centralistische partij hield in de Zaan altijd een stronteigenwijze afdeling.

Nogmaals, het zijn verhalen uit een voorbije eeuw. De rooie Zaan is verstoft tot materiaal voor het museum. Sommige oude fabriekspanden worden gekoesterd als industrieel erfgoed en ingezet als lokaas voor het toerisme. Andere worden gesloopt, slachtoffer van de wens van het gemeentebestuur de rivier terug te geven aan de Zaankanters. De oevers moeten open worden, en domein van 'een mix van wonen en kleinschalige bedrijvigheid'.

Er is één plek, een amper bekend hoekje, waar die mix zonder ingrijpen van B & W al bestaat. De Zaan is er op zijn Zaanst: kruispunt van industrie, rivier, huizen en polder. Op het terrein van de vervallen stopverf- en houtmeelfabriek van de gebroeders Wakker, hoek Kalverringdijk en Enge Wormerringdijk, vormen oude arbeiders, anarchisten, kunstenaars en ondernemers een levendig, rommelig allegaartje.

Het echtpaar Schouten, een leven lang in dienst van de Wakkers, woont er nog altijd. Er huist een meubelontwerper en een handelaar in oude metalen. Een anarcho-punkband uit Wormer heeft er zijn oefenruimte.

Kunstenares Marja Gerritsen ontdekte de fabriek vijf jaar geleden, verloor haar hart en vond een atelier. 'Het was een ontzettend zootje hier. Zonde hè?' Sindsdien zit zij elke dag te schilderen op haar fenomenale plek. Ramen rondom. Rechts wolkengrijs en poldergroen, links rivierwater en oude, trotse, kuchende industrie. Aan de overkant vliegt De Adelaar uit.

Ach, kon Lodewijk Napoleon dit maar meemaken.

Meer over