Op weg naar verantwoording

Soms kun je niet duidelijk genoeg zijn. Vorige week schreef ik dat de tijd voorbij is dat de journalistiek alleen maar anderen de maat nam, zonder zelf verantwoording af te (hoeven) leggen....

Dom, want prompt reageerde een lezer met de vraag wat ik zelf vind van die roep om meer verantwoording door de journalistiek. Uit zijn betoog bleek dat hij dit heel goed weet, want hij schreef: ‘U noemt het een goede zaak dat de journalistiek zich moet verantwoorden, maar u weet dat dit nauwelijks gebeurt en zeker niet op dezelfde voelbare en effectieve manier als waarop ‘gewone mensen’, politici en bestuurders op hun fouten en wandaden worden afgerekend.

‘Voorlopig is het toch nog altijd de journalistiek zelf die bepaalt of kritiek op haar functioneren openbaar wordt gemaakt. Ook in uw column staan nooit de namen van falende journalisten, columnisten, commentatoren, recensenten en redacteuren.’

Die zit. In mijn column staan inderdaad nooit namen. Maar dat is niet om journalisten uit de wind te houden, zoals de lezer kennelijk denkt. Iedereen kan met mijn column in de hand in het krantenarchief uitzoeken over welke journalist het gaat.

Ik noem geen namen van individuele redacteuren omdat ik van mening ben dat een krant een product is van een hele redactie. Natuurlijk, het begint met een journalist die een fout maakt, maar dat die fout uiteindelijk ook de krant haalt, is altijd de schuld van meer mensen dan alleen de ene journalist. Zijn werk wordt beoordeeld door een chef, nagelezen door een eindredacteur en nogmaals gezien door de chef van de nachtploeg, als alles loopt zoals het hoort. Een krant maken is een groepsproces en om die reden noem ik geen namen van individuele redacteuren. De krant moet zich verantwoorden, niet een toevallige maker.

Maar je kunt er ook anders over denken. Half mei was in het Engelse Oxford het jaarcongres van de ONO, de internationale organisatie van nieuwsombudsmannen.

Daar leidde de vraag over het al dan niet noemen van namen van redacteuren die de fout in gaan tot een hevig debat en een scheiding der geesten.

Grofweg kun je zeggen dat aan deze zijde van de Atlantische oceaan geen namen worden genoemd en aan de andere kant wel.

Een collega van de Canadese omroep zei me dat zij altijd namen noemt. ‘Journalisten zelf doen ook niet anders. Zij noemen elke dader of frauderende politicus met naam en toenaam, waarom mag ik dat dan niet óók doen als de journalist eens een keer de fout in gaat’, vroeg ze me.

Het noemen van namen heeft een afschrikkende werking, vinden ook collega’s van Amerikaanse media. Een journalist die weet dat hij publiek aan de schandpaal wordt genageld als hij de fout in gaat, werkt extra zorgvuldig, denken zij. Ik weet niet of dat klopt. De grootste journalistieke schandalen van de vorige eeuw speelden in de VS.

In Europa zijn ombudsmannen terughoudender met het noemen van namen. Mijn collega van de Observer redeneert net als ik. Een krant of een weekblad wordt door een redactie gemaakt. Die is ook als geheel verantwoordelijk voor gemaakte fouten en missers.

De ombudsman bij een Deens televisiestation heeft zelfs in zijn arbeidscontract de expliciete bepaling staan dat hij geen namen van individuele redacteuren mag noemen in zijn columns.

Bij de Volkskrant is niets geregeld. Ik had dus ook een andere keuze kunnen maken, zoals mijn Amerikaanse collega’s. Je hoeft een journalist niet te sparen als hij de fout in gaat, want journalisten sparen ook niemand.

Dat klopt, maar dan nog blijf ik van mening dat een journalist nooit op eigen houtje kan handelen. Er zijn altijd extra sluizen op de redactie die gepasseerd moeten worden. Zij zijn mede verantwoordelijk. Bovendien gaat het om de functionaris die iets doet of nalaat, de binnenlandredacteur, de eindredacteur, de chef van de nachtploeg. Het is niet Piet die een stuk ongelezen de krant in slingert, maar Piet in zijn hoedanigheid als eindredacteur van de krantenpagina.

Namen of geen namen, de lezer heeft er vooral belang bij dat de krant verantwoording aflegt voor haar handelen. Je kunt erover twisten of dat nu al voldoende gebeurt, maar het begin is er, getuige deze rubriek. Getuige ook de hoofdredacteur van de Volkskrant die deze week publiek uitsprak dat hij te snel (en ten onrechte) heeft besloten de foto van vliegrampslachtoffer Ruben te plaatsen. Hij had de huisregels strikter moeten toepassen. Dat toegeven is moedig en verdient navolging.

Meer over