Op weg naar een Turkse liberale democratie?

De volwassen dochter van Cevat Özkaya kan eindelijk naar een Turkse universiteit, als ze dat gezien haar leeftijd tenminste nog wil....

Eric Outshoorn

Özkaya kan blij zijn: het parlement heeft afgelopen weekeinde twee grondwetswijzigingen aangenomen die afrekenen met het verbod op universiteiten een hoofddoek te dragen. Met 411 tegen 103 stemmen werden twee baanbrekende artikelen in de constitutie opgenomen: elke burger heeft het recht op gelijke behandeling door de staat en niemand kan het recht op hoger onderwijs worden ontzegd.

Is hiermee de bijl aan de wortel van de seculiere republiek gezet?

Is het toestaan van hoofddoeken de eerste stap op weg naar de sharia, zoals oppositieleider Deniz Baykal van de Republikeinse Volkspartij (CHP) niet moe wordt te roepen? Binnenkort wordt het knap moeilijk om nog blootshoofds over straat te gaan, voorspelde hij een paar weken geleden somber. En volgens de ‘islamvriendelijke’ krant Zaman riep hij tegen Erdogan nog liever aan een kat lever toe te vertrouwen dan secularisme aan de premier.

Of is het jongste besluit van het parlement het gevolg van het feit dat de vanuit centraal-Anatolië opgekomen religieuze middenklasse haar plaats in de maatschappij opeist? Een groep die vindt dat de staat zich niet te bemoeien heeft met een persoonlijke beleving van religie. In de woorden van Cemil Çiçek, de voormalige AKP-minister van Justitie: ‘We willen niets verbieden, we willen juist een verbod opheffen.’

Nou is Çiçek wellicht niet de juiste persoon om het te hebben over het opheffen van een verbod: juist hij sprak enige jaren geleden nog een veto uit over een symposium dat de volkenmoord op de Armeniërs in WO I zou behandelen. Maar Çiçeks woorden geven wel aan dat het wantrouwen diep zit, niet alleen in het parlement, maar zeker ook in de maatschappij.

De hoofddoek is voor de één het ultieme symbool van achterlijkheid, danwel van een verfoeilijk politiek activisme. Voor de ander is het juist een teken van identiteit, een waardevolle traditie.

De in Parijs werkende sociologe prof. Nilufer Göle ziet het positief. De vorige generatie vrouwen met hoofddoekjes, zat thuis en was daarom niet bedreigend voor het establishment , zei ze tegen de The New York Times, maar de huidige, welvarender generatie is dat kennelijk wél. Göle vindt het juist een goed teken dat jonge vrouwen met hoofddoek zich overal manifesteren. Het betekent volgens haar dat ze actief deelnemen aan de maatschappij.

Anderen zijn daar minder zeker van. Een hoofddoekverbod vrijwaart jonge meisjes van religieuze bevoogding en dwang. Als ze later bewust kiezen voor wat voor hoofdbedekking dan ook, is dat prima, maar de staat moet deze kwetsbare jongeren beschermen, zegt een politieke waarnemer in Ankara.

Ook de kritische columnist Murat Belge plaatst zijn vraagtekens bij de versoepeling van het verbod. Dit is onvergelijkbaar met een Sikh-politieman in Engeland die een tulband draagt. Daar zijn Sikhs een minieme minderheid. Hier tracht een meerderheid zijn wil aan de rest op te leggen, vindt hij.

Vooralsnog is het deels opheffen van het hoofddoekverbod een overwinning op de ‘kemalistische fundamentalisten’, zoals de columnist Sahin Alpay het seculiere establishment graag mag noemen. En zolang er geen bewijs is voor het tegendeel, is de stap ook een succes op het pad naar een liberale Turkse democratie.

Eric Outshoorn

Meer over